
























De webinar wordt gegeven door Peter Kroesen, hij is werkzaam bij OntwerpAcademie en officieel SketchUp trainer. Peter Kroesen laat aan de hand van diverse praktijkvoorbeelden zien wat je kunt na slechts twee lesdagen. Tijdens de interactieve webinar is er voldoende ruimte voor vragen. Hoewel SketchUp voor iedereen bedoeld is richten we de toepassing van SketchUp vooral op tuinontwerpers en hoveniers tijdens de webinar.

Maar ... let op! Hoe mooi het programma ook is ontwerpen start je in eerste instantie handmatig. Eerst het concept daarna de computer. Tijdens de ontwerplessen van de vakopleiding Tuinontwerper ligt bij ons het accent op de ontwerpkunde. Er is niets mis mee met het gebruik van een computer. Maar wij willen voorkomen dat je als student met computervaardigheid bezig bent in plaats van het ontwikkelen van ontwerpvaardigheden.

Dus ... digitaal tekenen komt na het maken van het ontwerp concept!
Schrijf je hier in voor het webinar SketchUp. Ben je al verder met SketchUp dan zou je kunnen denken aan SketchUp Render.
Meer informatie? SketchUp Basis | SketchUp Gevorderden | SketchUp Compleet | Digitaal Ontwerpen Allround (DOA) | SketchUp Next Level Rendering

Je kunt het allerlei namen geven: zijn het zeven groene regels, is het een checklist, een handvat? Dit gaat over mijn stokpaardjes. zó belangrijk, dat ik het steeds herhaal. En nu moest het maar eens opgetekend worden. Natuurlijk, je kunt er over discussiëren, je hoeft het niet met mij eens te zijn. Maar dan moet je het wel kunnen uitleggen en wees je ervan bewust, waarom je zie je het anders?
Een tuinontwerp maken is een proces met vele stappen. Eén ervan is kijken naar de omgeving: de context. Dat betreft de directe omgeving, de buren, de straat, het uitzicht, de ruimte, de betekenis van dit huis met deze tuin op deze plek. Maar wij tuinontwerpers starten van groot naar klein, dus éérst komt het grote geheel: het landschap. In welk landschap ligt de tuin, wat zijn de kenmerken van dit landschap: zowel qua bodem, water als ruimtelijke opbouw. Ook de stad ligt in een landschap en is een landschap. Weet je in welk landschap je zit, dan kun je deze gegevens behalve voor het ruimtelijk ontwerp, óók gebruiken voor de beplanting, door het vaststellen van de potentiële natuurlijke vegetatie (zie punt 5).

Eén keer per jaar wordt er in de media aandacht aan besteed, (www.nachtvandenacht.nl.) maar waarom zou je duisternis niet dagelijks en integraal in je ontwerpen opnemen?! Onderzoek heeft aangetoond dat alle (!) organismen lijden onder te veel licht. Vandaar dat hoe romantisch jij het ook vindt, hoezeer het je ontwerp ook ondersteund, sfeerverlichting en zaken als het aanlichten van bomen, in dit licht echt niet meer kunnen. En dan formuleer ik het nog te mild: mijn mening is dat tuinverlichtingsplannen overbodig zijn. Ik hoor je denken: veiligheid. Natuurlijk, bij voor- en achterdeur is een lamp (met bewegingsmelder) wenselijk. Maar je ogen wennen aan het donker en buiten verblijven doe je vaak als het lang licht is. Als je ontwerpt vanuit een ecologisch grondslag, dan houd je de tuin zo donker mogelijk.

Als tuinontwerper, met een basis in het landschap, ontwerp je met groen: met bomen, heesters, hagen, met bodembedekkers, vaste planten, gras(kruidenvegetatie). Pergola’s, palen en overkappingen, vijvers, jacuzzi’s en trampolines zijn niet noodzakelijk, maken geen vast onderdeel uit van het gereedschap van de tuinontwerper. Ik daag je uit je ontwerp te maken zónder deze zaken, alleen met groen! Je zult zien dat het mooiere tuinen oplevert.
Daarnaast, iedereen is tegen Tatasteel, maar hoe denk je dat cortenstaal wordt gemaakt? Is het noodzakelijk om bijvoorbeeld hardhout te gebruiken, maar ook bij gebruik van Europees hout, wat is hiervan de voetafdruk, hoe lang heeft dit moeten groeien, denk eens aan het transport?

