























In deze blog probeert zij antwoord te geven op vragen van aankomende studenten. Helder – en nuchter ;) – vertelt ze wat er komt kijken bij het maken van een tuinontwerp en waarom een ontwerp veel meer is dan zomaar een tekening.

Een tuinontwerp is een inrichtingsplan voor de particuliere buitenruimte, dat tot stand komt door het volgen van een ontwerpproces. Het eindresultaat is dus een tekening waarin staat wat er in een heringerichte of nieuwe tuin komt, met welke beplanting en welke verhardingsmaterialen en tuinelementen.
Het ontwerp is echter niet zomaar een tuintekening, het is namelijk zorgvuldig opgebouwd; het is een goed gefundeerd, creatief verhaal. Dat wil zeggen: het ontwerp past op de plek waar de tuin ligt, sluit aan bij de architectuur van de woning, de ligging in de wijk en het landschap, grondsoort en de groeiomstandigheden, de wensen en eigenschappen van de opdrachtgever. Een goed concept, waarbij de tuinontwerper de samenhang onderzoekt van bovenstaande aspecten, is de basis.

Na gedegen vooronderzoek geeft de ontwerper met de concepttekening aan in welke richting ‘de oplossing’ wordt gezocht.
Ideale mix van vaardigheden
De tuinontwerper heeft een brede, integrale blik, originele oplossingen en denkt overal aan. De ontwerper heeft kijk op techniek, op ecologie, heeft visie en fantasie. Om het proces te communiceren, heeft de ontwerper verbeeldingskracht. De ontwerper maakt tekeningen, plattegronden, aanzichten, doorsnedes, driedimensionale weergaven en sfeerbeelden (soms maquettes) om te vertellen wat wordt bedoeld, welke sfeer er wordt verwacht, hoe zaken in samenhang met elkaar zijn gekozen en in elkaar steken. En in principe is dat niet omdat het mooi wordt, maar omdat het op deze manier klopt, dat het een logisch en consistent verhaal is. Ontwerpers letten daarbij vooral op ruimte én massa, maar ook op diepte, dynamiek, contrasten en harmonie. Er komen dus veel aspecten bij kijken en dat maakt het vak zo interessant en leuk!
“Het ontwerpproces is geen recept”
Als je dit leest denk je misschien dat een tuinontwerp ingewikkeld is, maar dat is niet per se zo. Het is heel goed mogelijk dat de kracht van de eenvoud, juist een helder beeld is. De oplossing is echter op elke plaats en voor elke ontwerper anders, al kunnen verschillende ontwerpers ook dezelfde oplossingen bedenken.

Op de OntwerpAcademie gaan we dit ontwerpproces samen met de studenten aan. We volgen een stappenplan en behandelen het gehele ontwerpproces. Het is echter geen recept, het traject kent hobbels. Zo zijn conceptontwikkeling, zelfinzicht en visievorming onderdelen die studenten vaak lastig vinden, evenals het omgaan met perfectionistische trekjes en timemanagement. Studenten worden zich bewust wat er allemaal komt kijken bij het maken van een ontwerp, waar je allemaal aan moet denken en dat je keuzes moet maken. Ons motto: Als je de studie serieus neemt en het huiswerk steevast maakt, is het mogelijk dat ook jij tuinontwerper wordt.

Bij de OntwerpAcademie ontwerpen we in principe tuinen, de particuliere buitenruimte, het ontwerpen van landschappen is ontwerpen op een andere schaal. Met een basis als tuinontwerper is het ontwerpen van grote terreinen echter ook mogelijk.
OA-Connect, het online groene platform van de OntwerpAcademie
Tip: Neem een kijkje op het online platform OA-Connect van de OntwerpAcademie waar studenten, alumni, docenten en andere groenprofessionals elkaar ontmoeten, kennis en tips delen.
Meer weten over de opleiding Tuinarchitectuur?
Lees meer over de inhoud van de opleiding, opbouw en praktische informatie zoals de toelating, startdata en leslocaties hier.

