

























Zo ontstond het idee voor een Podium Boskoop-avond waar collega en tuinontwerper Jetteke Sjouke laat zien hoe Morpholio Trace werkt en wat je er mee kunt. De lezing was een groot succes. Voor wie er niet bij kon zijn: maandag 10 januari a.s. organiseren we de avond opnieuw. Onderstaand geef ik alvast een inkijkje in de mogelijkheden.
Wat je nodig hebt is een tablet met een tekenpen. De app kun je downloaden. De jaarlijkse kosten voor de app bedragen zo’n 20 euro. Op de tablet na, die een investering vraagt van zo’n 1000 euro, zijn de kosten te overzien. De bedragen noem ik om je een idee te geven, in de praktijk kunnen de bedragen afwijken.

Als je het programma start, opent het met een overzichtelijk werkblad. Links, rechts en bovenaan het werkblad zijn kolommen te zien waar je met diverse functies aan de slag kan. De gehanteerde symbolen zijn begrijpelijk. Het werkt direct en vooral intuïtief. De schaal van je tekenblad is eenvoudig in te stellen, hetzelfde geldt voor het toevoegen van je logo en je bedrijfsnaam. Hoewel het programma beschikt over diverse standaards als plantensymbolen die je kunt toepassen uit de bibliotheek en dat je gebruik kunt maken van standaardtemplates, valt me het persoonlijke aan de tekeningen op. De tuinelementen kleur je in met een tekenpen waarbij je zowel de kleuren als de pendiktes kiest. De getoonde tekeningen hebben een schetsmatig karakter en dat oogt heel prettig. Ook met dit programma werk je in lagen zoals we dat kennen van onder andere SketchUp en Photoshop.

MorpholioTrace lijkt mij vooralsnog een prima programma voor de eerste (schets)fases in het ontwerpproces. Een tablet is handzaam en kun je overal mee naar toe nemen. Elke gemaakte tekening en schets kun je opslaan om er later verder aan te werken. Vooral het intuïtieve en het schetsmatige werkproces spreken mij aan. Het programma heeft ook een functie om 3D te tekenen, maar dat is tijdens de lezing niet besproken.

Tot slot wil ik nog wel benadrukken dat we binnen de OntwerpAcademie de komst van digitale tekenprogramma’s zeker toejuichen, maar dat we het niet zien als een vervanger voor de eerste stappen van het ontwerpproces. Inventarisatie, analyse en concept zien wij als fases waarbij juist het handmatig tekenen en schetsen de ontwerper meer ‘gevoel’ zal geven bij het project. Tijdens de studie Tuinarchitectuur stimuleren we het handmatig tekenen ook om te voorkomen dat studenten teveel met de ‘techniek van de knoppen’ bezig zijn. Tuinarchitectuur is een ambacht, je traint er je hand- en oogcoördinatie. Niettemin neem ik me voor om de mogelijkheden van Morpholio Trace nader te onderzoeken. De lezing van Jetteke Sjouke was voor mij een ideale eerste kennismaking.
Andere digitale tekenprogramma’s zijn onder andere: SketchUp, Vectorworks, Autocad, Landxpert. Mijn ervaring is om vooral te kiezen voor één programma, dan leer je dat programma echt goed beheersen en kun je alle mogelijkheden goed benutten.

“Het overbrengen van mijn liefde voor natuur aan kinderen, zal ik zeker gaan missen. Maar ik wil mij nu echt volledig wijden aan het ontwerpen van tuinen. Ik had steeds vaker het gevoel beiden half te doen. Het was tijd om een keuze te maken, een knoop door te hakken.”
Ester van der Werf sloot dit jaar de opleiding Tuinarchitectuur af met een examen – de eerste onder de vlag van de OntwerpAcademie. Maandag 15 november jl. ontving zij haar diploma op de leslocatie in Hazerswoude-Dorp. In een serie interviews kijken studenten terug op de lessen en vertellen over hun dromen en ambities.

