
























Vanuit de markt is er vraag naar deskundige beplantingsontwerpers die beschikken over sortimentskennis en weten hoe ze dat sortiment moeten toepassen en onder welke omstandigheden. Van Beplantingsspecialisten mag worden verwacht dat ze door middel van een analyse van het ontwerp een visie op de beplanting kunnen ontwikkelen. Bovendien zijn deze professionals – als dat nodig is - zelf in staat de ontwerpuitgangspunten te formuleren. Dit betekent dat Beplantingsspecialisten bekend zijn met de basisprincipes van het ontwerpen en het ontwerpen met beplantingen.

Ten opzichte van het eerste jaar zijn de opgaves in het tweede jaar grootschaliger en complexer. Grotere oppervlaktes betekent meer ruimte voor het creëren van ecologische voorwaarden. De Beplantingsspecialist visualiseert de groene ontwikkelingsprocessen met behulp van streefbeelden en andere tekentechnieken waarmee de ruimtelijke kwaliteit tussen het beoogde groen en architectuur blijkt.

Hoewel we met het tweede jaar gefocust blijven op de (semi)private ruimtes verbreden we het werkterrein in de richting van instellingsgroen zoals: schooltuinen, groen bij ziekenhuizen, industrie- en kantoorterreinen, groen behorende bij VvE’s, camping- en recreatieterreinen, buitenplaatsen en landgoederen. We bekijken het groen vanuit landschappelijk perspectief waar bodem, water en ecologie sturend worden.

Ligt in het eerste jaar het accent op sortimentskennis in het tweede jaar verknoopt de student deze kennis met ontwerpuitgangspunten, de toepassing van het groen in uiteenlopende (ruimtelijke) situaties, rekening houdend met de wensen en eisen van de opdrachtgever. Het kennen en herkennen van plantensoorten domineert in het eerste jaar terwijl in het tweede jaar ontwerpen met en toepassen van beplantingen de hoofdrol spelen. Zoals Marlien het altijd mooi zegt: in het eerste jaar leer je de ‘woordjes’ in het tweede jaar leert de student de ‘groene’ grammatica om daarmee aantrekkelijke, groene en vooral duurzame buitenruimtes te maken.
Bij de afsluiting van het tweede jaar verwachten we van de studenten dat ze de opgedane kennis uit zowel het eerste als tweede jaar integraal toepassen en tot een samenhangende aanpak weten te smeden waarbij ook de groene toekomstbeelden inclusief de beheerkosten zijn meegenomen in de plannen.
In het tweede jaar – ook dat is anders ten opzichte van het eerste jaar - handelt de student vanuit 4 beroepsrollen: de ecoloog, ontwerper, verbinder en beheerder. Deze beroepsrollen zijn kenmerkend voor het beroepsprofiel van de Beplantingsspecialist.
Beplantingsspecialisten spelen in de dagelijkse praktijk een meer dan actuele rol denk aan de huidige ontwikkelingen rondom fijnstof, hitte reductie, vergroening, waterretentie, biodiversiteit, klimaatadaptatie, energie en duurzaamheid. Het is een beroep dat de toekomst heeft.
Mijn dank gaat uit naar de immer enthousiaste teamleden die niet zelden onder druk hebben moeten presteren. In de tweede helft van de maand mei organiseren we een webinar waarbij we ook ingaan op het tweede jaar. Kijk voor actuele data op de website of op de community van de OntwerpAcademie; OA-Connect.
Tot spoedig!

Daarnaast speelt met het oog op de werkvolgorde het soort ontwerp een rol. Komen er veel bouwkundige elementen in, zijn er hoogte verschillen? enz.
Kortom de praktijk is ten alle tijde bepalend voor de feitelijke werkvolgorde. Dat neemt niet weg dat er wel iets van een algemene werkvolgorde te geven is.
De hoofdopzet van deze volgorde vormt desgewenst de basis voor een te maken werkomschrijving dan wel begroting voor de aanleg van de tuin. Het maken van een calculatie of begroting is niet iets dat ontwerpers doen maar bij de uitvoerende partij ligt, zoals een hovenier of groenaannemer.
Voor ontwerpers kan het wel handig zijn om - bij wijze van eerste indicatie - te werken met kengetallen, maar dat komt in een ander artikel naar voren.

Voor nu gaat het om de werkvolgorde hieronder:
Nogmaals de grootte van het werk en de aard van het tuinontwerp bepalen welke onderdelen relevant zijn.

