


























Wie regelmatig door een bosgebied loopt, weet hoe fascinerend alleen al het pad is waarover je loopt, met steeds wisselende uitzichten en verrassingen na elke bocht. Het bospad heeft een sterke zichtlijn, met hier op de foto’s een licht maisveld aan de horizon. Naarmate je verder loopt zijn er veel subtiele veranderingen die de route interessant maken.
De balans van de ervaring van de zichtlijn ten opzichte van het bos zelf, verandert onderweg. Dat is ook te zien op de fotoreeks, met steeds een gradueel verschil per foto. Op de eerste: veel bos en weinig uitzicht. Op de laatste – aan het einde van het pad – is het bos alleen nog een omlijsting van het maisveld.

Onderweg verandert het licht door de afwisselende dichtheid van de bomen. Gaandeweg blijkt het bos geen dichte groene wand. De structuur van de zichtbare stammen langs het pad geeft ritme. Steeds maken de stammen die dichtbij staan verbinding met elkaar, waarbij ze een onregelmatige begeleiding vormen van zwartbruine pilaren die het gefilterde bladerdak dragen.
De schaal van een bos kan je laten zien hoe bepaalde structuren werken, hoe elementen als bomen een ruimtelijke relatie aangaan met elkaar. Het bos geeft de ruimte om te kijken en ideeën op te doen en die ideeën te vertalen naar een ontwerp.

De twee rechter foto's hierboven zijn van dezelfde plek. Het pad ligt vanuit de meeste aanzichten verborgen in het landschap. Dat maakt een verschil in het beeld; een solitair bosje op een heuvel versus een toegankelijk uitzichtpunt.
Het is nuttig en leerzaam om de natuurlijke buitenruimte te gebruiken als stalenboek voor alle mogelijke structuren. Laat je erdoor inspireren!
[1] Wat wij nu een bos noemen zien wij als natuur. In Nederland zijn alle natuurgebieden inmiddels vormgegeven natuur waarbij een keuze wordt gemaakt welke vorm natuur we willen zien en ervaren.

Maak een inrichtingsplan voor de buitenruimte rondom de woning uit 1875, rekening houdend met de andere objecten op het terrein. Dat was globaal de vraag van de opdrachtgevers. Peter Kroesen: “Jennie en ik gingen samen kijken op locatie en ontdekten rondom het monumentale pand van de voormalige boerderij een tuinontwerp uit die tijd: in de Engelse landschapsstijl en oorspronkelijk symmetrisch opgebouwd. Met dat gegeven dook Jennie in de cultuurhistorische achtergrond van het gebied."

Jennie: “Uit bronnenonderzoek leerde ik dat in het gebied tussen Apeldoorn en Klarenbeek tot 1871 het laatste Nederlandse oerbos lag, het Beekbergerwoud. Het gebied werd in dat jaar aangekocht door een particulier en ontgonnen, met als doel er een agrarisch bedrijf te beginnen. In mijn presentatie ga ik vrij uitgebreid in op de historie van zowel het landschap als op de ontstaansgeschiedenis van het huidige perceel. Qua landschap is het interessant te weten dat het gebied - met de oorspronkelijke natte moerasbossen - is drooggelegd door de aanleg van afwateringssloten en dat de eerste eigenaar de bodem liet egaliseren ten behoeve van weiland.”
In haar presentatie schrijft Jennie: 'Karakteristiek voor de huidige situatie zijn vooral de uitgestrekte graslanden met verspreid liggende bebouwing, afgewisseld met kleine bossen en houtsingels. Waar nu de weilanden liggen, lagen voorheen vochtige heidegronden en hooilanden. Een directe verwijzing naar de ontginning is de rechtlijnige verkavelingsstructuur en het slotenstelsel.'

