



















In zijn artikel gaat Sipke in op het ontwerp van wadi’s en de bijbehorende beplanting. De term wadiis afkomstig uit de openbare ruimte, waar deze voorzieningen op grote schaal worden toegepast om regenwater tijdelijk op te slaan en langzaam in de bodem te laten infiltreren. In particuliere tuinen is de schaal uiteraard kleiner, maar het principe blijft hetzelfde. Sipke noemt deze toepassingen dan ook treffend miniatuurwadi’s.
Het belangrijkste punt dat hij maakt, is dat water een volwaardige plek verdient in het tuinontwerp. Niet alleen vanwege de esthetische waarde, maar ook vanwege de ecologische voordelen. Water in de tuin – in welke vorm dan ook – voegt altijd iets toe, mits het ontwerp voldoende ruimte biedt. Helaas zien we in de praktijk vaak dat waterpartijen of wadi’s te klein of te versnipperd worden aangelegd. Het resultaat is een rommelig geheel dat zijn ecologische functie grotendeels verliest.
Het advies is dan ook om water integraal mee te nemen in het ontwerp. Begin bij de basis: breng de groeiplaatsomstandigheden goed in kaart en onderzoek hoe je met het ontwerp de kwaliteiten van de plek kunt versterken. Tuinontwerp draait immers om het maken van keuzes, ordening en het aanbrengen van structuur. Wie biodiversiteit wil stimuleren, moet ruimte creëren voor variatie. Dat betekent: werk met gradiënten, denk in zones, en maak onderdelen zoals wadi’s zo groot mogelijk. Een eenvoudige greppel biedt ecologisch gezien minder kansen dan een ruime verlaging in het terrein waarin water kan blijven staan.
Werken met water en ecologie betekent werken aan diversiteit in groeiplaatsomstandigheden – en dus aan biodiversiteit.
Geuren, smaken, klanken, ze roepen vaak sterke emoties en herinneringen op. Onze zintuiglijke beleving is krachtig. Logisch natuurlijk, want we hebben net als dieren zintuigen ontwikkeld om te kunnen overleven. Van onze vijf zintuigen maken we vooral gebruik van het zien. Beeld bepaalt onze keuzes, vooral door de centrale rol van de vele media in ons huidige leven. Het visuele is ook in onze tuinen het meest bepalend. Maar er valt zoveel meer te beleven.

Het lijkt een open deur, want natuurlijk kiezen we al regelmatig voor planten met geur en voor soorten met een zachte textuur, ofwel een ‘aaibaarheidsfactor’. Maar uiteindelijk selecteren we voornamelijk op wat we willen zien en zelden op al onze zintuigen.
Zien, horen, ruiken, proeven en voelen zijn onze voornaamste zintuigen. Je kunt je voorstellen dat wanneer ze alle vijf even positief worden geprikkeld, onze beleving sterk wordt verrijkt. Vaak gebeurt dat onbewust. Denk maar aan een wandeling in de natuur, waarbij je vanuit nagenoeg alle zintuigen geniet van de omgeving. Vertaald naar de tuin kunnen we dan ook veel bewuster kiezen voor planten en materialen die al onze zintuigen prikkelen.

Materialen hebben een groot effect op de klankbeleving. Harde materialen weerkaatsen geluiden, terwijl zachte materialen dempen. Ook water speelt een belangrijke rol. Stilstaand water in een vijver draagt klanken, terwijl bewegend water hinderlijke geluiden kan camoufleren. Beplanting en de hoogte ervan is ook bepalend, waarbij bladmassa dempt en hout (stam en takken) resoneert. Bladvormen hebben grote invloed op het spel van wind en beweging, denk aan de diverse soorten geritsel en geruis.
De beleving van de buitenruimte op basis van klank is dan ook niet alleen van waarde bij mensen met een beperkt gezichtsvermogen. Er is een enorm palet aan klankkleuren die je kunt inzetten bij de beleving van een tuin.

