
























De basis voor toekomstgerichte groene plannen valt of staat bij de samenhang van het ruimtelijk ontwerp en kennis van de ter plekke geldende groeiplaats omstandigheden. Dit vormt de basis voor een groene inrichting die bovenstaande uitdagingen het hoofd kan bieden. Het beschikken over plantenkennis (sortiment) is belangrijk, het op een goede manier toepassen van die beplanting is minstens zo belangrijk. Het maken van integrale keuzes waarbij je kijkt naar architectuur, context en omstandigheden vereist kennis. In de praktijk is de integrale benadering soms ver te zoeken.
In dit artikel willen we het belang van groenonderwijs onderstrepen en lichten we graag toe hoe wij ons onderwijs inrichten om die beoogde samenhang in de planvorming te realiseren.
De auteurs Rob Aben en Saskia de Wit geven ons – met hun boek ‘De Omsloten Tuin’ - een prachtig inzicht in de rijkheid van het ontwerpvak en de betekenis die de tuin heeft als ontwerp laboratorium.
De oppervlakte van alle tuinen bij elkaar opgeteld inNederland komt overeen met bijna 10x de oppervlakte van de Veluwe. Daarnaast is juist de kleinschaligheid en gevarieerdheid van de tuin waardevol voor biodiversiteit. De, veelal particuliere, tuinen zijn belangrijke 'steppingstones’ in het vergroten van de biodiversiteit en het beheersbaar houden van de klimaatuitdagingen waar we voor staan. Tuinen kunnen groener, duurzamer en meer circulair aangelegd worden. Dat vraagt om deskundige tuinontwerpers en beplantingsadviseurs met veel ontwerp- en sortiment/materiaalkennis.
De particuliere tuin staat – om bovengenoemde redenen - centraal in het opleidingsaanbod van deOntwerpAcademie. Niet alleen het ontwerp ontwikkelen en plantenkennis opdoen. Juist alle aspecten meenemen rondom het creëren of in stand houden van een tuinzijn voor ons van groot belang. De samenhang tussen een goed plan maken, rekening houden met mens en dier, duurzaamheid en verantwoorde plant keuzes, maakt een tuin voor zijn bezitters én omgeving tot een succes. Daar horen dus kennis over basisprincipes voorontwerpen, standplaats omstandigheden, biodiversiteit/ecologie en eigenschappen van planten bij. Zonder dit, zijn wij van mening, heb je een tuin voor de korte termijn vaak vol teleurstellingen op allerlei fronten. En wie wil nu zo’n tuin?
De tuinen welke we betrekken in het onderwijs varieert van grote en kleine tuinen, instellingsgroen rondom scholen, ziekenhuizen en bedrijfsterreinen.
Met het onderwijs proberen we bij de student een knop in te drukken, een proces in gang te zetten. Leren kijken naar buitenruimtes, leren vragen te stellen bij wat je ziet, met verwondering door de wereldtrekken. Dat zijn belangrijke vaardigheden voor (aankomende) ontwerpers. Het onderwijs van de OntwerpAcademie is gecomprimeerd en praktijkgericht. We besteden veel aandacht aan schetsen als effectief instrument om te leren kijken om vervolgens te kunnen analyseren wat je ziet. We willen dat studenten zich er bewust van zijn dat het werken en ontwerpen met groen een dynamisch proces is wat in de werkelijkheid getoetst moet worden. Dit betekent dat we veel lesmateriaal buiten het leslokaal bekijken.
Van studenten Tuinarchitectuur verwachten we om die reden dat ze pro-actief aan de slag gaan met het onderzoeken van hun omgeving.Op die manier zorgen we voor gevarieerde en interactieve lessen met inspirerende lesblok opdrachten.
Voor de opleiding Beplantingsadviseur hanteren we hetzelfde principe van het pro-actief ‘leren leren’. Een sortiment van 600 planten leren in een jaar is namelijk geen makkelijke opgave. Om die reden leren we studenten naast het kennen en herkennen van planten ook waar ze relevante informatie kunnen vinden. Tevens leren we studenten hoe ze om moeten gaan met het groeiend aantal cultuurvariaties en hoe je door zelfstudie het basissortiment kan bijhouden en doorontwikkelen.
Binnen het groene vak is het beschikken over plantenkennis een eerste vereiste, maar daarmee ben je er nog niet. Beplantingsadviseurs dienen namelijk ook te kijken naar wat de keuze van het plantmateriaal doet binnen een gegeven ruimtelijke context, de schaal, de functies en niet op de laatste plaats de groeiplaats omstandigheden.
Ontwerpen is gebaseerd op vier aspecten; de groeiplaats omstandigheden, de ruimtelijke (architectonische)opbouw, materiaal toepassing en het beheer. Het gaat om deze samenhangende, integrale, aanpak waar studenten Tuinarchitectuur en Beplantingsadviseur in getraind worden.
Met het ruimtelijk ontwerp reageert de ontwerper op de omstandigheden ter plekke. De beplanting is vervolgens het levende materiaal waarmee het ruimtelijk ontwerp expressief gemaakt wordt. Het selecteren van bijvoorbeeld een boom op basis van alleen biodiversiteit is van beperkte waarde als er niet ook gekeken wordt naar wat de boom in architectonisch opzicht doet met zijn omgeving en in welke mate de soort keuze past bij de groeiplaats omstandigheden die ter plekke gelden.
De praktijk laat zien dat keuzes voor het plantensortiment te vaak vanuit ééngezichtspunt genomen wordt waardoor het gewenst effect uitblijft en op de lange termijn niet haalbaar is. Met plantenkennis alleen ben je er dus nog niet, de toepassing van het materiaal en de (streef)beelden op langere termijn, die daarbij horen, zijn van belang om een wezenlijke bijdrage te leveren aan een leefbare omgeving. Om deze reden krijgen studenten Beplantingsadviseur uitgebreide achtergrondinformatie aangeboden. Met behulp van gevarieerde werkvormen leert de student het plantmateriaal toe te passen en te beheren.
Door de nauwe samenwerking met Greenlink, groothandelscentrum voor boomkwekerij producten en vaste planten, gelegen tegenover onze locatie in Boskoop/Hazerswoude, kunnen onze studenten met echte planten ervaring op doen. Bijvoorbeeld om te ervaren hoe plantafstanden werken of het zoeken naar samenstellingen van composities. Door een appèl te doen op verschillende leerstijlen wordt de student uitgedaagd om te experimenteren en te conceptualiseren. Reflecteren komt vervolgens terug met het bespreken van de diverse lesblokopdrachten.
Ook binnen de opleiding zetten we samenwerking in als leermiddel. Studenten van de vakopleiding Beplantingsadviseur werken samen met studenten Tuinarchitectuur. Waar de ontwerper stopt neemt de beplantingsadviseur het stokje over. De ontwerper formuleert de ontwerp uitgangspunten, de beplantingsadviseur maakt de selectie en stelt decomposities samen.
In het tweede jaar wordt de samenwerking tussen de studenten intensiever. Vanuit beroepsrollen als: ecoloog, ontwerper, verbinder en beheerder ontwikkelen de studenten projecten van grotere afmetingen.
De OntwerpAcademie kiest voor een praktische ‘hands on’ benadering om haar onderwijs vorm te geven en ziet zichzelf als een lerende organisatie om relevant voor het vakgebied te blijven.Flexibiliteit, ontwikkeling en samenwerking liggen aan de basis van het onderwijs waarbij we onszelf voortdurend vragen stellen als: waarom doen we dit?, wat speelt er?, voor wie?, wat heb je eraan? en wat kun je er mee?
De onderwijsfilosofie is dat studenten na de studie aan de slag kunnen op de arbeidsmarkt. Daar helpen wij ze actief bij metSchetssessies en StageProjecten. Want studeren bij de OntwerpAcademie betekent dat je als student naast de lessen uitgedaagd wordt om op proactieve en onderzoekende wijze deel te nemen aan activiteiten.
We werken met kleine groepen van maximaal 13 studenten, zodat er ruimte is voor persoonlijke aandacht en het geven van feedback op het werk dat door studenten gemaakt is. Het onderwijs is vraag gestuurd, de lesstof leest de student thuis zodat de lessen ook worden gebruikt voor vragen, feedback en het bespreken van de opdrachten. Theorie koppelen we aan de praktijk met activerende werkvormen gericht op de toepassing van kennis en het ontwikkelen van inzichten. Door dat samen te doen tijdens de lessen ontstaat er meerwaarde.