“In 2019 ben ik gestart met de opleiding Tuinarchitectuur bij de OntwerpAcademie.” Lachend: “Voor de directe aanleiding voor deze keuze, moeten we even terug in de tijd. Ik werkte jarenlang als beheerder van een stadsboerderij in Den Haag. Na 15 jaar besloot ik de overstap te maken naar docent natuur- en milieueducatie. Omdat ik groenkennis miste, koos ik voor de hoveniersopleiding in Houten, bij het Wellant College. Bij een bevriende hovenier deed ik extra praktijkervaring op in de aanleg en het onderhoud van tuinen. Ook vroeg hij mij af en toe om (een deel van) een tuin te ontwerpen. Superleuk om te doen. Wel merkte ik dat ik ontwerpkennis miste: hoe kom je van een conceptidee tot een concreet ontwerp? Welke stappen moet je zetten? Ik probeerde een online cursus tuinontwerpen, maar dat was niks voor mij. Via een kennis kwam ik in contact met de OntwerpAcademie.
“De OntwerpAcademie leert je niet alleen een mooi ontwerp te maken, maar heeft ecologie en duurzaamheid hoog in het vaandel staan.”
En ik vond het heerlijk! Heerlijk om weer ‘naar school’ te gaan. Nieuwe dingen leren, veel tekenen en ik voelde me er direct op mijn plek: de OntwerpAcademie leert je niet alleen een mooi ontwerp te maken, maar heeft ecologie en duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Een echte meerwaarde van de opleiding is het zien en bespreken van elkaars werk en te kunnen samenwerken aan een project. Een eyeopener was de relatie die onze docent legde met kunst. Zelf haalde ik mijn inspiratie tot dan vooral uit de natuur. Door Dolf’s bevlogen verhalen over kunst heb ik de musea weer herontdekt. Ik kom nu regelmatig in Museum Voorlinden en was ook al een paar keer in het Stedelijk Museum in Schiedam. Ik let dan op de belijning, de vlakverdeling en de kleuren. Heel inspirerend.

Een van de leukste opdrachten vond ik het maken van een ontwerp voor De Tuin van de Toekomst. Het was tegelijk een ontwerpwedstrijd in samenwerking met de consumentenbeurs TuinIdee. We mochten helemaal los gaan op het thema. Nou dat hebben we ook gedaan, er waren prachtige ontwerpen bij. Fantastische ideeën, van heel futuristisch tot heel aards. Het heeft me geleerd ‘buiten de box’ te denken. En ook al waren de winnende ontwerpen vooral praktisch uitvoerbaar, ik vond het heel mooi om te zien welke ideeën er ontstonden.
Door de twee lockdown-onderbrekingen is de opleiding uitgesmeerd over een langere periode. Jammer natuurlijk, maar een heel sterk argument om de fysieke lessen niet te vervangen door online lessen. Bovendien was ik al gestart als zelfstandig ontwerper en kon ik voldoende aan de slag. Ook konden we met vragen en voor extra opdrachten terecht bij het OpenAtelier, zo onderhielden we goed contact. Echt geweldig is de mogelijkheid om te kunnen werken aan een stageproject. Ik had een heel uitdagende opdracht, vooral vanwege de omvang, waarbij stagecoördinator Peter Kroesen me steeds goed op het juiste spoor hield. Ik ben heel trots op het ontwerp Duintuin. Het wordt op dit moment aangelegd.

