
























In de praktijk van alledag is het meer regelmaat dan uitzondering dat het maken van een beplantingsplan niet meer is dan een veredelde invuloefening. De open plekken in de tuin moeten worden opgevuld met groen en als er een tuinontwerp is dan worden daar netjes plantensoorten bij gezocht die aansluiten bij de wensen van de klant. Klinkt goed hoor ik je zeggen, maar volgens mij kan dat beter.

Fiets door een willekeurige woonwijk en je ziet dat de meeste tuinen aangeplant zijn met soorten als; hortensia’s, dakplatanen, leibomen en diverse grassen, al dan niet in combinatie met reuze sieruien. In het meest gunstige geval ontstaat er weliswaar een aardig beeld maar vaak een beeld dat weinig authentiek is en nauwelijks een relatie heeft met de ontwerpbedoelingen.
Natuurlijk is het belangrijk te luisteren naar de opdrachtgever. Maar bedenk dat het referentiekader van de gemiddelde opdrachtgever beperkt is. Tuinbezitters baseren zich op wat ze zien in tuinprogramma’s en populaire tuinboeken. Als een opdrachtgever de hulp inroept van een vakman geven ze daarmee aan in positieve zin te willen worden verrast. Het is aan de hovenier en ontwerper om de opdrachtgever te verleiden en de groene grens op te zoeken. Het braaf volgen van de eisen van de opdrachtgever zal zelden leiden tot een beplantingsplan ‘met een verhaal’ of symboliek, laat staan een origineel beeld. Een veelgehoorde opmerking van de groenprofessional is: “Maar de klant wil dit zo.”
In het boek Jan Kalff. Landschapsarchitect in de naoorlogse stedenbouw van Marinke Steenhuis, wordt dat fraai beschreven:
“Een programma van eisen voor een opgave kan min of meer rigide geïnterpreteerd worden. Het is aan de ontwerper om de lijst met vereisten op een logische en zinvolle manier in een tekening te verwerken. Wordt een programma heel strak opgevat, dan bestaat de kans dat de tekening een optelsom wordt van naast elkaar gelegen functies … een legpuzzel van eisen dat geen levensvreugde kan schenken.”

Een voorbeeld van een beplantingsplan ‘met een verhaal’ is de aangeplante strook met vaste planten in het centrum van Capelle aan den IJssel. Capelle is een stad gebouwd in het voormalig veenweide landschap dat uit een meters dikke veenlaag bestaat. Met de nieuwe inrichting van het centrumgebied verwijst de ontwerper met de beplanting naar de vegetaties die ooit het veenweidegebied kleurde. Een losse, natuurlijk aandoende beplanting met frisse opvallende kleuren. De ontwerper heeft deze beelden onderzocht in relatie tot texturen, bosachtige beplanting, kleuren en sferen om het vervolgens te vertalen naar een beplantingscompositie in een nieuwe context.

Dit soort ontwerpuitgangspunten zijn van groot belang om te komen tot interessante en tot de verbeelding sprekende beplanting die tegelijkertijd iets ‘vertelt’ over de plek. Pas als je als ontwerper helder hebt wat je wilt met de beplanting en wat de beplanting moet uitstralen is het een kwestie van zoeken naar de juiste plantensoorten. Het materiaal staat dus ten dienste van het ontwerpidee.
Als je niet helder voorogen hebt waar je naar toe wilt met de beplanting wordt het samenstellen vaneen beplantingsplan een min of meer willekeurige bezigheid. Op zich kunnen de soorten wel goed gekozen zijn en bij elkaar passen, maar meer dan dat voegt de beplanting dan niet toe. Het ontbreekt aan gelaagdheid en betekenis.
Hoewel op kleinere schaal is het met een tuin niet anders gesteld. Een goed tuinontwerp is verankerd met de plek. Met de keuze van de beplanting proberen de ontwerpbedoelingen uit te drukken. Dan krijgen planten betekenis. Dan voeg je met planten gelaagdheid en betekenis toe.


Het is heel gemakkelijk om je hoofd vol ideeën te stoppen, eindeloos plaatjes te zoeken op bijvoorbeeld Pinterest, maar het is een kunst om je ideeën op papier te zetten. Ik merk dat de meeste studenten gewend zijn om exact te denken vanuit hun achtergrond of werk. Ze weten precies wat ze moeten doen en kunnen direct aan de slag. Ontwerpen is een creatief proces, je hebt niet altijd direct hét idee om op papier te zetten. Dat moet broeden. Het komt ‘s nachts, onder de douche of op het laatste moment. Het creatieve proces is er een van zoeken, ontdekken, experimenteren, kiezen (!), beslissen, er iets van vinden, verwerpen, weer proberen en uiteindelijk afmaken en presenteren.