De voormalige ontginningsboerderij is samen met de drie achterliggende schuren een gemeentelijk monument en vormen samen een historisch geheel. De boerderij is gebouwd in eclectische stijl met classicistische elementen. Jennie: “Opvallend is dat de boerderij ‘los’ van de schuren staat, gebruikelijker is namelijk dat woning en schuren een geheel zijn, met een voor- en achterhuis. Van de buurman hoorde ik dat er vroeger een grote serre aan de boerderij was gebouwd en dat er twee inritten waren aan de voorzijde, in de vorm van een maan. Een aannemelijk verhaal omdat er op diezelfde plek ook nu een taxushaag staat in de vorm van een (halve) maan, die eindigt vlak bij de sloot en de erfgrens met de buurman. Naast de inrit van de buren ligt een verlaagde inrit met duiker. Er is dus eerder een inrit op die plek geweest.”

Peter: “Jennie heeft heel zorgvuldig onderzoek gedaan en gezocht naar de genius loci: het verhaal van de plek. Daardoor vond zij de basis voor haar ontwerp zoals zij in haar presentatie zo mooi beschrijft."
'De boerderij in eclectische bouwstijl, de geschiedenis van het boerenerf in het algemeen en die van dit perceel in het bijzonder, geven een goede basis om het ontwerp voor de voortuin te baseren op de landschapsstijl, eventueel in combinatie met formele of moderne elementen. De wens voor de nieuw aan te leggen in-/uitrit is meegenomen in het programma van eisen voor de inrichting van het perceel.'
Peter: “Omdat de huidige situatie niet meer symmetrisch is en verdeeld in verschillende kleinere kavels, was het lastig om het ontwikkelde concept te vertalen naar het uiteindelijke tuinontwerp. Maar Jennie is daar heel goed in geslaagd: in de vormentaal van de Engelse landschapsstijl heeft ze een moderne versie gemaakt die perfect rekening houdt met de nieuwe situatie. Haar tuinontwerp benadrukt de ‘geest van de plek’, het geheel ademt de stijl van eind 19de eeuw.”


Hoewel de vragen voor de hand liggen zijn ze nog niet zo eenvoudig te beantwoorden. Ambities van de student maar meer nog de wijze waarop de student zich presenteert, bepalen voor een groot deel zijn of haar succes. Ondernemende studenten zien eerder mogelijkheden en creëren kansen. Met andere woorden: een pro-actieve houding helpt om ‘in business’ te geraken.

De tweede reden waarom de vragen nog niet zo gemakkelijk te beantwoorden zijn, heeft te maken met de toenemende ontwikkelingen in de wereld. Vooral in de ‘groene wereld’ is veel gaande. Niet eerder werden we met onze neus zo op de feiten gedrukt van het belang van een groene en gezonde leefomgeving. Het resultaat is dat er andere maar ook hogere eisen worden gesteld aan groen en milieu en er om die reden ook nieuwe banen ontstaan.

Kortom, er zijn absoluut veel mogelijkheden, maar nieuwkomers binnen de groensector moeten hun kans ook grijpen. De filosofie van de OntwerpAcademie is om aanstormende ontwerpers en groenprofessionals te helpen bij de start van hun professionele carrière in het groen. Dat doen we met lezingen, excursies en StageProjecten maar ook met GroenWerkt! Met GroenWerkt! brengen we de marktpartijen bij elkaar. Aan de ene kant de hoveniers en groenbedrijven die op zoek zijn naar uitbreiding van hun professionele team, aan de andere kant de student die graag aan de slag wil als ontwerper/adviseur.

GroenWerkt! is geen uitzendbureau maar een bemiddelingsservice die we ‘om niet’ zijn gestart. Want in lijn van onze onderwijsfilosofie zien we het liefst dat onze studenten hun kennis en vaardigheden te gelde maken en daarmee een duurzame bijdrage leveren aan het ontwerp en de inrichting van tuinen en andere buitenruimtes.
GroenWerkt! is een service die voor de student geen extra kosten met zich meebrengt. Een inschrijving is kosteloos. De deskundige bemiddelaar binnen GroenWerkt! kan op basis van competenties, vaardigheden, wensen en opleiding van de student, vraag en aanbod koppelen.
En tot slot, om een idee te geven van het soort werkzaamheden en banen, kunnen ontwerpers denken aan een functie als: ontwerper/adviseur bij een hoveniersbedrijf, ontwerpstudio of groenvoorzieningsbedrijf. Doorgroeien naar een leidinggevende creatieve functie is bij de grotere bedrijven zeker mogelijk. Ook tuincentra en bouwmarkten met een groenafdeling zijn regelmatig op zoek naar adviseurs. Voor studenten met een focus op landschapsontwerp zijn er kansen binnen de overheid. Daarnaast kan de tuinontwerper als zzp’er aan de slag.
Wil je meer weten wat GroenWerkt! voor je kan doen? Op onze website kun je er meer over lezen. We helpen je graag. Want, wij kennen zowel de kwaliteiten van onze (oud-)studenten als de behoefte binnen de groensector. GroenWerkt! draagt bij aan de ideale match!

