






















Ontwerpen is onderzoeken — dat heb ik al vaker geschreven. Tuin- en landschapsontwerpers maken schetsen om de mogelijkheden te onderzoeken. Voor één ontwerpvraag zijn tientallen ontwerpoplossingen mogelijk. Daarom is het belangrijk voor studenten om te leren schetsen en te blijven schetsen, met als doel de verschillende (ontwerp)oplossingen tegen elkaar af te wegen. Deze methode werkt snel en intuïtief. Bedenk dat soms de beste ideeën geboren worden uit een serie ogenschijnlijk foute en ‘lelijke’ eerste schetsmatige stappen.

In deze tijd van computergebaseerd tekenen zien we dat het iteratieve, onderzoekende proces naar de achtergrond wordt gedrukt ten gunste van prachtig gestileerde driedimensionale tekeningen. Een belangrijke competentie van ontwerpers is om zowel ego als perfectionisme opzij te zetten, zodat er ruimte ontstaat om kritische vragen te stellen over de verschillende ontkiemde ontwerpideeën. Een digitale oplossing die er door de rendering gelikt uitziet, kan er fantastisch uitzien — dat is de vorm — maar inhoudelijk dunnetjes zijn.

Het beschikken over flexibiliteit is niet alleen belangrijk voor het ontwerpproces, maar ook voor het aansturen van een eventueel ontwerpteam en voor het kunnen reageren op het proces en de vragen die zich tijdens dat proces aandienen. Een kenmerk van ontwerpprocessen is nu juist dat niets precies gaat zoals we het bedacht hadden. Weten hoe je je moet aanpassen en hoe je met alternatieve situaties kunt reageren, behoort tot het vakmanschap van een tuin- en landschapsontwerper.
Clemens Steenbergen, voormalig hoogleraar tuin- en landschapsarchitectuur aan de Universiteit Delft, gaat in het eerste hoofdstuk van zijn boek Tuin- en landschapsarchitectuur in op de betekenis van de handmatige schets.
In de opleiding adviseren wij beginnende studenten om, om bovengenoemde redenen, te starten met handmatig schetsen. Op die manier gebeurt er meer dan het eenvoudig tekenen van een lijn. Op dezelfde manier adviseren we studenten ‘gewoon’ te tekenen: onder het motto gewoon doen ontstaan er schetsen en tekeningen. Iedereen kan het, en een tekening — ongeacht hoe die eruitziet — is een prima basis om met elkaar in gesprek te gaan over het vak en de ontwerpoplossingen. Tuinontwerpers hoeven geen Rembrandts te maken; tekentalent heb je in ons vak niet nodig. Doorzettingsvermogen wel, maar dat is iets anders! Probeer het perfecte los te laten. Perfectionisme is een zelfbedachte mentale constructie en werkt eerder contraproductief. In het (tuin)ontwerpvak bestaat perfectionisme niet.

Dit jaar neemt de OntwerpAcademie van vrijdag 27 februari t/m zondag 1 maart deel aan Leve de Tuin Festival in De Brabanthallen in Den Bosch en we hebben zoals je van ons gewend bent een mooi programma met veel activiteiten ontwikkeld. Het hele weekend kunnen consumenten bij ons terecht voor een gratis beplantingsschets waarmee ze vervolgens zelf aan de slag kunnen. Dus, wil je meer uit je tuin halen of vind je het lastig om een mooie, samenhangende border te maken? Meld je dan aan op de stand van de OntwerpAcademie zelf tijdens het Festival voor een gratis beplantingsadvies!

Handmatig schetsen of digitaal ontwerpen? Tijdens de Hoveniersmiddag van Leve de Tuin Festival 2026 organiseert de OntwerpAcademie op zaterdag 28 februari gratis sessies voor hoveniers om de voor- en nadelen van digitaal ontwerpen ten opzichte van handmatig schetsen te bespreken. Peter Kroesen en Marloes van Overstraten laten - met behulp van professionele tools zoals SketchUp en Morpholio Trace - op interactieve wijze tijdens live sessies zien, wat de mogelijkheden zijn. Dus hoveniers, meld je direct aan en maak kennis met SketchUp en Morpholio Trace. Aanmelden kan op de stand van de OntwerpAcademie zelf tijdens het Festival.