Ja en toen het langverwachte examen. Dolf vertelde vorig jaar dat hij de examens in eigen beheer ging organiseren. Alles daar omheen: opzetten, ontwikkelen, toetsen, de juiste mensen bij elkaar brengen, doe je niet in een paar weken, maar ik wilde er graag op wachten. Het examen bestaat uit twee delen en met name het praktijkonderdeel was een hele klus. Ik ben ruim drie weken onafgebroken met de examenopdracht bezig geweest. Het voordeel was dat ik me nauwelijks heb hoeven voorbereiden op de presentatie, alles zat nog allemaal heel goed in mijn hoofd. Spannend was vooral toen bleek dat ik – al aan het begin van het ontwerpproces – de situatie verkeerd had geïnterpreteerd: ik dacht dat er weids uitzicht was aan de achterkant van het perceel die er niet bleek te zijn. Het concept had ik daar voor een groot deel aan opgehangen. Ik kon het niet meer aanpassen en besloot het zo te laten. Maar dat moest ik wel even uitleggen aan de examencommissie. En dat was even heel spannend! Gelukkig kon mijn verhaal hen overtuigen. Als opbouwende kritiek kreeg ik mee: je concept is sterk, zwak het niet af door dingen aan je ontwerp toe te voegen die niet nodig zijn. Oftewel: ‘less is more!’

Wat voor mij bovenaan staat bij elke nieuwe ontwerpopdracht? Ik luister heel goed naar de klant en probeer te destilleren wat echt belangrijk is voor hem of haar. Het is natuurlijk fijn als ik een klik heb met een klant, maar als dat er niet meteen is probeer ik een gezamenlijke interesse te vinden. Dat maakt de samenwerking een stuk makkelijker. Uiteindelijk is het een project dat je samen aangaat met als doel een eigen unieke plek die helemaal aansluit bij de bewoners. Mijn toevoeging is absoluut mijn grote liefde voor de natuur. Dat zal ik altijd ‘meegeven’ in mijn ontwerp. Het mooie is – en dat neem ik ook mee inde gesprekken met de opdrachtgever – met kleine aanpassingen kun je al een groot verschil maken voor de biodiversiteit. Ik maak graag rijkbloeiende, voedselrijke tuinen met zoveel mogelijk groen en zo min mogelijk bestrating. Een tuin waar ruimte is voor mens, plant en dier.
De veelzijdigheid is voor mij het meest bijzondere en aantrekkelijke aan dit vak. Alle opdrachten zijn uniek en mooi in al hun vormen. Of ik nou een piepkleine stadstuin omtover tot een natuurlijke oase of een Duintuin maak op een perceel van 2000 m2, het is bijzonder om steeds weer iets nieuws te mogen bedenken en dat maakt het vak zo leuk. Daarbij wil ik stiekem iedereen laten zien hoe mooi de natuur is en dat het zich gewoon afspeelt op eigen balkon of inde eigen tuin. Mijn droom voor de toekomst is om zo veel mogelijk tuinen ‘vol natuur’ te maken. Ik wil de grens opzoeken tussen een gecultiveerde, beheersbare plek en aan de andere kant zoveel mogelijk ruimte geven aan flora en fauna. Daar een optimale mix in vinden, dát is mijn ontwerpdroom voor de toekomst.”

“De lessen waren een feestje bij de OntwerpAcademie. Superleuk om bij deze lichting afgestudeerden te horen.”
Op de leslocatie in Hazerswoude-Dorp werd de champagne ontkurkt om het feestelijke moment te vieren.

"Met een geweldig team hebben we het Examen Tuinontwerper opgetuigd en ontwikkeld, ik zie dit echt als een nieuwe mijlpaal in de korte geschiedenis van de OntwerpAcademie.”
Dolf Houtman: “Ik ben ontzettend trots. Allereerst op de studenten Tuinarchitectuur. Ik heb grote waardering voor ieders houding, de wil en gedrevenheid om te onderzoeken, te leren en te groeien in het vak. Trots ben ik ook op de samenwerking met onderwijskundige Ton Vis, samen met hem en Jetteke Sjouke van het Examenbureau, konden we de stappen zetten die nodig zijn om tot dit Examen Tuinontwerper te komen. Daarnaast ben ik enorm trots op de motivatie en bereidheid van Jan Janse zich te willen inzetten voor de examencommissie, samen met Pamela Rusman en onze eigen collega Adri Voorwinden. We staan hier nu dankzij een geweldig team. Met elkaar hebben we het Examen Tuinontwerper opgetuigd en ontwikkeld, ik zie dit echt als een nieuwe mijlpaal in de korte geschiedenis van de OntwerpAcademie.”