We zijn op excursie in Rotterdam, de stad van de groene parels.

Rotterdam leent zich uitstekend voor deze excursie, op elke tien minuten fietsen dient zich een bijzondere plek aan, waar excursieleider Inga Villerius boeiend over vertelt. Ze neemt het stokje over van haar collega Marieke de Keijzer, beiden initiatiefnemers van STEK, de stadstuinwinkel.
“Little C, een nieuwe wijk voor wonen, werken en verblijven aan de kop van de Coolhaven is sinds dit jaar een nieuw onderdeel van de excursie. Het bijzondere aan dit project is hoe de architecten direct aan het begin van het proces het groen hebben mee ontworpen. En dat voel je als je op een van de binnenpleinen staat. Alles klopt. Van materiaalkeuze en beplantingsplan tot de verhoudingen in de menselijke maat.”

Ik ga hier natuurlijk niet te veel weggeven, anders dan dat je deze excursie echt moet bijwonen! Want op excursie gaan, is altijd de moeite de waard. Je denkt misschien dat het niet uitkomt met je deadlines, dat het zonde is van je werkdag? Integendeel! Het geeft energie, biedt inspiratie en is goed voor je! Dat geldt voor de door anderen georganiseerde dagexcursies als Groene Parels, maar ook voor een kleine ga-er-op-uit-activiteit.

En dat is waar ik nu ook een lans voor wil breken. Spreek eens af met je studie- of vakgenoot om een (aantal) project(en) te bekijken. Iets wat is gerealiseerd. Ga samen op stap. De één neemt de ontwerptekening mee, maakt zo nodig een afspraak met de opdrachtgever, de ander kijkt, vraagt, ruikt, zoekt, fotografeert. Je zult ervaren dat dit een waardevolle activiteit is, waar je beiden wat van leert. Pak onderweg eventueel een leuk project van een gerenommeerd bureau mee en je dagdeel is goed gevuld. Je deelt de dingen waar je tegenaan loopt, je vragen en successen, waardoor je juist een verdiepingsslag maakt. Dat geldt voor zowel de ontwerper als de bezoeker. En de keer erop draai je deze rollen om. Het levert serieus energie op, betere ideeën, een aanvulling op je persoonlijke referentiebeeldenbank én inzicht.

“Het leuke aan het rondleiden van OntwerpAcademie-studenten, is de belangstelling, de nieuwsgierigheid en de diversiteit aan vragen. Mooi ook om samen met de groep te kijken naar mogelijke oplossingen. Wat vind jij? Hoe zou jij daar mee omgaan? Er met elkaar over door te praten. Antwoorden zijn niet ‘zwart-wit’, het is juist interessant om vraagstukken met elkaar te onderzoeken. Ook voor mij zelf is een dag als deze heel leerzaam.”
Ons vak bestaat uit kijken, uit maakbare ontwerpen realiseren, uit het vertalen van vage gedachten en vooral uit doen, doen, doen. Zo’n dag of dagdeel buiten is daar voeding voor. Zelf houd ik ook regelmatig van dit soort uitwisselingen, te weinig dat geef ik toe, maar ik maak er jaarlijks tijd voor vrij. Ik noem het bureau-excursie. Flink ver vooruit plannen en je aan die afspraak houden, dat is de clou. Doe het. Minstens één keer per jaar. En je zult, net als na de excursie in Rotterdam, zien hoeveel dat oplevert!