Een tuin is zoveel meer dan een stukje groen. Het is een plek die bijdraagt aan onze leefomgeving, onze gezondheid én aan het welzijn van planten en dieren. Het belang van een doordachte tuin is dan ook nauwelijks te onderschatten. Wil jij weten hoe ook jij de stap kunt maken van tuinontwerp naar écht tuingeluk? Bezoek dan vooral ook even de inspirerende spreker sessies van Dolf Houtman en Sipke Terpstra van de OntwerpAcademie.
Er is van alles te beleven op het Leve de Tuin Festival. Wij hopen je dan ook te mogen begroeten. Zien we je daar?
Leve de Tuin Festival 2026
Vrijdag 27 februari t/m zondag 1 maart
Brabanthallen, Den Bosch

De term ontwerpprincipes suggereert voor mij dat je werkt met een aantal vaste uitgangspunten waarmee je een ontwerp kunt benaderen. Wanneer het echter gaat om de vraag hoe je bepaalde ruimtelijke ervaringen of waarnemingen kunt creëren, is de term ruimtelijke effecten passender. Ruimtelijke effecten beschrijven namelijk het resultaat dat je wilt bereiken in een ruimte. Voorbeelden hiervan zijn:
Om ruimtelijke effecten te realiseren, maken we gebruik van ontwerpmiddelen. Onze ‘gereedschapskist ’zit vol met gereedschappen als: texturen, vormen, kleuren, monochroom, hoogtes, transparant, compact, open, glad, glimmend, dof, licht, donker, afmeting, verhouding. Door het bewust inzetten van deze middelen en een combinatie ervan, maken we onze onderliggende ontwerpideeën expressief.
Een paar van die effecten kun je specifiek betrekken op hoe je (de grootte van) de tuin ervaart, de ruimtelijkheid en het karakteristieke van de tuin. Daar ben je vrij in, maar voor alle bovenstaande keuzes en ingrepen geldt dat je het doet (of zou moeten doen) vanuit een duidelijk te bereiken doel dat aansluit bij de onderliggende ontwerpuitgangspunten en het concept.
Perspectief is overal. Het is zoals we de wereld zien en hoe beeldelementen zich bij ons aandienen. Elementen die verder weg staan, lijken kleiner, lichter van kleur en zijn vager ten opzichte van elementen die op de voorgrond staan. De mate van weidsheid of openheid — dus hoe ver weg je kunt kijken, of nog anders gezegd de aanwezigheid van een horizon — is bepalend voor het perspectivische gevoel. Het uitzicht over een polder is als perspectivisch effect tastbaarder dan het perspectiefeffect in een kleine tuin. Dat effect van ver weg kijken in de ochtend of aan het begin van een zomeravond kennen we allemaal wel. We noemen het atmosferisch perspectief, dat berust op het gegeven dat elementen die het verst van ons zijn verwijderd vaag, grijsachtig en lichter van toon zijn dan de elementen die op de voorgrond staan.