Voorafgaand aan het officiële moment zoeken de studenten elkaar op, belangstellend naar elkaars ervaringen. De verschillende eindexamenopdrachten liggen ter inzage en oogsten veel lof. Studenten, examencommissie en medewerkers van de OntwerpAcademie blikken terug op de voorbereidingsfase en eten ondertussen een broodje. “Informeel en met oog voor detail,” vat een van de studenten de sfeer samen. Dan is het tijd voor de diploma-uitreiking. Dolf heeft voor elk van de studenten een persoonlijk woord, bloemen en het felbegeerde diploma. Lennard de Boer, een van de weinige studenten met een hoveniersachtergrond: “De OntwerpAcademie heeft mij echt op een andere manier leren denken en kijken. Heel leerzaam en verfrissend.”

Bloemen, applaus, foto’s en champagne. “Het is echt terecht dat we er met elkaar een feestje van maken,” zegt examencommissielid Pamela Rusman: “Ooit startte ik zelf mijn loopbaan als tuinontwerper. En ondanks mijn huidige en mooie beleidsfuncties, ligt mijn hart nog steeds bij het ontwerpen van tuinen. De OntwerpAcademie vind ik een sympathieke opleiding die zes jaar geleden precies in het gat is gesprongen tussen vraag en aanbod. Kleinschalig, maar meteen zeer compleet programma. Inclusief excursies, hoe je een bedrijf opzet en met diverse mogelijkheden om aan een netwerk te bouwen. Een fijne plek en voor mij een mooie gelegenheid betrokken te blijven bij het tuinontwerpvak. Met het team kijken we alweer vooruit, op naar volgende stappen.”


"Als kind droomde ik van een carrière als bioloog. Ik was altijd en ben nog steeds graag in de natuur en heb een fascinatie voor alles wat groeit en bloeit. Ook had ik van jongs af aan veel affiniteit met tekenen. Tijdens de lagere en vervolgens middelbare en hogere tuinbouwschool, ontdekten docenten een talent voor ontwerpen en ik koos voor de studie Tuin- en landschapsarchitectuur in Wageningen die ik later vervolgde op de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Mijn loopbaan in het kort: ik werkte op diverse schaalniveaus bij ontwerpbureau Blaauboer in Wageningen, de gemeente Rotterdam, het ministerie van VROM en bij advies- en ingenieursonderneming Arcadis. Op dit moment werk ik bij Staatsbosbeheer als landschapsarchitect en heb ik een eigen ontwerpbureau.”
Lachend: “Nu ik mijn stappen in de afgelopen veertig jaar zo vertel, realiseer ik mij eens te meer dat en waarom ik voor de lange weg heb gekozen. Het is een combinatie van ‘iets willen doen wat er toe doet’, nieuwsgierigheid en een brede interesse. En het mooie, in alle functies, organisaties en activiteiten loopt de rode draad: mijn liefde voor natuur, tekenen, creatief verbindingen leggen en mensen betrekken. Van het ontwerpen van buitenruimtes bij de gemeente Rotterdam tot aan mijn huidige functie bij Staatsbosbeheer als landschaps- en cultuurhistorisch adviseur.

Die nieuwsgierigheid, steeds verschillende dingen aanpakken en inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen, dat herken ik ook in Dolf [Houtman]. Niets is een eiland, alles heeft met elkaar te maken en zowel landschaps- als tuinontwerpers zijn heel goed in staat mee te denken over sociaalmaatschappelijke, klimatologische en milieuvraagstukken. Onderwijs is hierbij superbelangrijk. Ontwerp je puur wat de klant wil of denk je – vanuit de klant – naar wat nog meer mogelijk is? Van collectieve tuinen waarin bewoners bij elkaar komen tot bijenvriendelijke en voedseltuinen. Tuin- en landschapsontwerpers hebben de maatschappij echt iets te bieden. Bij de OntwerpAcademie krijgen complexe vraagstukken een plek.

