


























Bij het maken van een beplantingsplan is het dus zaak dat je daarin ook de najaarsbloeiers meeneemt en inplant. Van grassen weten we dat ze op zijn mooist zijn in het najaar, maar alleen grassen is niet kleurig. Ze komen mooier tot hun recht met wat kleur in hun omgeving. Herfstasters noemde ik al. Ook zeer geschikt is Persicaria, een groot geslacht met soorten die bloeien van eind juni tot eind oktober. Sedum telephium soorten en aanverwanten trekken veel insecten en geven een rustpunt voor het oog door hun schermbloemen. Ook uitgebloeid nog zeer de moeite waard. Maar wanneer je ze in mei al een keer de ‘Chelsea chop’ geeft (halveren in de tweede helft mei) heb je zeker in oktober nog bloei. Begonia grandis is op de juiste standplaats een winterharde vaste plant die weliswaar in het voorjaar laat op gang komt maar daardoor ook niet te beroerd is om tot de eerste nachtvorsten door te bloeien. Ook kun je nog denken aan Actaea (voorheen Cimicifuga), Tricyrtis, laatbloeiende Sanguisorba en Vernonia.

Wanneer ik aan tafel zit, heb ik uitzicht op onderstaande combinatie. Wát is het een genot om hiernaar te kijken! Anemone x hybrida ‘Lorelei’ die keurig rechtop staat is gecombineerd met Aster ‘Pink Spray’ en Abelia ‘Rose Creek’. Anemone geeft rust en heeft verticaal lopende lijnen, de andere twee geven een sprookjesachtig beeld door de vele bloemetjes. Bovendien geeft Abelia leuke vruchtdoosjes die heel lang aan de plant blijven zitten en het blad valt er pas laat af. Het is een drukte van belang met allerlei soorten bijen, wespen en hommels. Gezien het aantal knopjes die nog klaar zitten, ziet het ernaar uit dat het tot ver in november doorgaat met de bloei. Alleen een flinke nachtvorst zal een einde maken aan dit feestje.

Eind maart rondt Nadine Janssen de opleiding Tuinarchitectuur af. Om het geleerde nog eens extra in de praktijk te brengen, meldt ze zich aan voor een StageProject onder begeleiding van stagecoördinator Peter Kroesen. Haar match vindt ze in Leimuiden, een dorp op de grens van Noord- en Zuid-Holland aan de ’s zomers drukbevaren Ringvaart tussen het Braassemermeer en de Westeinderplassen. Om de hoek van de kleine dorpshaven, direct aan het vaarwater, ligt de tuin van opdrachtgevers Nathalie en Coen: een plek zonder samenhang, weinig sfeer en privacy en door wind en tocht geen tuin om gezellig te kunnen zitten.
Een mooie ontwerpuitdaging die we hier uitlichten met een samenvatting van Nadine’s bevindingen en keuzes.
Peter: “Met haar concept ‘De Landelijke Windbreker’ geeft Nadine het perfecte antwoord op alle bezwaren en problemen. Haar ontwerppresentatie is bovendien heel goed uitgewerkt: opmaak, leesbaarheid en compleetheid, alles klopt.”
.png)
Nadine: “Een groot perceel in de polder van 70 x 25 meter, een 'tochtgat', natte veengrond en betrokken klanten. Dat is het kader van mijn stageopdracht. Na de verschillende analyses, schetsen en het nodige nadenkwerk wordt de 'Landelijke Windbreker' geboren.
De naamgever van het project zijn de beukhagen. Door ze in verschillende hoogtes en dwars op het perceel te plaatsen, breken ze de wind. Eén van de wensen van Nathalie en Coen is het behoud van ‘de champignon' (zie foto van uitvoer), wel mag ik ‘m verplaatsen. Omdat de stenen plaats vóór de grote loods vooral een loze ruimte is, heb ik in het tuinontwerp de ‘champignon’ daar naartoe verplaatst en aangepast als patio met veel groen. Zo wordt ie echt bij de tuin betrokken.
Na het bespreken van het schetsontwerp zijn de klanten ontzettend enthousiast en hoef ik maar enkele details aan te passen. Het is de basis voor het definitieve ontwerp.
.png)
Daarna begint het uren struinen en zoeken naar het juiste groen: hondvriendelijk, zo gevarieerd mogelijk om de biodiversiteit te stimuleren en bestand tegen flinke wind en natte voeten.
Lees het volledige artikel over het StageProject van Nadine met o.a. een impressie van een border en plantenkeuze en foto's van de realisatie hier op onze groencommunity OA-Connect.
Studio Malou
Nadine is met haar eigen bureau Studio Malou aan de slag gegaan met nieuwe tevreden klanten!


1 – Zorg voor een goed beplantingsplan
Maak het beplantingsplan niet te ingewikkeld, dan kan diegene die voor het onderhoud zorgt, het overzien. Vraag aan de klant hoeveel tijd hij/zij aan een tuin wil besteden. Weinig tijd? Kies planten die snel dichtgroeien, niet te veel eisend zijn en in groepen staan. Plaats eventueel iets meer planten per vierkante meter, zeker op arme gronden. De op dit moment populaire gemengde beplanting is veel lastiger te beheren.