Er wordt de laatste jaren veel gesproken over het belang van inheemse planten voor het vergroten van de biodiversiteit. “Maar waarom eigenlijk,” vroeg Alenka Milward, mijn communicatie-collega bij de OntwerpAcademie. “En wannéér spreken we van inheemse planten?” Zinnige vragen én een mooi onderwerp voor een blog. Terwijl ik nadacht over mijn insteek, raadpleegde ik mijn favoriete woordenboek.
in·heems (bijvoeglijk naamwoord) 1 in het land zelf voorkomend
Wikipedia zegt:
Inheems is een biogeografische statusaanduiding en betekent dat een taxon (meestal een soort) van nature in het gebied voorkomt, dat wil zeggen spontaan en zonder menselijke invloed. Het woord heeft zowel betrekking op flora als op fauna.
“En wat zeg jij als hoofddocent plantenkennis hierover,” vraagt Alenka.
Logische en terechte vraag aan iemand die zich al haar hele leven bezighoudt met planten. Maar, nog niet zo eenvoudig en snel te beantwoorden. Wat moeten we met het begrip inheems in ons vak? Moeten er meer inheemse planten in onze tuinen?
Laten we ervan uitgaan dat alles wat op dit moment in Nederland inheems is, goed is voor de fauna. En ook dat cultuurvormen van een inheemse soort, mits niet dubbelbloemig, ook prima zijn. Tegelijkertijd hebben we – zeker in stedelijk gebied – ook behoefte aan niet inheemse planten om de bloeiboog te verlengen. Door het warmere klimaat in de stad komen dieren eerder uit hun winterrust en willen eten. Dan is het prettig als er ook iets te vinden is. Het is dus belangrijk om niet alléén inheemse planten te gebruiken.
Daarnaast is het ook zo dat inheemse beplanting in de loop der tijd – en dan heb ik het over eeuwen en nog langer geleden – wijzigt door klimaatsveranderingen. Er zijn bewijzen dat er (heel) lang geleden in het westen van het land Magnolia bossen waren – één van de eerste bedektzadigen in de evolutie. Nu zullen we in deze tijd zeker niet beweren dat Magnolia een inheemse plant is. Maar in welk tijdsbestek bekijken we dit? Door de toegenomen warmte en droogte krijgt de Beuk het nu steeds lastiger. Zal het areaal ‘inheems’ opschuiven naar noordelijkere gebieden?
Een ander punt is dat waar een uitheemse plant (een exoot) zich in eerste instantie invasief gedraagt, het kan gebeuren dat in de loop der tijd de fauna zich zal aanpassen aan deze nieuwkomer. Zo was de Amerikaanse vogelkers, Prunus serotina, in de jaren ‘80 van de vorige eeuw invasief. Nu, veertig jaar later, worden er meer verschillende insecten op deze soort gevonden dan op onze inheemse Prunus padus.

Zorg in particuliere tuinen daarom vooral voor (bio)diversiteit, dus voor een grote verscheidenheid aan groen en aan klimaatbestendige bomen en planten. Als we dát met elkaar kunnen organiseren, is de natuur daar ook bij gebaat. Denk aan struiken als schuilplaats voor vogels, bomen die veel CO2 opvangen of planten die goed tegen hoosbuien kunnen. Als we op deze manier nadenken over de inrichting van onze tuin, zijn we al een heel eind op weg naar meer balans in de natuur.
Wat betreft de inrichting van natuurgebieden is het een heel ander verhaal – dat laat ik graag over aan ecologen. Wat we als tuinontwerpers en beplantingsadviseurs wél kunnen doen is kijken welke dieren er voorkomen aan de randen van het stedelijk gebied – grenzend aan een bepaalde biotoop – en rekening houden met hun behoeften bij de keuze van je planten.


Is het een gebied waar bijvoorbeeld heideblauwtjes voorkomen? Neem dan Calluna op in je beplantingsplan, daar komt het heideblauwtje graag op af. Als tuinontwerper en beplantingsadviseur kun je dus heel goed een bijdrage leveren aan een gezond natuurgebied door planten te kiezen die aansluiten op een bepaalde leefgemeenschap.



Het voorjaar zit in de lucht. Vogels laten zich voorzichtig horen, grasvelden kleuren langzaam krokusgeel en –blauw, bloemknoppen staan op springen. Het is altijd weer fascinerend hoe elk voorjaar alles weer tot bloei komt. Maar hoe vergaat het de planten die het afgelopen winter zwaar te verduren hebben gekregen? Hoe zal het gaan met de planten die een paar keer met natte voeten hebben gestaan. Zullen ze weer gaan groeien?
Op dit moment zie je er nog niets van, maar een plant die er van nature niet voor is gemaakt, rot in de wortel als ie langer dan 24 uur onder water staat. Pas bij het uitlopen van de plant ga je de schade zien. Nu we sinds een aantal jaren te maken hebben met meer extreme weersomstandigheden en hittegolven, recorddroogte en hoosbuien geen uitzondering zijn, is het belangrijk daar rekening mee te houden bij het (her-)inrichten van je tuin. Zo kun je overtollig water op een vrij eenvoudige manier naar een plek in het groen leiden waar het water rustig de bodem in kan zakken.