Om de student te ondersteunen in zijn/haar ontwikkeling, bieden we inclusieve mogelijkheden als een wekelijks online vragenuur met het OpenAtelier, organiseren we met vooraanstaande organisaties als Steenbreek, Tuinvisie, Appeltern diverse schetssessies in het land om de student ‘oefenuren’ te laten maken. In de community ontmoeten studenten elkaar en wisselen ze ervaringen uit. Met het leermanagement systeem heeft de student 24/7 toegang tot het lesmateriaal.
Daarnaast bieden we StageProjecten aan waarmee de student zijn/haar kennis integraal kan toetsen. StageProjecten zijn het paradepaardje van de OntwerpAcademie. We zijn er bijzonder trots op. De student investeert in tijd, krijgt 1:1 begeleiding en de kans met een echte opdracht aan de gang te gaan. Wat we zien is dat de StageProjecten in meerdere opzichten als een ‘boost’ werken voor de student. Het is de ultieme opmaat naar het examen, de student ontwikkelt materiaal voor het portfolio en raakt vanzelf ‘in business’ want tevreden opdrachtgevers komen met vrienden en kennissen die ook een ontwerp willen.
Jaarlijks zijn er 80 studenten druk met StageProjecten.
Ik zou hier een afbeelding toevoegen van Yu Lien haar ontwerp (desnoods even overleg met Peter) - dat beeld is vaker gebruikt maar wel fraai en het is een SP.