Misschien begin je te denken, dat ik met punt 3 wel erg extreem ben. Maar er gaat natuurlijk wel verharding in de tuin: je wilt buiten zitten op een stevige ondergrond (niet met wegzakkende stoelen) en met droge voeten/schoenen lopen als het geregend heeft. Studenten vragen mij regelmatig, welk verhardingsmateriaal is het meest duurzaam? Daar heb ik een mening over, maar die vraag leg ik bij je terug. Wel kan ik met zekerheid stellen dat hoe minder verharding je gebruikt, des te duurzamer het is! Dus bekijk bijvoorbeeld voor hoeveel personen het terras dagelijks gebruikt wordt, hoeveel manoeuvreerruimte je denkt nodig te hebben. En vraag je af of mensen naast elkaar op een tuinpad wandelen…

Wanneer je inheems groen gebruikt, dan is er sprake van onderlinge samenhang met insecten, spinnen, micro-organismen, paddenstoelen en andere schimmels. Bovendien zijn er ook relaties in het inheemse groen onderling. Uitheems groen heeft ook zeker een relatie met de flora en fauna, met de bodem. De samenhang tussen inheems groen en hun omgeving is echter groter dan tussen exoten en hun omgeving. Een goed voorbeeld is de vlinderstruik, de Buddleja. Volwassen vlinders weten hem goed vinden, maar het is geen waardplant. Uitheems groen draagt zeker bij aan de biodiversiteit, variatie is sowieso beter dan monoculturen, maar inheems groen is waardevoller en belangrijker.

We zijn opgegroeid in de traditie dat je voor de realisatie van een nieuw tuinontwerp de tuin leeghaalt. Grote bomen laten we wel meestal staan en daarna gaan we inventariseren en analyseren. Tja, we zijn ook vaak opgegroeid met nieuwe meubels en nieuwe mode. In deze tijd van hergebruik van grondstoffen past het hergebruik van alles in de tuin: wat is waardevol is de belangrijke vraag bij het inventariseren. Deze vraag gaat uiteraard tot en met de bestaande beplantingen, verhardingen en andere elementen. De uitdaging is om zoveel mogelijk binnen de tuin te hergebruiken, dat scheelt transportkosten. Misschien geen aantrekkelijk vooruitzicht voor een hovenier, die baat heeft bij de aanschaf van toevoegingen? Maar, zoals gebakken klinkers tweedehands duurder zijn dan nieuwe, zo is er voor de creatieve hovenier ook zeker een verdienmodel.

Na je analyse en je eerste schetsen ligt er een schetsontwerp (of beplantingsplan, of technische oplossing of detail) waar je trots op bent. Hier kunnen de opdrachtgevers wel wat mee, is jou bevinding. En dan is het tijd voor de terugkerende vraag: kan het eenvoudiger? Zit er iets in de oplossing waardoor het duidelijker wordt, wat zou je zonder problemen kunnen weglaten? Is dit wat je hebt bedacht het meest krachtig? Eenvoud is vaak het meest krachtig. Simpel is hier niet het synoniem van suf of saai, maar van ongecompliceerd en helder.

Met dank aan Adri Voorwinden.

De voorbeelden kennen we allemaal wel: de cortenstalen randen en plantenbakken. De verhoogde plantenbakken al of niet met een zwarte betonnen rand of de dakbomen en leibomen die te pas en te onpas aangeplant worden.
Het is nog maar eenpaar jaar geleden dat we afscheid genomen hebben van de schanskorven terwijl er momenteel geen voortuin te bekennen is zonder overmaatse grijze tegels en split of grind als verharding.
Gemiddeld genomen verhuizen Nederlanders eenmaal per 7 jaar. Voor wat betreft de tuin betekent dit dat 80% van de toegepaste tuinmaterialen in de container verdwijnen. De zorgvuldig geselecteerde Aziatisch blauwe hardstenen tegels wacht hetzelfde lot. Dat is eeuwig zonde want voor veel materialen zijn er letterlijk en figuurlijk bergen werk verzet.

Denken vanuit het materiaal zet je als ontwerper vast. Een vaak gehoorde opmerking in dit verband is dat je de wensen van de klant niet kunt negeren. Het is uiteraard belangrijk om de klant te laten zien en voelen dat je naar ze luistert. Dat kan door het stellen van vragen. De vraag achter de vraag geeft je informatie over demotivatie en de beweegredenen van de consument om voor een bepaalde materiaal of kleurstelling te kiezen. Direct in gaan op de wensenlijst van de consument betekent dat je het echte ontwerpwerk voor je uit schuift. Wat je plat gezegd aan het doen bent is het braaf afvinken van het wensenlijstje en dat heeft op zichzelf niets met ontwerpen te maken.

Idealiter heeft de ontwerper kans gezien om de kwaliteiten van de tuin, woning, bewoners en plekte ‘vangen’ met een concept. De ontwerper kiest de materialen waarmee die ideeën het beste en het meest duidelijk uitgedrukt kunnen worden. Deze manier van werken maakt het ontwerpwerk leuker, omdat elke tuin, groot of klein een unieke bewerking ondergaat. En die bewerking is niet per se gekoppeld aan trends maar aan wat er nodig is op die plek en vanuit een bepaalt idee. Uniciteit en authentieke oplossingen zijn verweven met de ontwerpopgave. Het materiaal is niet alleen decoratief maar tegelijk functioneel dat voor een samenhangend beeld zorgt dat jaren mee kan.