2 – Bied een vorm van onderhoud aan
Probeer een ‘abonnement’ - of hoe je het ook organiseert - te regelen met de klant om minstens twee keer per jaar een rondje door de tuin te lopen (in het vroege voorjaar en gedurende het groeiseizoen). Je ziet dan vanzelf wat er moet gebeuren en bespreekt dit met de klant. Mijnervaring is dat tuineigenaren niet altijd goed weten wat en wanneer ze moeten doen of bijvoorbeeld onkruid slecht van de aangeplante plant kunnen onderscheiden. Handig is om een filmpje te laten maken tijdens je rondgang: zo worden je tips opgenomen bij de desbetreffende planten en kan de klant het nog eens rustig terug kijken. Scheelt jou een hoop schrijfwerken de klant weet precies om welke plant of gedeelte van de tuin het gaat.
Bij een onderhoudsabonnement snijdt het mes bovendien aan twee kanten. Want het is voor je zelf ook heel leerzaam om de tuin met het door jou bedachte beplantingsplan te volgen. Wat gaat goed, waar moet je bijsturen. Het is helemaal geen schande om te zeggen als iets een beetje aangepast moet worden. Een plan is een startpunt, de natuur heeft zijn eigengrillen. Je kunt dus niet alles goed inschatten hoe een tuin zich zal ontwikkelen. Onze Piet Oudolf verkoopt geen plan meer zonder dat de tuin gemonitord wordt door een door hem aangewezen professional.

3 – Wees voorzichtig met inheemse beplanting
Inheemse beplanting zijn gang laten gaan is een mooie en belangrijke trend maar het vraagt ook behoorlijk wat kennis. Zo hebben inheemse planten vaak een flink groeiend wortelgestel – zoals Brandnetel – of zaaien ze heel makkelijk uit. Wees, als je een integratie/acceptatie van inheemse planten beoogt, kritisch en selectief. Soms is het beter deze planten weg te halen als de beheerder geen kennis van zaken heeft. Bij het vergroenen van ons grindpad bijvoorbeeld verwijder ik Straatgras en Paardenbloem – die zaaien enorm uit – maar de Breed bladige weegbree, Brunel en Duizendblad laat ik staan. Die krijgen dan meer ruimte om verder te groeien.
Mijn credo is: Liever een goed verzorgde beplanting waar de klant blij van wordt én blijft dan dat het uitdraait op een teleurstelling en die er misschien zelfs toe leidt dat de beplanting wordt vervangen door een gazon of bestrating.
En wat betreft het openbare groen in Boskoop? Nu het slechte onderhoud ervan in het nieuws is geweest en de Vakbeurs voor Europese tuinplantenaanbieders PLANTARIUM-GROEN-Direkt binnenkort plaatsvindt (op 23 en 24 augustus), wordt met man en macht de beplanting opgeknapt. Gelukkig maar!
Marliens Plantentip
Marlien van der Linden is hoofddocent Plantenkennis aan de OntwerpAcademie. Ze deelt haar kennis en liefde voor planten niet alleen in de klas, maar schrijft er ook graag over in o.a. vakblad De Hovenier en voor onze fans op Instagram onder de rubriek Marliens Plantentip. Haar plantentips reizen met de seizoenen mee!

Podium Boskoop lezing door Han Lörzing l Maandag 11 september 19.30u (inloop 19.00u)
Ontwerpen aan landschappen ging in de tweede helft van de twintigste eeuw in de hoogste versnelling. Ruilverkavelingen, IJsselmeerpolders en Groene Sterren gaven twee generaties ontwerpers handen vol werk. Wat is daarvan overgebleven? De zucht naar behoud van bestaande landschappen nam toe. Landschappen worden vooral beschreven in termen als natuurontwikkeling en erfgoedbehoud. Ja, ontwerpers kunnen zich uitleven op stadsparken. Maar hoe gaan volgende generaties vormgeven aan de grote landschapsopgaven? Door plantrandjes rond datacentra, zonneparken en distributieterreinen aan te brengen?
Ontwerpopgaves zullen (nog) integraler moeten, robuuster en intensief gefundeerd op de aanwezige kwaliteiten van het landschap in termen van bodem, water en ecologie. Wetende dat ‘plantrandjes’, non-plekken, ‘schaamgroen’ en dus ook tuinen gezien vanuit het ecologisch systeem deel uitmaken van een groter geheel en - hoe klein ook - een kans is om een bijdrage te leveren.
Over
Han Lörzing werkte als parkontwerper, landschapsdocent en adviseur in de ruimtelijke ordening. Hij schreef boeken over landschap en kunst, o.a. Van Bosplan tot Floriade (1992) en The Nature of Landscape (2001). Onlangs verscheen Dutch Landscape – An Overview (2023).
Aanmelden
voor de lezing op maandag 11 september 19.30u kan via onze contactpagina.