Zo’n plek heet een wadi. Wadi's zien we niet alleen in de tuin, maar worden ook steeds meer ingezet in de openbare ruimten, zoals op de Veemarkt in Utrecht, zie foto. De term is ontleend aan de Arabische naam voor een – vaak droog – rivierdal. Planten die daar van oorsprong voorkomen, zullen overleven. Dus onder zowel natte omstandigheden als in periodes van droogte. In Nederland zijn dat bijvoorbeeld Salix (Wilg) in verschillende soorten en Lythrum (Kattenstaart). Maar er zijn meer planten die hierop berekend zijn.


In nieuwe en in bestaande wijken worden wadi-achtige plekken steeds vaker aangelegd. En ook bij het ontwerp van een tuin is het zaak een plek te creëren waar het water zonder schade de tijd heeft om weg te zakken. Bij het inventariseren van de wensen voor een nieuwe tuin, moet je tenslotte ook rekening houden met de wens van de natuur. Zoek of er een plek is die zich leent voor een wadi en welke beplanting daar kan floreren.
Eén van mijn favoriete planten die zich hier prettig voelt is Cephalanthus occidentalis (Kogelbloem). Bovendien een goede insectentrekker. Ajuga reptans (Zenegroen) kan goed als bodembedekker fungeren. En zo zijn er nog vele andere mogelijkheden. De onderstaande websites kunnen je hierbij helpen.


Kijk voor meer tips over dit onderwerp en beplanting op:
https://klimaatadaptatienederland.nl/actueel/actueel/interviews/wadi/
https://appeltern.nl/nl/tuinadvies/tuinieren/wadis_en_beplanting_van_wadis/
https://nl.urbangreenbluegrids.com/measures/bioswales/nature-friendly-bioswales/
Lees ook de eerdere blog over dit onderwerp van Dolf Houtman.
Marlien van der Linden is hoofddocent Plantenkennis aan de OntwerpAcademie. Ze deelt haar kennis en liefde voor planten niet alleen in de klas, maar schrijft er ook graag over in o.a. vakblad De Hovenier en voor onze fans op Instagram onder de rubriek Marliens Plantentip. Haar plantentips reizen met de seizoenen mee.
Maar waar begin je? Hoe bouw je een netwerk op, blijf je jezelf ontwikkelen en spring je tussen andere groenprofessionals uit? Tijdens de Podium Boskoopavond op 12 december stonden deze vragen centraal. In een informele setting deelden oud-studenten Tuinarchitectuur Colinda Keesmaat, Friethjof Godschalk en Carla van de Kolk, en stagecoördinator en tuinontwerper Peter Kroesen hun ervaring met praktijkvoorbeelden en een hoop tips met de zaal. Was je erbij? Dan heb je vast meegeschreven met alle tips die gedeeld werden. Voor aankomende en startende tuinontwerpers die er niet bij waren hebben we een aantal tips voor je samengevat, over hoe je je kunt onderscheiden tot inspiratie voor een verdienmodel.
.avif)
Waar de een rustig opbouwt met daarnaast nog ander werk, kiest een ander voor het opzeggen van een vaste baan om fulltime met een eigen bureau te starten. Welke (tussen)vorm je ook kiest, wanneer je voelt dat ontwerpen je lust en je leven is, wanneer je beseft dat je als tuinontwerper een waardevolle bijdrage levert aan een meer duurzame leefomgeving, is het tijd om daadwerkelijk aan de slag te gaan. “Het beste is om er dan maar ‘gewoon’ in te stappen en het te doen. Het gaat om durven en kansen zien.” En: “Leren blijft continu doorgaan, bij elke tuin die je ontwerpt. Blijf openstaan voor nieuwe mogelijkheden, neem contact op met je oud-collegastudenten om te horen hoe zij het aanpakken, blijf ontdekken, durf groot te denken en vertaal je dromen naar kleine haalbare stappen die aansluiten bij jouw mogelijkheden.”
Tip: lees ook de eerder verschenen blog van Dolf Houtman en een blog van docent Adri Voorwinden.

