
























Wat steeds duidelijker wordt, is dat nieuw leven voor een belangrijk deel herleid kan worden uit een hele specifieke, buitengewoon diverse en fascinerende groep organismen: de fungi.

Fungi is een verzamelterm voor schimmels en meervoud van fungus. Schimmels nemen een aparte plaats in bij de indeling van het leven op aarde, naast het plantenrijk en het dierenrijk. En alhoewel de term schimmel heel lang een negatief imago heeft gehad in onze beleving, zijn schimmels al miljarden jaren een fundamenteel onderdeel van al het leven op aarde. Ze zorgen voor de afbraak van alle dode organismen, zodat de bouwstenen weer opneembaar worden voor nieuwe. Fungi spelen dan ook een cruciale rol in de evolutie van levende wezens op aarde en het ontstaan van nieuw leven.

Momenteel zijn er 2.2 tot 3.8 miljoen verschillende soorten bekend. Ze zijn even divers als talrijk. Er zijn zowel eencellige (zoals gisten) als meercellige soorten (zoals paddenstoelen) en ze kunnen zich zowel geslachtelijk via sporen, als vegetatief via schimmeldraden vermeerderen.
Een paddenstoel is het bovengrondse vruchtlichaam van een schimmelsoort en verspreider van de sporen. Ondergronds bestaan schimmels uit een ongelooflijk uitgestrekt netwerk van draden met hele bijzondere communicatievaardigheden, een vorm van elektrische signalen. Het is een onderdeel van een heel ondergronds communicatienetwerk samen met planten en andere organismen, ook wel The Wood Wide Web genoemd. Als je je oor op de grond drukt in een stil stukje natuur kun je dit ook horen, dus weet waar je op loopt bij elke stap in de natuur.

Gelukkig is er toenemende aandacht voor het belang van bodemleven inclusief (bodem-)schimmels en bacteriën. We weten inmiddels dat schimmels een sleutelrol spelen in de complexe ondergrondse wereld van bodemorganismen. Planten profiteren enorm van de aanwezigheid van schimmels voor hun voedselopname en voor hun eigen communicatiesysteem. Ze worden weerbaarder en gezonder. Vanuit deze gedachte ontwikkelde de Engelsman Charles Dowding zijn 'No Dig' theorie. Oorspronkelijk bedoeld voor zijn moestuin, maar het bleek van algemene waarde te zijn voor gezonde plantengroei.
Deze theorie stelt dat het uitsluitend toevoegen van organisch materiaal aan de toplaag (mulchen) en het verder ongemoeid laten van de bodem, een betere oogst oplevert dan de eeuwenoude 'ploegen en spitten methode'. Het organische materiaal stimuleert namelijk het bodemleven en door niet te spitten verstoor je deze ook niet. Het bodemleven zorgt verder dat de voedingsstoffen opneembaar worden voor de planten. Een principe dat steeds meer wordt toegepast, niet alleen bij moestuinen en permacultuur, maar bij allerlei vormen van groene aanplant. (Zie deze link: https://www.youtube.com/watch?v=VJhGIrqKs1k).

De verscheidenheid aan schimmels is duizelingwekkend. Niet alleen qua uiterlijke kenmerken, maar ook qua functionele eigenschappen. Ondanks dat ze geen hersenen hebben, zijn schimmels volgens wetenschappers bijzonder flexibel met een groot aanpassingsvermogen en hoge intelligentie. Als mens kunnen we ontzettend veel van ze leren, vooral met oog op de veranderende wereld.
Hoe meer we denken in natuurlijke processen, des te meer ruimte we creëren voor een natuurlijke balans. Zowel onder- als bovengronds. Soorten die wij nu nog als onbelangrijk of zelfs onwenselijk beschouwen, zullen op een bepaald moment hun waarde bewijzen, want als er iets is dat we geleerd hebben de laatste decennia, is dat de we als mens nog veel te weinig weten om te kunnen oordelen over de waarde van andere organismen. Inzicht in het grote geheel blijkt onontbeerlijk voor een gezonde toekomst van al het leven op aarde, inclusief de onze.

