
























Op zoek naar een concept voor de te ontwerpen tuin, ontdekte ze hoe de rivier de Dommel door het omringende gebied slingert en verschillende landschappen passeert. Daar ging Carla mee aan de slag en dat heeft ze heel goed gedaan.

‘Het perceel van de opdrachtgever ligt in het Waterschap de Dommel. In de 19de en 20ste eeuw stond hier een boerderij, die in jaren tachtig is afgebroken en in 1984 is herbouwd. Boerderij en tuin grenzen aan een wandelroute door het natuurgebied De Meierij waar de Dommel doorheen meandert.’ Zo begint Carla haar analyse en precies dat is de basis voor het concept. In haar eerste schetsen laat ze zien hoe het meanderende tuinpad organisch langs bloemenperken, grasveld en bomen voert en zo verschillende functies met elkaar verbindt.

Carla: “De tuin ligt op het zuiden waardoor de zon bijna de hele dag op de achtergevel schijnt. Achterin de tuin is veel schaduw door de oever-overwoekerende heesters en bomen. Het tuinpad verbindt het huis met een aan de tuin grenzende weide, een stuk grond dat de bewoners samen met een paar buren huurt van de gemeente. Deze grond maakt onderdeel uit van het plangebied ‘droge voeten’, dat gaat over de overstromingsrisico’s van de Dommel."
De bewoners willen meer genieten van de tuin, ze houden van koken en zien graag een overdekte buitenkeuken terug in het ontwerp. Zonder te veel inkijk willen ze graag uitzicht op de weide, wat schaduw bij het terras aan huis en voor dekinderen een vuurplaats. Het totaalplaatje moet passen bij de omgeving. Met deze uitgangspunten ging ik op onderzoek uit waarbij de Dommel de basis werd voor het concept. Deze rivier is de verbindende factor van mijn ontwerp.

Om de gewenste bourgondische sfeer te creëren die past bij de boerderij en de omgeving, wil ik werken met organische vormen. Door begroeiing te plaatsen op strategische plekken, blijft het uitzicht vanuit huis grotendeels vrij en wordt de inkijk vanuit het wandelgebied zo veel mogelijk beperkt. Het tuinpad staatsymbool voor de meanderende Dommel, ook in de tuin langs verschillende ‘landschappen’. De beplanting wil ik zo dicht mogelijk laten aansluiten bij de beplanting die in de natuurlijke omgeving van de Dommel groeit.”
Peter: “Carla heeft een stevig concept neergezet. In deze eerste schetsen laat ze zien dat alle keuzes daaruit voortkomen, weloverwogen en samenhangend. Het meanderende pad reageert als het ware op de verschillende tuinfuncties, met na elke bocht een andere sfeer. Van vrij strak bij het terras naar meer natuurlijk en ongedwongen aan het einde van het pad. Door de bochten te benadrukken met verhogingen of wallen, versterkt ze het verrassende effect. Ja, hier ben ik heel enthousiast over!”
Vakdocent en stagebegeleider Peter Kroesen: “De landschappelijke benadering van Daniëlle van Vleuten vind ik heel mooi en slim gedaan.”

Peter: “Het denken in concepten is iets waarmee de (tuin)ontwerper zich onderscheidt. Met de tuin uitdrukking geven aan bepaalde ideeën of betekenissen. Wat die ideeën en betekenissen precies zijn hangt uiteraard af van de omstandigheden, de locatie, de grootte van de tuin en de opdrachtgever. Om daar grip op te krijgen laten we studenten inventarisaties uitvoeren en de gevonden informatie al tekenend en schetsend analyseren.
Het ontwikkelen van een concept is niet gemakkelijk. Wat wij tijdens de lessen en ook bij StageProjecten vaak zien is dat de studenten wel een inventarisatie uitvoeren maar dat ze in veel gevallen te snel de stap maken naar ‘de oplossing’. Het risico bestaat dat het tuinontwerp dan te oppervlakkig en trendgevoelig blijft. Een van de manieren om dat te voorkomen is op zoek te gaan naar de essentie van de plek. Daarom ook laten we dit voorbeeld zien van Daniëlle. Voor haar concept heeft zij zich laten inspireren door het landschap rondom de te ontwerpen tuin. De mozaïekachtige structuur van de Maasheggen laat zij terugkomen in haar schetsontwerp. Hoe om te gaan met de diagonale structuren in de tuin? Die zoektocht laat zij met onderstaande eerste schetsengoed zien.