Bij geurende planten denken we direct aan bloemen; de variatie aan bloemgeuren is natuurlijk overweldigend. Maar bloei is vaak van korte duur. Aromatische bladeren of andere plantdelen, zoals bijvoorbeeld bij veel kruiden en naaldbomen, zorgen voor een veel langere geurbeleving. Bepaalde houtsoorten, waterelementen, half verharding en zelfs bodemprocessen kunnen allemaal een rol spelen bij het vrijkomen van geuren. Geur wordt vaak gezien als aangename bijkomstigheid, maar als het een hoofdrol mag spelen, krijgt de ruimte een hele waardevolle extra dimensie.

Het zelf verbouwen van voedsel is nog nooit zo in de belangstelling geweest. Eigen kweek en oogst is dé trend van deze tijd. Moestuinen, voedselbossen, stadslandbouw, steeds meer plekken worden ervoor benut. En niet in de laatste plaats vanwege de smaak. Biologische teelt zorgt voor veel meer smaakontwikkeling bij groente en fruit. En waar bloemen tot voor kort alleen bewonderd werden om hun geur en schoonheid, zorgen ze nu voor een extra smaakbeleving. Kruiden, groenten, fruit en bloemen, de kleinste ruimte of wand wordt steeds vaker ingericht om iets eetbaars te laten groeien. Een terechte ontwikkeling, al valt er altijd nog winst te boeken bij het structureel kiezen voor planten vanwege hun smakelijke delen.

Bij het kiezen van zowel de grijze als de groene materialen speelt de gevoelsbeleving, bewust en onbewust, een grote rol. Hoe iets aanvoelt, kan doorslaggevend zijn. En ondanks dat onze voorkeur eerder uitgaat naar dingen die aangenaam voelen, kan een contrast zorgen voor een versterkend effect. Zoals een overgang van verharding naar gras of zand. Of het verschil tussen stekels en zijdezachte texturen. Het roept verschillende emoties op en het bewust inzetten van materialen en beplanting voor specifieke gevoelens is zeker een meerwaarde bij de beleving van de buitenruimte.

De overwegingen bij het kiezen van beplanting zijn nog nooit zo duizelingwekkend geweest. Alle actuele thema’s zoals klimaatbestendig, duurzaam, ecologisch, het hele jaar door interessant, eetbaar enz. maken het verre van makkelijk om een keuze te maken.
De globalisering zorgt dat we voortdurend het gevoel hebben de complete wereldproblematiek te moeten meedragen. Het is dan ook begrijpelijk dat de behoefte aan ‘een eigen geborgen plek’ steeds sterker wordt. Een eigen plek waar rust en ruimte voor al je zintuigen kan bijdragen aan een geestelijke balans. En in de hectiek van onze huidige tijd, is zo’n plek zeker geen overbodige luxe.



Dat beeld is jammer genoeg niet meer, zelfs de groene steegjes van weleer zijn getransformeerd tot harde doorgangen waarvan de wanden gevormd worden door de achterkant van overkappingen.
Niet dat ik er per se op tegen ben maar spullen moeten gemaakt worden, kosten grondstof en brandstof voor het transport. Bovendien is de levensduur vaak beperkt. Een goed geplaatste boom waar qua soort goed over nagedacht is fungeert prima en feitelijk nog beter als verkoeler ten opzichte van schaduwdoek. Het maakt je terras bovendien leefbaarder, biedt een fraai winterbeeld en brengt hoe dan ook meer leven in je tuin.
Lees er meer over in dit artikel.


Van woensdag 19 februari 2025, zie deze link
In het artikel stipt Jeroen Zijlmans, beleidsadviseur arbeidsmarkt en onderwijs bij de VHG, een aantal toekomstige uitdagingen aan zoals de hovenier als ‘klimaatoplosser’ waarbij ontwerp, aanleg en beheer hand in hand gaan.
Ook haalt Zijlmans de noodzaak tot integrale samenwerking aan met verschillende partijen. In eerdere blogs heb ik daar over geschreven dat samenwerking niet alleen tot een beter product leidt maar een (gedeeltelijke) oplossing kan zijn voor het tekort aan arbeidskrachten, vooral aan de ‘voorkant’ van het tuinaanleg proces - het ontwerp!
Voor hoveniers zijn er bovendien riante subsidie mogelijkheden om vakkennis te verrijken. Ben je hovenier en aangesloten bij de VHG, kijk op Colland voor meer informatie.