Als je meer wilt weten over de fascinerende wereld van schimmels zijn er vele leerzame filmpjes en boeken om te bestuderen. Hieronder vind je een aantal links. En kijk vooral ook buiten, bijvoorbeeld naar de enorme diversiteit van paddenstoelen en waar ze groeien. Veel plezier!
Een prachtige film is bijvoorbeeld Fantastic Fungi.
BBC filmpje over The Wood Wide Web. Paul Stamets is een expert op het gebied van mycologie, ook ten aanzien van de medische kwaliteiten van schimmels.
Over de indrukwekkende intelligentie van organismen zonder hersenen.
Monica Gagliano heeft veel onderzoek gedaan naar plant-bio-acoustics en de hoorbare communicatie van planten en schimmels.
Boek 'No Dig' van Charles Dowding.
Boek Het verborgen leven van bomen van Peter Wohlleben.


Terwijl de regen met bakken uit de hemel komt voor de zoveelste dag op rij, kijk ik naar een deel van de tuin waar ik nog plannen mee had. Zoals het er nu naar uit ziet zijn dat plannen die doorgeschoven worden naar een ander moment. Wanneer ik wel weer door de tuin kan lopen en de grond bewerkbaar is. Mijn herfst-winteraanpak is namelijk geheel afhankelijk van het weer, én de beschikbare tijd.
Wat sowieso wel ieder jaar moet gebeuren is het blad van onze enorme kastanjeboom zo goed en kwaad als het gaat van het gras afhalen. Het blad in de borders laat ik liggen, op het gras moet het er wel af. Dit verwijderen heb ik inmiddels in etappes gedaan en vorig weekend werd ik blij verrast: onder het blad kwamen al de eerste puntjes van de sneeuwklokjes tevoorschijn, hoop op betere tijden!

Het blad voer ik af naar takkenrillen om ruimte te bieden aan insecten, egels en vogels om te schuilen en broeden. Tijdens het wegharken van het blad bekijk ik de hagen die niet te temmen lijken en besluit deze ook mee te nemen in de jaarlijkse snoeiactie. De meidoornhaag, ooit geplant voor beschutting en inkijk, kan flink worden teruggezet, dit maakt het onderhoud gemakkelijker. Bovendien is de heester in het vak ervoor inmiddels zodanig gegroeid dat inkijk flink minder is.

Eigenlijk is alles wat ik in de tuin doe gebaseerd op kijken en pas ingrijpen wanneer het echt niet anders kan. Het grote snoeiwerk van de bomen bekijk ik jaarlijks en pak ik aan op basis van prioriteit. Gevaarlijke situaties moeten worden opgelost en vervolgens kijken we hoe ver we met de rest van het lijstje komen. De winteraanpak voor de plantvakken is vrij simpel: ik laat alles natuurlijk afsterven en knip pas terug in het voorjaar. Is het dan een rommeltje? Zelf geniet ik wel van al die tinten en stadia van verval en de dieren en jonge zaailingen hebben zo wat bescherming.
Niet in de laatste plaats geeft het me ook tijd om binnen weer plannen te maken voor een nieuw pluktuindeel of een ander nieuw tuinidee. Mijn tuin is mijn laboratorium en atelier. Door al dat kijken kom ik weer op nieuwe ideeën!
“Beste Peter, vandaag hebben wij Gido op bezoek gehad. Hij overhandigde ons het tuinontwerp in een prachtige presentatie. Gido is heel creatief omgegaan met onze ideeën, wensen en mogelijkheden. Strakke lijnen die aansluiten bij onze woning en bloemige, kleurrijke borders. Inhoud, kwaliteit en uitvoering overtroffen onze verwachtingen. Hartelijk dank ook voor de begeleiding, wij zijn erg blij met het resultaat.”
– Jan-Willem en Monique van den Berg

Peter: “Gido is een sterke tekenaar. Zijn ontwerpen zien er mede daardoor prachtig uit. Maar, ontwerpen is uiteraard meer dan goed kunnen tekenen. De uitdaging bij Gido was vooral om hem van een sterk trendgevoelig ontwerp, te begeleiden naar een consistent totaalconcept. Een tuin staat nooit op zichzelf, het ontwerp moet aansluiten bij het huis, de omgevingsfactoren en natuurlijk de wensen van de opdrachtgever. Het huis van Jan-Willem en Monique is strak en modern. Als tuinontwerper dien je de architectuur van het huis altijd met respect te behandelen.

