
























Natuurlijk zijn de omstandigheden in de tuin dynamisch en onderhevig aan groei en is er de cyclus van de seizoenen gedurende het jaar die ons verwondert en verrast. Dit in tegenstelling tot het meer statische interieur waar de onderdelen maatvast zijn en niet spontaan zullen groeien of van kleur en vorm veranderen! Je zult zelf de definitieve vorm, maat en kleur moeten bepalen en dit kun je niet aan de grillen van de natuur overlaten. Maar… je kunt je er wel door laten inspireren!

Er zijn nog meer essentiële verschillen in het ontwerpen van een binnen- of buitenruimte te benoemen, maar eerst de overeenkomsten tussen de disciplines: in beide gevallen spreken we van interieurarchitectuur en tuinarchitectuur en hierin vind je de gezamenlijkheid! We creëren een compositie binnen een gegeven kader, met als doel betekenis, maat en sfeer te geven aan een verblijfsruimte.
In het interieur doen we dit binnen de muren en wanden van het huis, in de tuin binnen de erfgrenzen door “wanden” die we vertalen in de vorm van een haag, een heg, een muur of een hek. Niet voor niets wordt de tuin 'kamer zonder plafond' genoemd! In beide ontwerp-disciplines zijn de menselijke maat en het werken met massa en ruimte uitgangspunten. De aanpak van het ontwerpproces middels themakaartjes, moodboards, vlekkenplannen, looplijnen en zichtlijnen zijn in de interieurarchitectuur altijd onderdeel van het ontwerpproces en deze aanpak is ook de TA- student niet vreemd!

Gaat het over interieurontwerpen met planten en botanische motieven? Ook, maar het is meer dan dat. De positieve uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek naar de invloed van meer natuur in de gebouwde omgeving op menselijk welzijn en gedrag liggen ten grondslag aan het biofiel ontwerp. We voelen ons gelukkiger, zijn creatiever, meer geconcentreerd en productiever en genezen zelfs sneller in nabijheid van natuur. Grootschaliger draagt het vergroenen van gebouwen in stedelijk gebied bij aan meer verbondenheid tussen mens(en), dier en natuur. Hiermee vergroten we biodiversiteit en creëren we een aantrekkelijke, gezonde leefomgeving. Een biofiel ontwerper streeft met de te maken keuzes, in mijn optiek, altijd een respectvolle connectie met de natuur na.

In de cursus Biophilic design, ontwerp de natuur in je huis, die voor de derde keer op de Ontwerp Academie zal starten, ligt het accent op het creëren van optimale beleving van natuur door verbinding van in-en exterieur van woonhuis en tuin. Deze manier van vormgeven viert het gevoel van verwantschap, zorg en liefde voor de natuur in een integraal ontwerp dat is gebaseerd op de 15 patronen van Biophilic Design.

Theo Noorlander en Marco Robben namen in de lezing van PodiumBoskoop uitgebreid de moeite om de deelnemers mee te nemen in de wereld van de elementen verhardingen (tegels, klinkers enz). 80% van de verhardingen die in Nederland aangebracht worden bestaat uit elementenverharding aldus Theo. De overige 20% bestaat uit gesloten verharding zoals asfalt.

De lezing was informatief en vooral zinvol voor ontwerpers om inzicht te krijgen over welke soorten verhardingen er zijn, van welke invloed de ondergrond is op het fundament van je verhardingen en hoe het zit met de duurzaamheid van betonproducten in relatie tot gebakken producten. Het is teveel om het allemaal op te noemen, vandaar een greep:
Er zijn termen besproken als kwaliteitsnormen, waterdoorlatende en waterpasserende verhardingen, belastingklassen, voegtypen, roodbakkende en geelbakkende klei, duurzaamheid en zogenaamde smartcrushers waarmee een groot deel van de verhardingen gebroken en hergebruikt kan worden.

Voor duurzaamheid, aldus Theo, is er de MKI, de Milieu Kosten Indicator waarmee de milieu impact van een product gemeten kan worden. Er wordt gemeten op 19 stoffen daarbij is bij de meting een uitsplitsing gemaakt naar de vier fasen in de LCA de LevensCyclusAnalyse. Die fasen zijn: productiefase, verwerkingsfase, gebruiksfase, sloop en hergebruikfase.
Betonproducten blijken wonderlijk genoeg een lagere milieu impact te hebben ten opzichte van gebakken producten.