Ontwerpers zijn zich bewust van de afmetingen, verhoudingen en kwaliteiten van de ruimte. Ontwerpmiddelen zoals hierboven genoemd zetten we bewust in om bepaalde effecten te bereiken. Een kanttekening is hier wel van belang: Het effect van (ruimtelijke) ingrepen blijft enigszins betrekkelijk, omdat het van een aantal factoren afhangt en het effect afhankelijk is van de relatie die een kleur heeft ten opzichte van de omringende kleuren en planten. Je kunt je voorstellen dat een kleur opvalt in een context die overwegend groen is.
Beter is het om te zorgen voor een goed plan dat werkt, waarbij je met het finetunen duidelijke keuzes maakt voor kleuren, texturen enz.
Laten we eens kijken naar een aantal ruimtelijke effecten of ingrepen die een zeker effect kunnen bewerkstelligen. En nogmaals: verwacht geen enorm spectaculaire effecten. Hoe kleiner de tuin, hoe subtieler de ingrepen en de effecten zullen zijn.
Je kunt diepte suggestie versterken door te werken met een verloop in textuur, kleur en hoogte.
Begin eens met een onderzoekje in het landschap. Let op de horizon en kijk hoe de landschapselementen ogenschijnlijk kleiner worden naar de horizon toe. Hetzelfde effect is ook te zien op een plein of grotere tuin. Maak maar eens een foto het liefst een foto waarbij je aan de ene kant een bouwkundig element ziet zoals een muur, gebouw, dak o.i.d. Let er op hoe de muur ogenschijnlijk hoog begint aan het begin van de foto en lager uitkomt achterin de foto. Dat is perspectief. Het lijkt alsof elementen die verder van ons verwijderd zijn kleiner zijn en dichter op elkaar zitten. De kleuren zijn vaak minder uitgesproken en de elementen en texturen lijken zich meer met elkaar te vermengen. Je voelt al dat afstand hier een belangrijke factor is. Hoe groter de afstand hoe meer je dat effect zult ervaren.

In een tuin kunnen we een aantal middelen in zetten om dit effect enigszins te bereiken. Op de voorgrond werken we wellicht met wat meer hogere (groene) elementen, die grover van textuur zijn terwijl achterin de tuin het accent ligt op wellicht iets lagere elementen met een fijnere textuur.
Onderzoek maar eens de verschijningsvorm van een wilg met zijn fijne textuur, smalle groengrijze bladeren, of een berk. En vergelijk zo’n boom dan eens met een kastanje die een veel grovere textuur heeft, donker blad en een compacte kroon. De wilg ‘wijkt’ terwijl de kastanje op je ‘afkomt’.
Het zelfde geldt voor het inzetten van kleuren en licht en donker effecten. Relatief felle kleuren aan het begin van de zichtlijn doet de andere kleuren relatief minder opvallen. Het zijn dit soort graduele middelen die we kunnen inzetten. Verwacht er echter geen spectaculaire situaties van. Op dit vlak kunnen we veel leren uit de schilderkunst. Rembrandt was een meester als het gaat om het werken met licht. Zijn licht-donker effecten zijn bijzonder. Zo zou je een plek achterin de tuin op een bepaalde manier op kunnen laten lichten door te werken met bomen en struiken die net een andere kleur, textuur en mate van transparantie.

De twee primaire kleuren rood en blauw ‘jutten’ elkaar op. Het rood contrasteert sterk door de blauw-groene context. De tulpen zijn ook hoger. De mengverhouding speelt hierin ook een rol.
Denk na over hoe je de aanwezige tuinonderdelen kunt inzetten om het beoogde effect te vergroten. Een pad waarvan de straatrichting in de lengte richting loopt helpt om de tuin langer te laten lijken.
Een focus punt in de eerste helft van de tuin doet het achterste deel van de tuin optisch gezien wegvallen. Beplanting die je net iets hoger op laat groeien maakt een doorgang smaller en kan bijdragen aan het gevoel dat een tuin lager is.

De vraag is of je — om een tuin langer te laten lijken — met elementen zou kunnen werken, bijvoorbeeld een pergola met bogen die naar achteren toe kleiner worden. Dit verschijnsel wordt ook wel ‘versneld perspectief ’genoemd.
Er spelen een paar zaken die belangrijk zijn om mee te nemen.
De afmetingen en de verhoudingen van een tuin spelen een rol. Bij een tuin met (maar) een diepte van 7 meter is het naar mijn idee nauwelijks te doen om de tuin groter/dieper te laten lijken.
Pas op met het toepassen van versneld perspectief, omdat het snel gekunsteld wordt, zeker met een bouwkundig element als een pergola met bogen. De vraag is sowieso of dat soort bouwkundige elementen zich lenen voor een dergelijke ingreep. Tot slot: stel je past versneld perspectief toe met behulp van een ‘lager wordende pergola’, vraag je dan af hoe laag het achterste deel is en hoe je dat ruimtelijk ervaart als je daar achter in de tuin zit of loopt.
In de afbeelding hieronder heeft de ontwerper een diagonaal in een doorgaand pad geïntroduceerd. Het onderliggende doel zou kunnen zijn om de trap links in het groen te verbinden.