Op deze manier blijft het ontwerpwerk interessant want elke ontwerpopdracht is een (mini)onderzoek naar de omstandigheden ter plekke.
Een goed doorwrochten ontwerp ligt aan de basis van een duurzame tuin, omdat met een integrale inventarisatie en aanpak alle aspecten meegenomen worden in de planvorming. Ontwerpers zijn getraind om vraagstukken samenhangend aan te pakken.
Tijdens de Groene Sector Vakbeurs is er een podcast die gaat over materialen en tuintrends. De podcast kan je hier luisteren.

Maar toch wil ik het deze keer over iets anders hebben, te weten: wat kun je met de opleiding tot beplantingsadviseur?
Regelmatig wordt dit door studenten of andere geïnteresseerden aan mij gevraagd. Leuk om op deze plek hier eens op in te gaan.

Na een jaar de opleiding te hebben gevolgd zou je ongeveer 600 planten moeten kennen, in ieder geval de weg weten hoe je achter een naam kan komen. Daarnaast krijg je veel informatie over andere belangrijke zaken zoals bemesting, biodiversiteit, plantkwaliteit, handelsmaten, veredeling, groeiplaatsomstandigheden en nog veel meer.
In de opleiding besteden we circa 80% van de tijd aan het kennen en herkennen van plantensoorten en de overige tijd aan praktische werkvormen en de onderliggende theorie.
Maar dan... Welke functies kan je bekleden als beplantingsadviseur?
Veel hoveniersbedrijven zijn kundig in het maken van bestrating, houten constructies, vijvers enz. En oh ja er moeten ook nog planten in. Niks mis met zo’n bedrijf want ze kunnen goed werk leveren maar aan de beplanting zie je dat er meer in zou kunnen zitten. De beplantingsadviseur is van grote meerwaarde voor dit soort bedrijven.
Dit soort ontwerpers hebben we misschien ook wel op school, in de praktijk zeker. Tuinontwerpers of – architecten die een kei zijn in ruimtelijk inzichten, het handig oplossen van lastige hoeken, één en al creativiteit zijn. Maar dan wordt het voor hen moeilijker. Welke plant past bij de sfeer van het ontwerp maar voldoet ook aan de omstandigheden zoals bodem, water en zonlicht. Weer een plek voor de beplantingsadviseur! Vooral als het gaat over samenwerking met een ontwerper.
Als derde optie zou je als zelfstandige aan de gang kunnen. Niet iedereen wil zijn tuin op de schop zetten. Een goede opknapbeurt, een border herinrichten nadat de steigers van een verbouwing weer de tuin uit zijn.
Er zijn best mensen die graag tuinieren maar niet goed weten waar te beginnen, zijn bang om iets niet goed te doen. Die kan je aan de hand nemen in een rondje door de tuin en leg je uit wat ze kunnen doen. Onder het kopje duurzaam of milieubewust zet je jezelf in de markt, want hoe langer je met een tuin doet, hoe duurzamer. Met wat kleine aanpassingen kun je de tuin pimpen. Je kunt eenabonnement o.i.d. afspreken zodat je werk houdt, ook in de toekomst. Dan hebben we het natuurlijk over het verdienmodellen.
Dit kan je ook heel goed doen als je ontwerpen en beplantingsplannen maakt; je voert het uit (of laat uitvoeren) en vervolgens afspreekt een aantal keer terug te komen voor bijsturing. Het is nu eenmaal levend materiaal en ondanks je kennis kunnen er toch dingen anders lopen. Ook Piet Oudolf verplicht zijn klant tot nazorg door hem of één van de mensen waar hij mee samenwerkt. Een win-winsituatie: jij kan je ontwerp volgen, de klant is blij met de begeleiding want zijn tuin blijft mooi door op tijd besturen.

De eerste vacatures bij gemeentes en ontwerpbureaus zijn al voorbij gekomen. Het kan gaan over de inzet van meer vergroening in de buurt, buurt bewonersprojecten coördineren vanuit de overheid, enz.
Bij grotere ontwerpbureaus werkt men met beplantingsspecialisten, dat zijn professionals die beschikken over veel parate plantenkennis en de ontwerp uitgangspunten van de ontwerper moeiteloos kunnen door vertalen naar groene(streef)beelden. De beplantingsadviseur begint daar waar de (tuin)ontwerper eindigt.
Om je een idee te geven over de werkzaamheden volgt hier een opsomming:
Jazeker, je kunt nog terecht bij tuincentra als adviseur of hoofd inkoop bij een plantengroothandel of iets dergelijks, het is maar net welke ambitie je hebt.