

























Niet dat ik er per se op tegen ben maar spullen moeten gemaakt worden, kosten grondstof en brandstof voor het transport. Bovendien is de levensduur vaak beperkt. Een goed geplaatste boom waar qua soort goed over nagedacht is fungeert prima en feitelijk nog beter als verkoeler ten opzichte van schaduwdoek. Het maakt je terras bovendien leefbaarder, biedt een fraai winterbeeld en brengt hoe dan ook meer leven in je tuin.
Lees er meer over in dit artikel.


Informatief artikel in het vakblad Stad + Groen van woensdag 19 februari 2025, zie deze link
In het artikel stipt Jeroen Zijlmans, beleidsadviseur arbeidsmarkt en onderwijs bij de VHG, een aantal toekomstige uitdagingen aan zoals de hovenier als ‘klimaatoplosser’ waarbij ontwerp, aanleg en beheer hand in hand gaan.
Ook haalt Zijlmans de noodzaak tot integrale samenwerking aan met verschillende partijen. In eerdere blogs heb ik daar over geschreven dat samenwerking niet alleen tot een beter product leidt maar een (gedeeltelijke) oplossing kan zijn voor het tekort aan arbeidskrachten, vooral aan de ‘voorkant’ van het tuinaanleg proces - het ontwerp!
Voor hoveniers zijn er bovendien riante subsidie mogelijkheden om vakkennis te verrijken. Ben je hovenier en aangesloten bij de VHG, kijk op Colland voor meer informatie.



Maar toch wil ik het deze keer over iets anders hebben, te weten: wat kun je met de opleiding tot beplantingsadviseur?
Regelmatig wordt dit door studenten of andere geïnteresseerden aan mij gevraagd. Leuk om op deze plek hier eens op in te gaan.
Na een jaar de opleiding te hebben gevolgd zou je ongeveer 600 planten moeten kennen, in ieder geval de weg weten hoe je achter een naam kan komen. Daarnaast krijg je veel informatie over andere belangrijke zaken zoals bemesting, biodiversiteit, plantkwaliteit, handelsmaten, veredeling, groeiplaatsomstandigheden en nog veel meer.
In de opleiding besteden we circa 80% van de tijd aan het kennen en herkennen van plantensoorten en de overige tijd aan praktische werkvormen en de onderliggende theorie.
Maar dan... Welke functies kan je bekleden als beplantingsadviseur?
Veel hoveniersbedrijven zijn kundig in het maken van bestrating, houten constructies, vijvers enz. En oh ja er moeten ook nog planten in. Niks mis met zo’n bedrijf want ze kunnen goed werk leveren maar aan de beplanting zie je dat er meer in zou kunnen zitten. De beplantingsadviseur is van grote meerwaarde voor dit soort bedrijven.
Dit soort ontwerpers hebben we misschien ook wel op school, in de praktijk zeker. Tuinontwerpers of – architecten die een kei zijn in ruimtelijk inzichten, het handig oplossen van lastige hoeken, één en al creativiteit zijn. Maar dan wordt het voor hen moeilijker. Welke plant past bij de sfeer van het ontwerp maar voldoet ook aan de omstandigheden zoals bodem, water en zonlicht. Weer een plek voor de beplantingsadviseur! Vooral als het gaat over samenwerking met een ontwerper.
Als derde optie zou je als zelfstandige aan de gang kunnen. Niet iedereen wil zijn tuin op de schop zetten. Een goede opknapbeurt, een border herinrichten nadat de steigers van een verbouwing weer de tuin uit zijn.
Er zijn best mensen die graag tuinieren maar niet goed weten waar te beginnen, zijn bang om iets niet goed te doen. Die kan je aan de hand nemen in een rondje door de tuin en leg je uit wat ze kunnen doen. Onder het kopje duurzaam of milieubewust zet je jezelf in de markt, want hoe langer je met een tuin doet, hoe duurzamer. Met wat kleine aanpassingen kun je de tuin pimpen. Je kunt eenabonnement o.i.d. afspreken zodat je werk houdt, ook in de toekomst. Dan hebben we het natuurlijk over het verdienmodellen.
Dit kan je ook heel goed doen als je ontwerpen en beplantingsplannen maakt; je voert het uit (of laat uitvoeren) en vervolgens afspreekt een aantal keer terug te komen voor bijsturing. Het is nu eenmaal levend materiaal en ondanks je kennis kunnen er toch dingen anders lopen. Ook Piet Oudolf verplicht zijn klant tot nazorg door hem of één van de mensen waar hij mee samenwerkt. Een win-winsituatie: jij kan je ontwerp volgen, de klant is blij met de begeleiding want zijn tuin blijft mooi door op tijd besturen.