Het ontwerp vak is een prachtig vak. De tuin is het middel om de betekenisvan dat vak uit te dragen. Dat willen we doen door het afleveren van zoveel mogelijk deskundige groenambassadeurs die weten waar ze het over hebben en een structurele bijdrage leveren aan een gezondere leefomgeving.

Samenwerken zal, doordat de rol van groen steeds belangrijker wordt, meer en meer nodig zijn. Meer en specifieker groen in extreme omstandigheden vraagt om veelkennis. Hoveniers en ontwerpers brengen ieder hun kennis in met een toekomstbestendige tuin of beplanting als resultaat.
De actualiteit laat zien dat de kwaliteit van de leefomgeving in belangrijke mate bepaalt wordt door de aanwezigheid van effectief en gevarieerd groen. Particuliere tuinen hebben een belangrijke functie als het gaat over het opvangen van water, het bieden van verkoeling en als potentiële leverancier van biodiversiteit.
Particulieren die plannen hebben voor de tuinvragen naar: biodiversiteit, duurzaam groen en spreken over geveltuinen en groene daken. Dat is een teken dat het groen bij de consument leeft! Maar de praktijk laat zien dat particulieren, begrijpelijker wijze, een beperkt beeld hebben van de hierboven genoemde aspecten. Een overkapping met een groen dak of een wadi op een onhandige plek worden al snel aangemerkt als ecologische en duurzame oplossingen. Groenprofessionals weten dat een toekomstbestendige tuin begint met een goed doordacht ontwerp waarbij alle aspecten die te maken hebben met die opdrachtgever of die plek samenvallen. Een ecologisch benadering waarbij je het denken vanuit bodem, water en habitats als uitgangspunt neemt.

Hoveniers hebben het in het private domein voor het zeggen. Zij zijn de aangewezen professionals die als groen ambassadeur de consument informeren en in beweging zetten richting duurzaamheid. De Levende Tuin is daar een voorbeeld van. De consument - maar strikt genomen ook de hovenier - krijgen in toenemende mate verantwoordelijkheid als het gaat over biodiversiteit en groen. Grondige kennis omtrent het ontwerp en beplanting is nodig. Ontwerpers zijn er voor opgeleid om alle aspecten die spelen op een plek inclusief de wensen van de consument integraal en in samenhang te verwerken ineen ruimtelijk plan. Een goede toepassing van beplanting betekent bijvoorbeeld dat je de groeiplaats factoren in je sortiment keuze hebt meegenomen, je hebt bovendien ook duidelijk voor ogen wat de streefbeelden zijn van de beplanting na een x-aantal jaren. In de praktijk zien we dat er nog steeds te makkelijk gedacht wordt over het maken van een tuinontwerp. Ontwerpen is een vak en echt iets anders dan het maken van een tuintekening. Ontwerpen gaat over een groter organiserend gebaar, een integrale oplossing met een verhaal. Waar een tekening zich beperkt tot het samenvoegen van onderdelen, vraagt de ontwerper zich bij elke ingreep af wat de toegevoegde waarde ervan is. Ontwerpers en beplantingsdeskundigen baseren hun materiaalkeuze op de vraag of met die materiaalkeuze de ontwerp uitgangspunten worden uitgedrukt.