Peter: “Ontdek van welke tuinprojecten je echt blij wordt en vraag je opdrachtgevers waarom ze voor jou hebben gekozen. Soms ben je zelf nog aan het zoeken naar je eigen ‘handtekening’. Het helpt dan om de mensen in je omgeving te vragen naar jouw ‘ontwerpstijl’. Als je de ruimte hebt is het ook zinvol om (nog) een stageproject te doen. Als (oud-)student bieden we je de mogelijkheid er een of meer uit te voeren. Het ontdekken van een eigen ontwerpstijl kan dan bijvoorbeeld je leerdoel zijn. In het algemeen is het bovendien altijd belangrijk om je opdrachtgever te verrassen. Neem geen genoegen met de ‘gemakkelijkste weg’, zoek naar de onderliggende wensen, vraag door, ontwerp op basis van een concept, onderzoek het vermeende nadeel in een tuin en benoem de positieve aspecten die er daarnaast ook altijd zijn en probeer waar mogelijk een beetje te prikken.”
Je kunt je daarnaast ook onderscheiden door te focussen op bijvoorbeeld maatschappelijke of culturele projecten, zoals een van de oud-studenten tijdens de avond aangeeft.
Peter: “Wat voor tuinontwerper wil jij zijn en wat ligt er binnen jouw mogelijkheden? Vul vervolgens je kennis aan met Plantenkennis, Biodivers Ontwerpen of een ander onderwerp waar je je meer in wilt verdiepen. Zoek naar de meerwaarde voor jou.”
De vraag die regelmatig terugkomt bij beginnende ontwerpbureaus: hoe bepaal ik mijn prijs? Studenten bij de OntwerpAcademie zijn voor een deel carrièreswitchers die vaak al langer bezig zijn met ontwerpen op kleine schaal. Voor de eigen tuin, voor familie, vrienden of buren. Waar een ‘gratis ontwerp’ als vriendendienst nuttig kan zijn om ‘ontwerpmeters te maken’ en een netwerk op te bouwen, moet op een gegeven moment de switch worden gemaakt naar een uurtarief of vaste prijs voor een ontwerp. “Een klein project beslaat al snel zo’n 10 uur,” zegt een van de oud-studenten. “Voor een compleet ontwerp, inclusief bodemanalyse, concept en beplantingsplan vaak het viervoudige. Het afspreken van een betalingstermijn is dan belangrijk. Veel gehanteerd wordt een betaling in drie termijnen: na de eerste verkenningsfase, na aanlevering van de ontwerpschetsen en vervolgens na het presenteren van het definitieve ontwerp. Voor de aanleg werk ik samen met diverse hoveniers en nu ik fulltime werk als ZZP’er ben ik gemiddeld met zo’n acht projecten tegelijk bezig. Ik werk het liefst met voor- en nacalculatie: vooraf geef ik een begroting met de te verwachten kosten. Na het afronden van het project volgt dan de eventuele nacalculatie. Als er echt veel meer uren gaan zitten in extra werk, dan geef ik dat tussentijds natuurlijk aan.”
Peter: “Bedenk ook wat je zelf doet en wat je soms beter kunt uitbesteden. Zeker als beginnend tuinontwerper is het soms slimmer om specifieke onderdelen door een collega of hovenier te laten doen. Zelf ben je er verhoudingsgewijs wellicht lang mee bezig en is het gunstiger om samen te werken en elkaar aan te vullen. Overleg dit wel duidelijk met de klant en spreek de tarieven daarvoor goed af.” En wat betreft het opbouwen van een klantenbestand betreft: “Vaak is het zo dat als je met een tuin bezig bent, buren uit de straat al snel naar je toekomen met de vraag ook voor hen een tuinontwerp te maken.”
En om met een uitspraak van Floris Alkemade, voorzitter van de Raad van Verbeelding, architect en voormalig Rijksbouwmeester af te sluiten:
“Dromen mag. Dromen zijn bedoeld om de weg vrij te maken om een andere werkelijkheid te bedenken.”

Tip: Neem voor inspiratie een kijkje op de websites van oud-studenten Tuinarchitectuur:
Tuinen van Co – Voortuingeluk! Leaf and Beetuinontwerp – Advies en ontwerp van tuinen en andere groenruimtesGROENTIGtuinontwerp | prachtig groenTuinontwerp Limburgen Brabant | Haag & Hommel – bijzonder tuinontwerp & advies(haag-hommel.nl)Over mij -Irma Jansen TuinontwerpEster van derWerf TuinontwerpTimmersTuinontwerp | Voorhout | Tuinontwerp - BeplantingsplanUw partner ingroenontwerp (opheteekt.nl)OverElusie tuinontwerp – Tuinadvies | Tuinontwerp | BeplantingsplanBeleefBinnen & Buiten! (beleefbinnenenbuiten.nl)Home | VanDijk EcotuinenBEEtuindesignHome(tuinontwerp-jur.nl)