De voorbereidende werkzaamheden omvatten bijvoorbeeld het regelen van de vergunningen, wegafzetting, veiligheid, in beeld hebben hoe het zit met de zorgplicht omtrent flora en fauna (eventuele aanwezige vogelnesten enz). Het kan ook zijn dat er bouwhekken om het terrein moeten of dat zwaar materieel over rijplaten moet rijden.
De voorbereidende werkzaamheden liggen in principe bij de uitvoerende partij maar in overleg met ontwerper en aannemer kan het zijn dat er op onderdelen afstemming nodig is.
Opschonen zijn de werkzaamheden die erop gericht zijn om het terrein schoon en overzichtelijk te maken, te ontdoen van onrechtmatigheden; kortom bouwrijp maken wordt het ook wel genoemd.
Het verwijderen en afvoeren van dode bomen, frezen van wortel- en stoppelresten, afvoeren van puin en/of verontreinigde grond, slopen van eventuele opstallen, het maaien en afvoeren van ruigte begroeiing.
Als het een groot project betreft bestaat het uitzetwerk mogelijk uit twee delen een globale aanpak en het fijne uitzetwerk. In grote lijnen geven we in deze fase aan waar de uitgraving moet plaats vinden, welke cunetten gegraven moeten worden. Wellicht zijn er flinke delen van de tuin die fors uitgegraven moeten worden.
Na het globale uitzetwerk is duidelijk waar het grondwerk moet plaatsvinden. Ook is duidelijk waar de overtollige grond naar toe moet of waar het in de tuin in depot (tijdelijk) opgeslagen moet worden. Vijvers, cunetten, worden uitgegraven. Over het algemeen is de volgorde om eerst grond te ontgraven en die te verwerken in de tuin, waarna de aanvoer van zand of grond plaatsvindt.
Zand ten behoeve van zandbed is fundatie materiaal voor paden, terrassen, opritten, parkeerplaatsen. Zand wordt gestort in het cunet en vervolgens geprofileerd (onder profiel gebracht).
Bij de grondwerkzaamheden is het belangrijk het zandbed schoon te houden. Om die reden wordt eerst de aanvoer van grond verwerkt en daarna de aanvoer en het verwerken van het zand.
Een belangrijk aspect dat nog genoemd moet worden is dat in het grondwerk ook de graafwerkzaamheden plaatsvinden voor de aanleg van kabels en de leidingen: water, gas, nutsvoorzieningen, telecom, drainage, elektra. De officiële diepte waarop deze leidingen gelegd moeten worden is op 60 cm. Diepte ten opzichte van het maaiveld. Op die diepte ligt de zogenaamde vorstgrens.
Onder grondwerk valt bijvoorbeeld ook het maken van een sleuf ten behoeve van de fundatie van een keermuur.

Nadat het grondwerk verricht is zal de straatmaker, hovenier of timmerman de exacte afmeting en,vorm gaan bepalen van de verhardingen en waar bijvoorbeeld bouwkundige elementen als een schuur of overkapping komen.
Vaak zie je dat het uitzetwerk samenvalt met het aanbrengen van kantopsluitingen.
Als het zandbed onder profiel is aangebracht wordt het aangetrild (verdicht) zodat er een stevige ondergrond ontstaat. Om die reden krijgt het zandbed overhoogte om na het trilwerk op de juiste hoogte uit te komen.
Sommige verhardingen kunnen gezien worden als bouwkundig zoals met het maken van een vlonder dat zowel als terras als bouwkundig element gezien kan worden. We onderscheiden in algemene zin drie soorten verhardingen: gesloten verharding (beton/asfalt), elementen verharding (tegels, klinkers) en halfverharding (schelpen, boomschors enz).
De aanleg van bouwkundige elementen kan voor dat het verhardingswerk wordt aangebracht plaatsvinden zoals bijvoorbeeld het aanbrengen van: keermuren, trappen en schuurtjes. Andere bouwkundige elementen zijn: vijvers, pergola’s, schuttingen, poorten, gemetselde randen en bakken.

Met het aanbrengen van beplantingen werken we van groot naar klein, van boom via heester naar vaste plant.
Afhankelijk van het soort tuin, de afmetingen en de positie van de tuinonderdelen kan het zijn dat de aanpak anders is. Grote bomen kunnen aangebracht worden alvorens men begint met het uitgraven van de cunetten van een pad.
Als laatste komt de aanleg van het gazon in beeld. Deze kan gezaaid worden dan wel aangelegd worden met graszoden.
Tot slot komt de afwerking in beeld. Onder deze werkzaamheden vallen algemene zaken als: invoegen van tegelwerk, afmonteren van de verlichting, sproeiinstallatie, aanvegen en schoonmaken van verhardingen, verwijderen van hekken, ballast materiaal enzovoorts.
De oplevering is het moment dat de hovenier of aannemer de tuin doorloopt en eventuele aandachtspunten checkt.

