De opleiding bestaat uit 4 blokken. Elk blok staat voor een beroepsrol. Je werkt vanuit de rol van: ecoloog, ontwerper, verbinder en beheerder. Elk blok legt de focus op een ander aspect van het beroep.
Ligt de focus bij Beplantingsadviseur op het kennen en herkennen van planten, bij Beplantingsspecialist wordt de plantenkennis uit jaar 1 verbreed.
- Natuurlijke- en ecologische processen, groeiplaatsfactoren Potentieel natuurlijke vegetaties, Geografische regio’s
- Beplantingsbeelden; struwelen, bos, bosrand, water, akkers enz.
- Werken met plantstrategieën: Hansen & Stahl, Borchardt.
- Biotische en abiotische factoren, klimaataspecten.
- Vegetatiekunde
- Verbreding sortimentskennis
- Ontwerp en beplantingsplan.
- Ontwerpstappen en ontwerpproces.
- Beplantingsindicatieplan en groenstructuren.
- Beplantingsvormen en beplantingsbeelden.
- Architectonische aspecten van beplanting.
- Verbreding sortimentskennis
- Hoe je met planten structureert en ruimtes vorm en sfeer geeft.
- Een beplantingsvisie ontwikkelen.
- Planten selecteren op basis van groeiplaats, functie, sfeer en biodiversiteit.
- Werken met referentiebeelden en groenstructuren.
- Materiaal te zien als middel om ontwerpideeën uit te drukken.
- Ramen en begroten.
- Streefbeelden en groeistadia.
- Beheer en onderhoudshandelingen.
- Ontwerpen en beheer.
- Dak- en geveltuinen, wadi’s, helofyten/infiltratie.
- Klimaatadaptieve aspecten van groen.
- Verbreding sortimentskennis.
De lessen zijn dynamisch en praktijkgericht, met een atelier-achtige opzet. Je past de theorie direct toe in interactieve opdrachten zoals schetsen, analyses, plantstrategieën en locatiebezoeken, om grip te krijgen op de plek en hier ruimtelijk doordacht op te reageren met beplanting.
De beplantingsspecialist kiest geschikte plantensoorten op basis van functie, uitstraling, locatie en onderhoud. Hij of zij werkt voor bestaande én geplande locaties en kan de meerwaarde van groen helder onderbouwen.
Je werkt aan huiswerkopdrachten om kennis toe te passen, en aan grotere lesblokprojecten die doorlopen tot het einde van het blok en dan gepresenteerd worden.
De presentaties van lesblokprojecten zijn een belangrijk toetsmoment. Studenten tonen hiermee hun vaardigheden en combineren kennis uit het huidige én eerdere blokken. Stapeling en herhaling staan centraal.