‘Genialiteit,’ zei Edison, ‘is één procent inspiratie en negenennegentig procent transpiratie’
Tussendoor kun je het punt bereiken waarop je wilt zeggen: ‘Ik zei het toch, ik ben niet creatief genoeg.’ De opleiding TuinArchitectuur is niet alleen leuke tuinen ontwerpen, het omvat veel meer; het is automatisch ook een persoonlijke ontwikkelingsstudie. Een zoektocht naar je vrijheid, een zoektocht naar jouw visie, een ontdekkingstocht naar jouw talenten.
Vrijheid; zet maar eens een idee op papier; dat moet je durven! Het is namelijk nooit in een keer goed. Het creatieve proces is er namelijk voor om te onderzoeken, ontdekken, uitproberen en kiezen. Soms geef ik studenten een dikke stift en laat ik ze lijnen op papier zetten. Om de eerste stap te durven zetten, het hoofd vrij te maken van ‘het meteen goed willen doen’. Het dunne potlood weg te leggen, daarmee krijg je namelijk de neiging om je meteen te verliezen in detail en loop je direct vast.
Een zoektocht naar je eigen visie; nadenken over wat voor ontwerper je wilt worden, wat vind je belangrijk? Wat vind je interessant? Wat vind je ‘goed’. En waaróm?

Een ontdekkingstocht naar je talenten; oefenen met tekentechnieken. Hoe kleur je je ontwerp in, wat vind je mooi, wat communiceert goed, op zoek naar je eigen stijl.
Als docent een bijdrage leveren aan die zoek- en ontdekkingstocht, vind ik ontzettend leuk om te doen. Je leert studenten niet alleen een tuin ontwerpen maar daagt ze ook uit in hun persoonlijke ontwikkeling en het creatieve proces. En die ontwikkeling, van de eerste tot en met de laatste les, is enorm! Elke keer weer.
Hier vind je meer informatie over de inhoud van de lessen en de vaardigheden die je leert. Tijdens de maandelijkse studievoorlichtingsochtend of -middag, kun je ook een proefles volgen.

Stagebegeleider Peter Kroesen: “Negen van de tien keer vindt een stageproject plaats aan het einde van de opleiding Tuinarchitectuur. Het is het ideale moment om de opgedane kennis in de praktijk te brengen en alle stappen voor een actuele en ‘echte’ ontwerpopdracht te doorlopen. Bij het koppelen van een stageproject kijken we altijd goed naar de achtergrond en aanwezige kennis van de student. Vaak hebben zij al korte of langere tijd werkervaring die van pas kan komen bij de vraag van de opdrachtgever. Hilde Reichgelt is interieurarchitect, door haar liefde voor tuinen en groen, koos zij in 2020 als aanvulling voor de opleiding Tuinarchitectuur. Ook al was zij nog maar net gestart, het ontwerpen van deze ‘binnen-buitenruimte’ in Hengelo paste perfect bij haar.”

De vraag is een binnentuin te ontwerpen over drie verdiepingen in de ruimte tussen de voormalige fabriekshallen en de voorgevel. Om deze binnenplaats te realiseren is een deel van het dak achter de voorgevel, verwijderd – hierdoor ontstaat een open binnen-buiten-situatie. Op de tweede verdieping wordt het woonhuis van de opdrachtgever gebouwd, waarbij het terras een deel van de binnentuin zal overdekken. Op de eerste verdieping zullen vier containers worden ingericht als Bed & Breakfast. In de voormalige fabriekshallen op de begane bevindt zich een stalling voor oldtimers, er wordt momenteel gewerkt aan een werkplaats met brug en een clubgebouw met bibliotheek.
De binnenplaats bestaat uit twee delen, gemarkeerd door een niveauverschil van ca. 20 cm. Het verhoogde deel ligt onder de eerste verdieping en is dus het overdekte deel – hier zal o.a. het ontbijt worden geserveerd voor de gasten. Het lagere deel, direct achter de gehele voorgevel, krijgt de functie van binnentuin. Hier staat ook een rechte steektrap met een industrieel uiterlijk, die naar de eerste en tweede verdieping leidt.

Hilde: “Een functionele en gemakkelijk te onderhouden tuin en binnentuin, die de industriële uitstraling van het gebouw benadrukt, dat was het belangrijkste uitgangspunt van de opdrachtgever. Een plek waar gasten en bewoners prettig kunnen verblijven, soms met elkaar maar ook met de mogelijkheid tot aparte zitplekken. Omdat nog niet duidelijk is of het pand bewaard kan blijven voor de toekomst of misschien toch moet worden gesloopt, kiezen we waar mogelijk voor hergebruik van materialen."
"Voor het beplantingsplan heb ik gekozen voor grassen en stevige stoere beplanting waaronder twee bomen in bakken om de hoogte van de ruimte te benadrukken en vanaf de etages verbinding te maken met de tuin. Ook de ingetogen kleuren met groen- en grijstinten sluiten aan bij het industriële karakter. Lavendel moesten we helaas schrappen vanwege een gebrek aan zonlicht.”