Conceptueel werken is de basis van een consistent en logisch ontwerp. Er zijn uiteraard verschillende manieren om een ontwerpvraagstuk te benaderen en daar uit een concept te ontwikkelen. Zo zijn veel studenten intuïtief ingesteld en anderen meer rationeel. Wat iemands werkwijze ook is, als het lukt een ontwerp te verweven met de plek, is dit een heel sterke basis voor een sterk en uniek ontwerp. Ik kijkuit naar de vervolgstappen in dit veelbelovende stageproject van Daniëlle.”
Daarnaast zien we bijvoorbeeld dat het belang van ‘ons eigen stukje buitenruimte’ nog nooit zo groot is geweest. En dat biedt straks heel veel kansen voor de groene sector en het ontwerpvak. Zaak dus, om nu alvast na te denken over creatieve en duurzame oplossingen, die vooral weinig kosten.

Al enige tijd zijn we ons bewust van de effecten van onze westerse levensstijl op de leefomgeving. Nu we noodgedwongen aan huis gekluisterd zijn, dwingt de coronacrisis ons na te denken over wat echt waarde heeft voor de kwaliteit van leven. Vast staat, dat tuin en balkon belangrijker blijken dan ooit. Als elke vierkante (centi-)meter telt, hoe kunnen we deze zo optimaal mogelijk benutten en tegelijkertijd oog houden voor duurzame en toekomstbestendig oplossingen?

Belangrijk onderdeel van duurzaamheid is het hergebruiken van materialen. Bij plastic bijvoorbeeld, is niet zozeer het plastic zelf een bedreiging voor het milieu, als wel het weggooien ervan. Hergebruik van materialen is niet alleen duurzaam, maar ook goed voor de portemonnee. Kiezen voor duurzame oplossingen is dus in meerdere opzichten lonend. Zorgen dat meer bestaande producten worden gebruikt zodat nieuwe grondstoffen niet aangesproken hoeven te worden, vereist wel de nodige creativiteit. Maar biedt ook kansen voor meer eigenheid en originaliteit; ontwikkelingen waar maatschappelijk steeds meer behoefte aan is en die passen bij onze kleurrijke samenleving.

De gangbare definitie van een duurzame beplanting is plantkeuzes afstemmen op bodem en standplaats voor een gezonde groei en gering onderhoud, ofwel: de juiste plant op de juiste plek. Maar zeker ook in het stedelijk gebied, waar minder grondoppervlak beschikbaar is en je meer aangewezen bent op het gebruik van potten of bakken, is het van belang dat je planten kiest die geschikt zijn voor de plek, qua lichtbehoefte of windbestendigheid en dat je vervolgens een bijbehorend grondmengsel kiest. Op de vele balkons en dakterrassen kun je met de juiste beplanting, een belangrijke bijdrage leveren aan de stadsecologie en aan vermindering van fijnstof, hittestress en stikstof.

Ook eetbare planten dragen hieraan bij. Minder voedseltransport betekent bovendien minder uitstoot. Het verbouwen van ons eigen voedsel is niet voor niets de laatste jaren steeds populairder geworden en blijkt vooral in tijden van crisis een uitkomst. Moestuinen, stadslandbouw, voedselbossen en participatieprojecten zullen vanaf nu nog actueler worden. Het zelf zaaien van eetbare planten is enorm kostenbesparend en bovendien erg leuk en leerzaam. Veel ruimte heb je hiervoor niet nodig en na de oogst ontstaat weer ruimte voor andere gewassen.