De innovatie van betonproducten gaat verder. De productievelden met prachtriet (Miscanthus) in de omgeving van Schiphol dienen als ingrediënt voor de nieuwste lichting betonstenen. Miscanthus neemt relatief veel CO2 op. De biomassa wordt gedroogd en als ‘snippers’ vermengd met het beton. Smartcrushers zijn in staat de verschillende componenten die in het beton zitten te scheiden met als doel op termijn 100% herbruikbaar te zijn.

Kortom een geslaagde avond wat ons betreft waarvan ik persoonlijk vind dat iedere ontwerper bij zo’n informatie avond aanwezig zou moeten zijn. Vol lof voor Theo en Marco die er vol overgave een mooie avond van gemaakt hebben.

Beplantingsspecialist is een 2-jarige opleiding waarbij plantenkennis – dus het kennen en herkennen van planten – een belangrijke rol speelt. Waar in het eerste jaar – bij beplantingsadviseur - het accent op het kennen en herkennen ligt bewegen we in het 2e jaar in de richting van andere beroepsrollen als de: ontwerper, beheerder en ecoloog. Sortimentskennis is een, er mee om kunnen gaan - het materiaal toepassen - is twee!

Omdat de specialist geacht wordt zowel over sortimentskennis als over ontwerpinzicht te beschikken is deze professional in staat om voor elke situatie een passende oplossing te vinden. Daktuinen, stedelijk groen, landschappelijke tuinen, institutioneel groen en dus ook kleine tuinen.
Hoe kleiner de tuin hoe duidelijker de keuzes moeten zijn die de beplantingsspecialist maakt. Kennis en ontwerpinzicht zijn daarbij onontbeerlijk.
In het tweede jaar trainen we het denken vanuit beplantingsbeelden die we kennen vanuit het landschap. Je leert de opbouw en essentie van die beplantingsbeelden te benoemen en toe te passen naar de kleinere schaal. Weten waar je met de beplanting naar toe wil kan alleen doelmatig als je een beeld voor ogen hebt.
Als beplantingsspecalist leer je ontwerpvaardigheden, maar je denkt ook na over ecologie, beheer en de communicatie die er voor nodig is om plannen re realiseren. Je leert het plantmateriaal zien als middel om jouw ontwerp ideeën uit te drukken. De ontwerp kant speelt een belangrijke rol bij de specialist, denk aan composities, plantstrategieën, streefbeelden en beheer.

De praktijk is toch nog vaak dat de tuin of beter het tuinontwerp als een grabbelton gezien wordt waarbij de vakken opgevuld moet worden met beplanting. Het lijstje van de opdrachtgever, de voorkeursplanten van de ontwerper of hovenier worden op een aardige manier bij elkaar gebracht en het beplantingsplan is klaar. Dat heeft meer weg van vakken vullen dan dat het te maken heeft met ontwerpen. Het is ook niet per se een duurzame of toekomstbestendige manier van werken. Ontwerpen met beplanting is dat je leert kijken naar de ontwerp uitgangspunten en die weet te verbinden aan de context, de eigenaardigheden van de plek, de architectuur en uiteraard de wensen van de opdrachtgever.
Tijdens de opleiding leren we je om als ontwerper naar de situatie te kijken en er een verdiepingsslag in te maken door er op de juiste manier op te reageren. Met de keuze van je beplanting en de daarbij behorende beelden, maak je ontwerp uitgangspunten expressief. Deze bewuste en op ontwerp gerichte werkhouding is het verschil tussen hoe niet-ontwerpers beplantingsvraagstukken benaderen en beplantingsspecialisten.