Een sterk element in Gido’s ontwerp zijn de lijnen en vormen, ze sluiten perfect aan bij de vorm en uitstraling van het huis. Als contrast kiest hij voor veel kleur in de borders en voor insectenvriendelijke planten en bomen. Waar ik hem vragen over stelde had vooral te maken met het toevoegen van elementen zonder specifieke reden. Stapstenen in het gras bijvoorbeeld vormen een speels element, tegelijkertijd dient het onderdeel te zijn van een consistent ontwerp. Voor iedere keuze die je als ontwerper maakt moet een reden zijn. Het contact en de afstemming met de klant is een belangrijk onderdeel in het Stageproject en een tevreden klant is absoluut veel waard. Zelf vind ik het vooral heel mooi om de ontwikkeling te zien tussen de eerste schetsen en het eindontwerp. Zo is Gido voorzichtiger omgegaan met het toevoegen van losse elementen, waardoor het ontwerp meer een geheel is geworden. Nu staat er een totaalontwerp dat klopt.”
Wil jij als tuineigenaar, als ondernemer of vanuit de organisatie waar je voor werkt, ook in aanmerking komen voor een gedegen tuinontwerp voor jouw project? Hier kun je meer lezen over doel, uitgangspunten en voorwaarden.



Als ik een tuin ontwerp, behoud ik graag het groene karakter dat er al is. In mijn eigen situatie heb ik een groene tuin als basis, een mussenkolonie en veel privacy. De tuin die we er van willen maken is een groene, beschutte en eetbare tuin. De basis ligt er al zou je zeggen, maar de beplanting die er nu staat, bestaat uit giftige planten en exoten zoals Taxus (lekkere bes overigens maar met een ontzettend giftig zaadje), Amerikaanse vogelkers en coniferen. Met de Taxus kan ik leven met de rest liever niet. Dus we hebben uiteindelijk toch besloten om tegen onze natuur in de minigraver en de kettingzaag in te zetten. Alles overhoop…

Dat doet best pijn. Maar, het komt weer goed! De oneetbare conifeer hebben we laten staan omdat daar de mussenkolonie in woont en deze boom veel privacy geeft. De rode Kornoelje en de taxus staan nog. De nieuwe eetbare planten gaan we er zo snel mogelijk in zetten zodat het beeld in de zomer weer groen is.
We maken de tuin eetbaar met meerjarige planten. Eén-jarigen zoals sla, aardappelen en wortelen telen we in onze moestuin. Het wordt een knusse tuin met een fijn terras, een stukje gras, wat bomen, genoeg schaduw en mooie plantenborders. Wat betreft onderdelen een ‘gewone’ achtertuin dus, maar, alle planten zijn eetbaar. Ik wil mooie combinaties maken met keukenkruiden zoals Wilde Marjolein, Salie, Rozemarijn, Mierikswortel en groenten zoals Asperge, Roomse Kervel, Kardoen, Venkel en andere wat ongewonere eetbare planten als Hosta, Pimpernel, Lieve-vrouwe-bedstro en de lampionplant. Als herborist gebruik ik ook graag geneeskrachtige kruiden zoals de Moerasspirea, Engelwortel en Duizendblad. Struiken zoals Kruisbes, Fazantenbes, Gele Kornoelje een Olijfwilgkrijgen ook een plek, ik twijfel nog over de Mahoniestruik, daar heb je hele grappige variëteiten van en ze geven eetbare bessen. Daarnaast gaan we een Appelboom planten en een Amandel. Nog wat leifruit tegen de schutting zoals een Kaki en wilde Perzik en een Druif, Schijnaugurk en een Japanse wijnbes over de pergola.

Het leuke van een eetbare tuin op deze manier is dat je niet uit je tuin hoeft te eten, niet eindeloos aan het zaaien en wieden bent, maar kan snoepen en er uit koken als je zin hebt. En ondertussen heb je een groene, bloeiende tuin die niet alleen voor ons eetbaar is maar ook voor andere bezoekers aan de tuin, klein en groot. Zo zal de egel vast ook blijven, we hebben zijn holletje niet aangeraakt en wat takken laten liggen.
De kaalslag is nu nog pijnlijk en onwennig. Toch is het een weloverwogen keuze. Nu eerst aan de slag zodat we komend voorjaar kunnen genieten van onze groene, eetbare tuin. Een update volgt :-).