Nergens zijn er meer wanden in de buitenruimte, dan in het stedelijk gebied. Alleen al de vele buitenmuren van alle hoogbouw. Maar ook op tuinniveau. Elk stukje ‘eigen ruimte’ kent zijn eigen erfafscheiding. Vaak een te weinig benutte ruimte, althans te weinig beplant. Klimop wordt weliswaar veel gebruikt, maar door het voortdurend te snoeien vormt de plant geen bloemen en vruchten en heeft het vervolgens ook nagenoeg geen ecologische waarde. Naast heel veel fraai bloeiende klimplanten, zijn er natuurlijk talrijke vruchtdragende en eetbare soorten, die daarbij de nodige ecologische waarde hebben. Ook leifruitbomen vervullen deze functie uitstekend.
Sierwaarde, ecologische waarde, functionele waarde en duurzaamheid kunnen allemaal verenigd worden. Zelfs in een hele beperkte ruimte. Als je daarbij planten kiest die zich kunnen handhaven in de extreme weertypes van de klimaatverandering, dan heb je een goede basis voor toekomstbestendige beplanting.
Kennis en creativiteit transformeren een buitenruimte tot leefruimte. En de waarde daarvan beseffen we door deze crisis meer dan ooit.
“Heel bijzonder hoe je alles hebt bedacht en uitgewerkt, echt vakwerk!”
Een tevreden klant is de kroon op het werk van onze studenten. Ook nu in ‘coronatijd’ kunnen StageProjecten doorgaan zoals we gewend zijn. Het enige verschil is dat student, opdrachtgever en stagebegeleider op afstand of afzonderlijk de tuin bekijken. Alle afspraken en begeleiding vinden verder telefonisch en online plaats. Elke week zetten we een StageProject in de schijnwerpers. Vandaag het ontwerp van student Christina Koutsomailis.

Ingekleurd in het groen, die naam gaf Christina haar ontwerp mee. “De opdrachtgever is een familie met twee jonge kinderen die dit jaar hun nieuw gebouwde jaren dertig huis zullen betrekken. Naast de wens voor een kindvriendelijke en ook onderhoudsvriendelijke tuin, willen de bewoners graag voldoende privacy en houden ze van veel groen, bomen en qua beplanting van o.a. Lavendel en van Annabellen, een Hortensiasoort. Na de inventarisatie van wensen en omstandigheden, ben ik gaan kijken naar zichtlijnen vanuit het huis en de daarbij passende boom- en planthoogtes.
De terrassen en de paden zijn eenvoudig en strak gehouden met rechte lijnen, passend bij het huis en de garage. Als contrast hierop heb ik gekozen voor beplanting langs de erfafscheiding met organische randen om het gevoel ‘in het groen’ te zijn, te versterken. Afwisseling van hoogte, kleur en structuur in deze beplanting, maakt het geheel afwisselend en interessant.”

Stagebegeleider Peter Kroesen: “Christina heeft een opvallende tekenstijl met veel organische en gedetailleerde vormen. In eerdere tekeningen was al duidelijk de structuur van haar ontwerp te zien, maar was het nog te vol en verhoudingsgewijs met te veel grote elementen. Door te kiezen voor ‘minder is meer’, komt elk element nu beter tot uiting en is het ontwerp in balans. Erg leuk te zien ook hoe Christina haar talent voor gedetailleerd tekenen heeft kunnen gebruiken voor de organische vormen in haar ontwerp. Ze heeft een mooie ontwikkeling laten zien tijdens het hele traject. Heel zorgvuldig ook hoe ze het eindproduct zo compleet heeft aangeleverd en uitgewerkt tot in het kleinste detail. Inclusief voorstellen voor verlichting, hekwerk, een bloeikalender en de volgorde hoe het uitvoerend werk aan te pakken.”
Christina: “Het gehele traject kunnen doorlopen, van het eerste gesprek met de opdrachtgever tot en met de presentatie, maakt een stageproject zo waardevol. En dan nu het nieuws dat de tuin daadwerkelijk wordt aangelegd volgens het ontwerp. Dat maakt me wel trots. Als de tuin helemaal af is, ga ik zeker kijken!"