Allereerst is er een praktisch argument. De OntwerpAcademie stelt als voorwaarde dat je het eerste leerjaar officieel afgerond hebt met een examen om door te kunnen stromen naar het tweede leerjaar.
Dat tweede jaar is een verdieping op het eerste jaar. In het tweede jaar wordt de schaal van de projecten groter en daarmee ook de complexiteit. In dat tweede leerjaar willen we ook dat je de verworven kennis uit het vorige leerjaar meer samenhangend toepast in het tweede jaar. Het eerste leerjaar is dan ook vooral een oriënterend jaar.

Verder geldt dat het doen van een examen te vergelijken is met het doen van een proeve van bekwaamheid. Het is de ultieme test om te zien waar je als student toe in staat bent. Je moet pieken en leveren op een voor afgesproken moment. En presteren onder druk is echt anders dan wanneer die druk er niet of nauwelijks is zoals bij het uitwerken van een lesblokopdracht.
De exameneisen zijn tot stand gekomen in overleg met vakgenoten. Een examencommissie ziet erop toe of het examen volgens de vastgestelde procedures verloopt. Doe jij examen en slaag je met een diploma als resultaat dan mag je gezien worden als een erkend vak beoefenaar. Erkend omdat vakgenoten uit het werkveld betrokken zijn bij het vaststellen van de eisen. Jouw diploma staat voor kwaliteit en is een garantie voor bijvoorbeeld werkgevers dat je het werk op een bepaald niveau aan kunt.
We attenderen je verder nog graag op de Nederlandse Vereniging voor Tuin- en landschapsarchitectuur, de NVTL. Dit is de Nederlandse beroepsvereniging voor tuin- en landschapsarchitecten en ontwerpers en is de spil van het vakgebied in Nederland. Ze behartigen de belangen op veel fronten, stimuleren de ontwikkeling van het vak en brengen opdrachtgevers en bureaus met elkaar én met complementaire disciplines in contact.

Of je nog student bent of de opleiding hebt afgerond, je bent van harte welkom lid van de NVTL te worden. En heb jij je opleiding met een diploma afgerond, je ook ingeschreven bij de KvK en onderschrijf je de gedragsregels van de NVTL dan kun je je aanmelden voor het bureaulidmaatschap. De NVTL heeft een bureaulijst waarin je opgenomen kunt worden.
Tot slot geldt, zoals in elk vakgebied: om het vak zo professioneel mogelijk te houden, geldt hoe meer ervaring en opleiding je hebt hoe beter! Een gedegen examen draag daar beslist aan bij.

We moesten wel even ‘landen’ om - na een autorit van ruim 2 uur - net op de grens van Drenthe en Friesland in een lokaal in Frederiksoord een studievoorlichting te geven.

Voor de OntwerpAcademie een proef om, bij DE PROEF - dat is de stichting die de handen ineengeslagen heeft om gebouwen en terrein nieuw leven in te blazen ten bate van educatie, erfgoed, ecologie, kunst en cultuur - een presentatie te geven. Een kleine groep enthousiastelingen werd gastvrij ontvangen door Kim van den Belt een van de beheerders - zoals ze zichzelf noemt - van DE PROEF.

Voor mij was het een historische dag want decennia lang draaide het in mijn hoofd om die twee beroemde tuinbouwscholen. Boskoop en Frederiksoord. Als je serieus genomen wilde worden volgde je een opleiding op een van deze twee scholen. En vandaag was ik voor het eerst op het terrein en kon ik de sfeer proeven van de lokalen en gebouwen die zo’n 20 jaar leeg gestaan hebben.

Beide scholen zijn destijd opgegaan in grotere AOC’s. Het voormalige terrein van de Boskoopse R.M.TuS. en R.H.S.T.L. is zelfs met de grond gelijk gemaakt om plaats te bieden aan een woonwijk.

In Frederiksoord is dat anders gelopen. Jarenlang heeft er een projectontwikkelaar op het terrein gezeten die een deel van de voormalige tuinen heeft verkocht aan een zorginstantie met het doel financiële middelen te genereren. Gelukkig is een groot deel van de tuinen behouden gebleven die door een grote groep vrijwilligers onderhanden genomen wordt. Dat die tuinen de moeite waard zijn is mij duidelijk geworden met de rondleiding die ik kreeg van mijn collega Ploni Sikkes. Markante oude en vooral volgroeide bomen zijn er te bewonderen. Een feest voor het oog maar tegelijkertijd ook een ontboezeming. Nooit geweten dat een Chamaecyparis pisifera ‘Filifera’ een meter of 7 hoog kan worden.

Er is natuurlijk nog veel herstel werk te doen in de tuin. Maar de sfeer voelt goed, de vrijwilligers zijn enthousiast en de basis is er gewoon al. Wij zien er naar uit om in het ‘hoge’ noorden lessen tuinarchitectuur te verzorgen.