Het ontwerp beginsel is voor elke denkbare situatie toepasbaar ook als je geïnspireerd bent door bijvoorbeeld permacultuur, voedselbossen en andere uitgesproken beplantingen. Wat je fascinatie ook is het begint allemaal met een doordacht ontwerpplan, een passende groenstructuur, duidelijk beplantingsbeeld en streefbeelden.
Permacultuur is in de basis gestoeld op ecologische principes waarbij we op zoek gaan naar een zodanige plantensamenstelling dat planten op basis van wederkerigheid voordeel hebbn van elkaar en daardoor een optimale opbrengst hebben. Beplantingsspecialisten hebben kennis van bodem, water en ecologie en baseren hun sortimentskeuze mede op basis van deze uitgangspunten.
Als beplantingsspecialist leer je heldere criteria te formuleren. Die criteria liggen in lijn met het ontwerp en de omstandigheden. Op basis van die criteria selecteer je het sortiment. Eetbaar of niet, biodiversiteit, biologisch gekweekt het zijn allemaal criteria die je feitelijk in de laatste fase van het proces meeneemt en mede bepalend zijn voor de soortkeuze.
Een ander actueel aspect is het toelaten van verwildering in de tuin.
Verwildering in een tuin vraagt – hoe tegenstrijdig dat ook voelt - om het maken van keuzes en het creëren van groeivoorwaarden.
Een beplantingsspecialist heeft voldoende ontwerpvaardigheid in huis om een set van ingrepen voor te stellen waarmee je vormen van wildheid toelaat.
Een misvatting bij de consument is om te denken dat je er met een bloemenweide mengsel of een bospakket voor 2 m2 wel bent. Verwildering vraagt om duidelijke keuzes en onderhoud op langere termijn met het oog op blijvend prettig gebruik.
Wildheid vraagt om een zekere stilering om als wild te mogen schitteren en niet als rommel ervaren te worden.
Wat dit laatste betreft kan het geen kwaad te waken voor uitholling van de begrippen biodiversiteit, duurzaam, ecologisch verantwoord, tiny Forest, klimaat adaptief. Voor al deze begrippen geldt dat je niet om de successie heen kunt en dat onderhoud in welke vorm dan ook nodig is op het moment dat je de tuin gaat gebruiken.

Duurzaam is ook dat je keuzes durft te maken. Niet alles kan in een tuin. Tegelijkertijd ziet de specialist kansen om overgangen te creëren en de groeiplaatsomstandigheden optimaal te benutten met een minimale investering van middelen en materialen.
Hopelijk helpt bovenstaande uitleg bij het krijgen van een beter beeld van wat de opleiding tot beplantingsspecialist inhoudt.


Studeren bij de OntwerpAcademie houdt in dat we studenten uitdagen om stappen te nemen, te ondernemen, deelnemen aan Schetssessies maar ook deelnemen aan StageProjecten. Want StageProjecten blijken keer op keer een effectieve manier om ‘meters te maken’, comfortabeler en vooral vaardiger te worden.
Het enige dat het je als student kost is de tijd die je investeert. De tijd dat je met een StageProject bezig bent is ongeveer 10 weken. Voor de duidelijkheid een StageProject is een tuinontwerp die je ‘thuis’ maakt en waarin je begeleidt wordt door de stagebegeleider Peter Kroesen.

Hieronder een ervaring van student R. Kors die de moeite genomen heeft het een en ander te schrijven:
Ik heb een stageopdracht gedaan direct na mijn lesjaar Tuinarchitectuur. Het betrof een kleine achtertuin bijeen nieuwbouwwoning van een jong stel.
Het was puzzelen op een klein oppervlak met een klant-stel dat niet op één lijn zat en eigenlijk niet wist wat ze wilden. Maar uiteindelijk heb ik door te blijven vragen en goed te luisteren toch een ontwerp naar wens kunnen opleveren.
Dit ‘ontwerpen met zijwieltjes’ heeft mij heel erg geholpen. Het betekende de eerste keerecht contact met Een Klant; een intake doen, een concept presenteren, en uiteindelijk het ontwerp leveren in real life, maar toch beschermd. Peter was er als stagebegeleider op een afstandje bij en ik kon met hem sparren.
Dat was heel prettig, omdat ik daardoor het gevoel had dat ik er niet alleen voorstond. Van te voren vond ik het wel spannend, omdat de voorwaarden voor een stageproject best streng omschreven zijn en je er ook een contract voor moet ondertekenen. Maar toen ik eenmaal begonnen was liep het vrijwel vanzelf.
Door de stage en Peters zorgvuldige feedback heb ik vertrouwen gekregen in mijzelf als ontwerper. Ook heeft het mij het inzicht gebracht dat ik door wil en kan met het tuinontwerpen. Ondertussen heb ik bijna de opleiding Beplantingsadviseur afgerond en overweeg ik hierin examen te doen.Ook heb ik ondertussen mijn inschrijving bij de KvK gestart.

Wil je meer informatie over StageProjecten of de studie mogelijkheden? Mail naar: studentenzaken@ontwerpacademie.nl voor informatie.