Uit de presentatie van Hilde: ‘De binnentuin van Gebouw 16 is als een groene oase, een weldadige plek om te relaxen en weg te dromen naar vervlogen tijden. Niet alleen vanwege de geschiedenis van het pand, maar ook door René’s passie voor oldtimers die hier een plek krijgen, maak je een sprongetje terug in de tijd. Een plek waar de gasten van de Bed & Breakfast, de bewoners, eigenaren van de klassieke auto’s en bezoekers, elkaar kunnen ontmoeten. Het licht valt, gebroken door het strakke architectonische lijnenspel van de dakspanten op de binnenplaats. Het contrasteert met de veelvormigheid van grote bladeren, mossen en grassen. Na verloop van tijd zal de binnentuin uitgroeien tot een plek waar de natuur het gebouw steeds meer lijkt over te nemen."
Peter: “De uitdaging voor Hilde was het ontwikkelen van een helder concept in een ingewikkelde ruimte. Juist door haar ervaring als interieurarchitect was het voor Hilde tegelijkertijd snel duidelijk de tuin als verlenging van de binnenruimte te zien. Volgens haar analyse en met behulp van sfeerbeelden van de opdrachtgever, heeft ze mede door haar achtergrond een perfect concept gepresenteerd. Mijn ervaring met Hilde laat eens te meer zien dat het lesgeven in kleine groepen een belangrijke kracht is van de OntwerpAcademie. We kennen de kwaliteiten en doelen van onze studenten. Mede daardoor kunnen wij bij zowel het koppelen van een stageproject als tijdens de begeleiding, ingaan op de individuele vaardigheden en de toekomstwensen van de student. Door al in een vroeg stadium te werken aan dit stageproject ondervond Hilde al snel dat tuinarchitectuur voor haar inderdaad een logische en belangrijke aanvulling is voor haar toekomstvisie, het gaf haar een enorme boost. Hilde’s thema, botanische industrie, waarbij de natuur het gebouw op den duur overneemt, vind ik bovendien heel mooi en sterk gekozen. Precies zoals de opdrachtgevers zelf zeggen: een schot in de roos.”

Peter: "De ontwerpdag start ik met een algemene presentatie over het ontwerpvak, over hoe een tuinarchitect te werk gaat, hoe hij of zij altijd eerst kijkt naar de plek, naar de omstandigheden en de omgeving. En natuurlijk naar de wensen van de klant.
Aansluitend laat ik de deelnemers een collage maken van hun visie op de eigen tuin. Het is altijd een mooi moment als ze het concept, de rode lijn te pakken hebben. Aan de hand van de collages stellen de deelnemers zich aan elkaar voor. Een voorstelrondje via de eigen tuin dus eigenlijk.
Al voor de pauze maken de deelnemers hun eerste schetsen. Daarbij loop ik langs en schuif aan met tips en adviezen. De lunch gebruiken we in de Rozentuin in Boskoop, een mooie plek om het eerste deel van de workshop even te laten bezinken.
Na de lunch zie je ook dat deelnemers elkaar opzoeken, ideeën en inspiratie uitwisselen. We sluiten de dag af met een korte presentatie van de plannen. Elke deelnemer gaat met een basisplan naar huis. Tussen de ontwerpdag en de beplantingsdag zitten minimaal twee weken waarin deelnemers desgewenst hun plan verder uitwerken."
Modeste: "Een week van tevoren ontvangen de deelnemers een 'huiswerkmail' zodat ze goed voorbereid aan de beplantingsdag kunnen beginnen. Net als Peter start ik de workshopdag met een presentatie over het werk van een beplantingsspecialist en waar je op let bij het maken van een beplantingsplan. Ik laat ter inspiratie veel foto's zien van tuinen met verschillende beplantingsstijlen. We kijken voor het beplantingsplan ook naar de standplaats en welke planten het meest geschikt zijn voor de eigen tuin.
Daarna volgt het stappenplan waarmee de deelnemers zelf aan de slag gaan. Samen met een collega begeleiden we iedereen daar persoonlijk bij. Aan het einde van de dag heeft iedereen een concreet beplantingsplan. Voor de complete tuin of voor een specifieke border. Naast dat er hard wordt gewerkt is het ook een heel gezellige dag. De workshopruimte in de Botanische Tuin in Utrecht, draagt daar ook zeker in bij."
Is je tuin groter dan 800m2? Komend seizoen bieden we voor grote tuinen een driedaagse workshop aan: twee dagen ontwerpen in Boskoop - waarbij je op dag twee al een hoofdopzet maakt voor de beplanting - en een beplantingsdag in de Botanische Tuin in Utrecht.
Kijk hier voor meer informatie.
Voorafgaand aan het nieuwe seizoen een foto-impressie.