De eerste vacatures bij gemeentes en ontwerpbureaus zijn al voorbij gekomen. Het kan gaan over de inzet van meer vergroening in de buurt, buurt bewonersprojecten coördineren vanuit de overheid, enz.
Bij grotere ontwerpbureaus werkt men met beplantingsspecialisten, dat zijn professionals die beschikken over veel parate plantenkennis en de ontwerp uitgangspunten van de ontwerper moeiteloos kunnen door vertalen naar groene(streef)beelden. De beplantingsadviseur begint daar waar de (tuin)ontwerper eindigt.
Om je een idee te geven over de werkzaamheden volgt hier een opsomming:
Jazeker, je kunt nog terecht bij tuincentra als adviseur of hoofd inkoop bij een plantengroothandel of iets dergelijks, het is maar net welke ambitie je hebt.
Heb je tips voor nog meer functies of ben je al aan de slag als beplantingsadviseur? Wij zijn erg benieuwd naar je ervaringen, reageren kan via dit blog.


Er zijn nog steeds mensen die heel graag vóór de winter hun tuin netjes willen hebben. Het afgevallen blad verwijderd, alle heesters en bomen gesnoeid. En dan als finishing touch een laagje potgrond over de border als teken dat alles geregeld is.
Niets is meer funest voor de fauna in de tuin dan deze handeling. Wég alle organische stof, alle eitjes van insecten die zich verstoppen in en tegen stengels aan, geen takjes om als nestmateriaal te gebruiken… allemaal afgevoerd. Oh wat jammer!
Gelukkig wordt nu steeds meer benadrukt in groene opleidingen en - (vak)bladen dat we zuinig moeten zijn op al het organisch materiaal wat in de tuin aanwezig is. In de natuur komt er immers ook geen tuinman langs, dat regelt ze zelf. Bovendien genieten we daardoor van een mooi winterbeeld, zonde omdat al teniet te doen.
Alleen, een tuin is een gemaakt stukje natuur. We willen er optimaal van genieten en planten zolangmogelijk mooi tot hun recht laten komen. Daarom is het handig om toch één keer per jaar te corrigeren. Dan is maart de maand om dit te doen.

Alle vaste planten kunnen afgeknipt (soms is breken al genoeg) worden. Breek het in wat stukken en verspreid het over de pol . In juni zie je daar al niets meer van. Vind je dat toch te rommelig, schuif het dan naar de achterkant van de border achter een heester of onder een haag. De regenwormen verdelen de verteerde resten weer in de bodem. Of als het niet anders kan, op de composthoop. Wintergroene planten verteren slecht, die kan je beter op de composthoop of bij het GFT afval doen.
Veel heesters en bomen zijn nu ook te snoeien (niet die bloeien op het twee-jarig hout en de ABC* bomen). Knip ook die restanten in stukken. Insecteneitjes kunnen dan toch tot ontwikkeling komen.
Soms is het handig om iets eerder een plant af te knippen zoals op onderstaande foto. Tussen Chelone obliqua (Schildpadbloem) staan massa’s Galanthus bolletjes). Die zouden niet tot zijn recht komen als de oude stengels van Chelone zouden blijven staan, dus die gaan vlak na de kerst er al af en verdwijnen onder een heester in de buurt.

*ABC staat voor Acer-Betula-Carpinus, dit zijn bomen die vroeg in het voorjaar al opwaartse sapstroom hebben waardoor ze gaan “bloeden” en schade kunnen oplopen. Ze gaan zelden echt helemaal dood maar fijn vinden ze het zeker niet. Ook Juglans en Vitis zijn hier gevoelig voor.