Succesvolle groen ondernemers hebben eenscherp beeld over wat wel en niet behoort tot hun kerntaken. Zij maken voortdurend keuzes en besteden delen van hun maakproces uit aan deskundigen die excelleren op een specifiek vlak als: beplantingen, tuinarchitecten en ontwerpers, straatmakers, grondwerkers, bouwkundigen enzovoorts.
Kijken we naar de krapte op de arbeidsmarkt ende toenemende vraag naar meer en beter groen dan is het bijna een must om samen te gaan werken! De particuliere tuinbranche is gebaat bij een goede samenwerking tussen ontwerpers en hoveniers. Complementaire partners maken een(hoveniers)bedrijf professioneler, er ontstaat meer continuïteit terwijl de afzonderlijke partners zich bezig kan houden met die zaken waar hij of zij goed in is. Waar wachten we nog op zou je zeggen, want door hoveniers en ontwerpers samen te laten werken lossen we deels ook de arbeidskrapte op? Samen bouwen we aan een toekomstbestendige winstverwachting.
‘Onze winst is onze toekomst’ Tuinkeur 13 februari 2024, OntwerpAcademie, Belgiëlaan 1A5, Hazerswoude - dorp (tegenover Greenlink).

We verwelkomen je graag bij onze stand 323 OntwerpAcademie om je bij te praten over ons groene cursusaanbod. En test dan ook gelijk je plantenkennis met onze 'Takkentoets' en ontdek wat je weet én waar je bij kunt leren!
ℹ️ Meer info en gratis registreren op De Groene Sector Vakbeurs

Marlien: Vorig jaar om deze tijd weide ik een Instagram post aan coniferen en pleitte ik voor een herwaardering van deze groep planten. Want coniferen zijn heel goede fijnstofvangers, bieden een thuis aan vogels en insecten en zijn daarmee goed voor (bio)diversiteit. En zijn wintergroen en zorgen daarmee voor kleur in de tuin tijdens de grijze dagen. Ze horen voor mij dan ook zeker thuis in de tuin.
Coniferen waren een tijdje ‘uit de mode’, maar lijkt de opwaartse trend te maken en winnen vooral de naaldconiferen aan populariteit. Ook zijn er een aantal nieuwe cultivars op de markt gekomen die iets grappigs, lugubers of winterkleur toe kunnen voegen aan een beplantingsontwerp.


Alle groepen die de vakopleiding Beplantingsadviseur volgen, hebben na de les over coniferen de kwekerij van Herman en Thea Geers bezocht. Op slechts 1500 meter van de OntwerpAcademie, stap je bij hen in een totaal andere wereld. Kwekerij Geers is namelijk gespecialiseerd in het kweken van dwerg- en miniatuurplanten en heeft een ruim aanbod dwergconiferen en -heesters. Niet dat je in een beplantingsplan nu gelijk dit soort planten massaal toepast, maar om de diversiteit in plantengeslachten te laten zien is dit een zeer leerzaam bezoek.


Na een introductie over hoe dwergvormen ontstaan in de natuur, kijken de studenten zelf rond met de opdracht: “Hoeveel verschillende soorten en/of cultivars (taxa in vakjargon geheten) kun je vinden van bijvoorbeeld Pinus?” Een student kwam op maar liefst vijftig verschillende Dennen! Nou, dan kun je als klant niet meer zeggen: “Voor mij geen Den, die heb ik al.” Een variant op de opmerking van een niet-lezer: “Ik heb al een boek.”
Voor een wintertuin vind ik het bijvoorbeeld heel gaaf om coniferen als Pinus mugo ‘Carsten’ te gebruiken. Een Den die in de winter nog mooier warm geel kleurt dan in de rest van het jaar en onder veel omstandigheden floreert. In de buurtplaats je het oranjekleurige Carex testacea ‘Prairie Fire’ met een Heuchera ‘Caramel’. Het hele jaar door succes verzekerd!



En juist die enorme diversiteit aan planten laat de waarde en de rol van (planten)kennissen daarmee ons vak, heel goed zien: een beplantingsadviseur maakt onderscheid in het aanbod, kent vele toepassingen en durft te combineren.
Kortom, zet je over mogelijke vooroordelen over coniferen heen en durf ze in je beplantingsplan (op een originele manier) op te nemen. Je zult verbaasd zijn over de mogelijkheden.
Tip voor de kerstvakantie: Ga op zoek naar originele combi’s en plaats ze op ons groene platform OA-Connect. Verras en inspireer elkaar!
Marlien van der Linden is hoofddocent Plantenkennis aan de OntwerpAcademie en is een echte plantengekkie. Ze werkte jarenlang bij kwekerijen in Boskoop, waaronder Plantentuin Esveld, voor ze de stap maakte naar het onderwijs. Ze deelt haar kennis en liefde voor planten niet alleen in haar lessen, maar schrijft er ook graag over o.a. voor vakblad De Hovenier en voor onze volgers op onze online kanalen onder de rubriek Marliens Plantentip. Haar tips reizen met de seizoenen mee.