Afgelopen zaterdag was het zover. Op naar de Kunsthal: netjes een tijdsblok gereserveerd, jassen opgeborgen. Komt u verder. De tentoonstelling is in meerdere opzichten meer dan indrukwekkend. En wat ik al vermoedde en vrijwel direct bewaarheid zag, is dat je niet per se iets met mode hoeft te hebben om te kunnen genieten van deze expositie, die je zintuigen op alle mogelijke manieren aanspreekt.
De expositie leidt je naadloos van de ene ruimte naar de andere: van onderwaterwerelden naar holistische beschouwingen en aardmagnetisme. De ruimtes staan model voor de verschillende zoektochten die Van Herpen aflegt en de vragen die ze zichzelf stelt.

Haar affiniteit met de natuur in de meest brede zin komt tot uiting in vormen, kleuren en de gelaagdheid in haar werken. Middels de sculpturale en monumentale benadering van haar creaties spreekt zij tot ons en doet zij een appel op ons voorstellingsvermogen. Zij bevraagt en stelt werelden tegenover elkaar.
Haar persoonlijke zoektocht loopt als een rode draad door de expositie. De bezoeker palmt ze in met organismen uit de oceanen tot en met het gedrag van water dat gevangen lijkt in een jurk. Haar schijnbaar oneindige creativiteit en verbeeldingsvermogen komen tot uiting in de creaties, die een dialoog aangaan met ons en onze wereld.

Het experiment, het onderzoeken, staat centraal bij Van Herpen. Mode overstegen! Deze expositie gaat over kunst, met de natuur als inspiratiebron. Haar kledingstukken zijn sculpturaal, monumentaal en—misschien wel het mooiste ervan—ze stelt ons de vraag hoe wij, als mensen, ons verhouden tot die natuur. Mode is een vehikel geworden voor het grotere verhaal.
Kunstenaars, ontwerpers, schilders en schrijvers staan in de kern allemaal voor een soortgelijke opdracht: hoe vertel ik mijn verhaal op een authentieke manier? Wat is mijn verhaal eigenlijk, en hoe relevant is het?
Om antwoorden te krijgen op grote vragen is onderzoek nodig—onderzoek dat de ene keer uitmondt in een schilderij, een andere keer in mode en weer een andere keer in een tuin. Onderzoek, doorzettingsvermogen, innovatie en de wil of de kracht om ermee door te gaan hebben kunstenaars en ontwerpers met elkaar gemeen.
Maar er is nog iets dat werkt als een motor, als een katalysator—iets dat de boel keer op keer aanzwengelt en ons de eindeloze energie geeft om door te gaan. Fascinatie is zo’n ding. Fascinatie gaat over de grote vragen. Fascinatie en verwondering gaan hand in hand.
Mode is een medium net zoals boeken en tuinen dat zijn. Wat is een tuin en welke aspecten spelen daarin voor mij een rol? Hoe maak ik mijn ideeën expressief? Het gaat hierbij niet over goed of fout, maar over kijken, vragen stellen, tonen.

Er is mode en er is haute couture, er zijn drukkers en grafisch ontwerpers, aannemers en architecten, hoveniers en tuinontwerpers. Ja, tuinontwerpers: ook zij mogen zich verwonderen, vragen stellen, beschouwen. Hoe verhouden wij ons tot de natuur? Op welke manier speelt de tuin daarin een rol? Niet belerend, maar innovatief en creatief prikkelend. Hoort deze attitude niet aan de basis van ons ontwerpvak te liggen?
Kortom: de expositie is een bezoek meer dan waard. Ze biedt hoop en geeft inzicht in hoe je je eigen vragen en verwondering kunt omzetten naar vormen en beelden die we samen laten komen in de tuin. Overigens heb ik mezelf kortgeleden een fraaie pet cadeau gedaan. Er is hoop!
www.kunsthal.nl/nl/plan-je-bezoek/tentoonstellingen/iris-van-herpen/