Dit jaar is mijn tweede termijn ingegaan als bestuurslid bij de NVTL, de Nederlandse Vereniging voor Tuin- en landschapsarchitectuur. Daar ook heb ik Dolf leren kennen. We spreken elkaar binnen de werkgroep vakontwikkeling, over mogelijkheden binnen het onderwijs. Begin dit jaar vertelde hij over de nieuwe stap binnen de OntwerpAcademie en of ik iets voelde voor een rol in de examencommissie. Juist omdat we ons beiden inzetten voor kwalitatief onderwijs waarmee we ons vakgebied verder kunnen ontwikkelen, stemde ik daar graag mee in. En deze zomer konden de eerste studenten zich inschrijven voor het examen Tuinontwerper. Het examen bestaat uit een Kennistoets met meerkeuze en open vragen en vervolgens het Praktijkexamen waarbij de kandidaten een tuinontwerp uitwerken en daarna mondeling presenteren voor twee examinatoren. De examencommissie bestaat uit drie onafhankelijke tuin- en landschapsontwerpers. Samen met de OntwerpAcademie hebben we het afgelopen jaar veelvuldig overleg gehad, criteria vastgesteld en een werkwijze ontwikkeld. De examencommissie ziet uiteraard alle ontwerpen van de examenkandidaten, overlegt en beoordeelt. Mijn taak als voorzitter is namens de gehele commissie de examinatoren te adviseren over hun eindoordeel en waar mogelijk de wijze waarop wordt geëxamineerd te verbeteren. De eerste examens zijn onlangs afgerond en maandag 15 november a.s. bouwen we een klein feestje rondom de eerste diploma-uitreiking.

Ik denk altijd in sferen. Met welk soort of type verblijfsgebied heb ik te maken en wat wil ik, of wat wil de opdrachtgever uitstralen? Naast sfeer gaat het mij om een balans in gelaagdheid, een samenspel van bomen, struiken en planten. Ik geniet enorm van zorgvuldig afgestemde plantentuinen. Ik hou van eenvoud, balans en helderheid, met planten die qua omstandigheden thuishoren op die plek. Ik denk dan gelijk aan de tuinen van Mien Ruys, erg mooi en gebalanceerd. Ook ben ik een groot liefhebber van het werk van landschapsarchitecten Hein Otto en Hans Warnau. Wat in dit verband misschien leuk is om te noemen: ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van de NVTL verschijnt er eind november een special van het vakblad Tuin en Landschap waarin uit elk decennium een voorbeeldtuin wordt behandeld. Het geefteen prachtig overzicht van de tuinarchitectuur uit de afgelopen eeuw.

Hans Warnau was overigens mijn leermeester in Wageningen. Hij kon mij echt meenemen in zijn overwegingen. Ook van Hein Otto heb ik veel geleerd. Hij was voor mij een meester in compositie en iemand die met minimale middelen het maximale kon bereiken. Het summum was zijn eigen tuin. Een paar bomen op de juiste plek en een haag. Dat is het. Pure eenvoud en maximale schoonheid.
Op dit moment werk ik bij Staatsbosbeheer aan actuele opgaven rond klimaatverandering en landschap. Opgaven waarbij ontwerpers op kleine schaal ook veel kunnen bereiken. De meest duurzame tuin is uiteindelijk een tuin waar alles klopt, waar de tuinontwerper weet wat hij doet en waarom. Het is een veelomvattend vak waar een belangrijke basis kan worden gelegd. Het gaat over bodem, water, ecologie, biodiversiteit en plantenkennis. En dat meenemen in een ontwerp dat aansluit bij de wensen en omstandigheden van de opdrachtgever. Kortom: een prachtig vak! Over mijn grootste inspiratiebron hoef ik dan ook niet lang na te denken. Dat is en blijft de natuur. Ik leer er nog steeds elke dag.”
