Tuinontwerpers maken een duidelijke keuze voor specifieke kenmerken van deze landschaps- of vegetatieaspecten om de essentie van dat landschap op de schaal en afmeting van de tuin vorm te geven. Op dit punt toont zich het vakmanschap: verwijzing, interpretatie, ontwerp, onderzoek en het maken van heldere keuzes komen hier samen.
In een buitenruimte zoals een tuin, plein of andere openbare ruimte draait het in eerste instantie om de vraag welke groeiplaatsfactoren ter plekke een rol spelen. Deze vraag wordt als gevolg van klimaatverandering steeds actueler. Een goed begrip van de (micro)klimatologische omstandigheden ter plekke is cruciaal voor het ontwerpen van een beplanting die past bij de plek, zowel qua ruimtelijkheid als (beplantings)beeld. Bij voorkeur roept het beplantingsbeeld bij gebruikers associaties op met een herkenbaar landschap.

Deze herkenning zorgt voor een logica, een kloppend geheel, dat door de gebruiker onbewust wordt gevoeld. Opbouw, rangschikking en sortimentskeuze vormen op deze manier een natuurlijke compositie en doen de gebruiker denken aan een (planten)gemeenschap waarin eenheid en samenhang centraal staan. De condities ter plekke leggen de basis voor het beplantingsbeeld en de soortkeuze. Hoeveel doorwortelbaar volume is nodig? Welke minimale diepte is beschikbaar? Ook zaken als temperatuur, hittestress en waterhuishouding zijn terugkerende vragen.

Een beplanting die past bij de plek en de omstandigheden en die zich laat associëren met een bepaald landschap, overtuigt en spreekt tot de verbeelding. Met groeiplaatsomstandigheden en een sortimentskeuze die aansluiten bij het landschapsbeeld wordt de basis gelegd voor de verdere ontwikkeling van het ontwerpplan. Het uiteindelijke beeld van de ontworpen buitenruimte is het resultaat van de eerste stappen in het ontwerpproces: onderzoek en inventarisatie.
Dit onderzoek stelt ons in staat planten te introduceren in een kunstmatige omgeving die ons, bewust of onbewust, doen denken aan hun natuurlijke habitat. Een beter begrip van de logica van de natuur helpt om een nieuw stedelijk landschap te bedenken dat zich beter kan aanpassen aan onze gebouwde omgeving. De voorwaarden, eisen en mogelijkheden die per locatie van toepassing zijn, bepalen of — en zo ja op welke manier — inheems en uitheems plantmateriaal met elkaar wordt gecombineerd. Soms zijn de lokale omstandigheden zo extreem dat werken met uitsluitend inheems materiaal geen duurzame oplossing biedt.

Van beplantingsontwerpers en ontwerpers van natuurinclusieve buitenruimtes mag worden verwacht dat zij met hun beschikbare (planten)kennis als geen ander kunnen inspelen op de situatie.

Bekijk deze film van Sipke Terpstra, waarin hij interessante combinaties laat zien van inheems en uitheems materiaal.
Op maandag 1 juni geeft hij hier ook een uitgebreide lezing over tijdens PodiumBoskoop.
Meld je hier aan voor de fysieke lezing of hier voor de livestream.

Wil je op de hoogte blijven?
Wordt dan lid van onze community OA-Connect of houd de andere social media kanalen in de gaten.