

























Biophilic Design is een inclusieve ontwerpmethode, waarbij verbinding met de natuur wordt geïntegreerd in moderne omgevingen, zoals woningen, kantoren en ziekenhuizen. Biophillicdesign is er vooral op gericht om elementen uit de natuur naar binnen te brengen en groeit de laatste jaren in populariteit. Vraag je je af waar dit fenomeen vandaan komt? We leggen het graag uit.

De mens heeft nu eenmaal zijn of haar oorsprong in de natuur en zal altijd een aangeborenneiging hebben om contact te hebben of maken met de natuur. Dit doen we door lekker vaak naar buiten te gaan, door ommetjes te maken met de hond, een mooie boswandeling te maken of lekker uit te waaien aan zee.
Door verstedelijking hebben we veel minder contact met de natuur dan we eigenlijk zouden willen. Je ziet het al op mooie zonnige dagen. De stadsparken zijn dan heel druk bezocht en we blijven het liefst zo lang mogelijk hangen, door ’s avonds nog gezellig met elkaar te barbecueën in het park. Nóg populairder is de zee. Zodra de zon een beetje schijnt, vertrekken we met z’n allen naar overvolle stranden. Zon, zee en zand en vooral de zee hebben een magische aantrekkingskracht waar weinig tegen bestand is. File of geen file, uren zoeken naar een parkeerplek, sjouwen met veel te zware tassen, het doet er niet toe!

De menselijke verbinding met de natuur is de laatste jaren steeds meer uit balans geraakt door een combinatie van factoren. De snelle maatschappij met veel sociale druk en werkdruk, leidt ertoe dat we minder goed slapen, meer chronische stress ervaren en daardoor zelfs vaker een burn-out krijgen.
Dus waarom we zo graag naar het strand, het park of het bos gaan? De zee werkt helend en alleen het geluid van de ruisende golven, zorgt voor rust en kalmte. Stromend water van de zee, rivier of een beek, neemt je gevoelens van stress, verdriet of pijn met zich mee. De natuur brengt rust, een gevoel van geluk en is stimulerend voor je lichaam en geest en kan zelfs helend werken.
Als verbinding met de natuur gelukkiger maakt, hoe zit het dan met de manier waarop we wonen en leven? Lang niet iedereen woont in een bosrijke of natuurlijke omgeving en in de winter gaan we minder vaak naar het strand. Zijn we dan minder gelukkig als we in de stad wonen? Het antwoord is niet eenduidig, maar de natuur of een groene omgeving doet een mens wel goed.
Door Biophilic Design toe te passen kan de verbinding met de natuur hersteld worden door natuurlijke elementen, zoals planten en natuurlijke materialen zoals hout en klei of natuurlijke stoffen als linnen in binnenruimten toe te passen waardoor het welbevinden toeneemt.

Je ziet de laatste tijd dat steeds vaker vloeiende en organische vormen die geïnspireerd zijn door de natuur in zowel het interieur als exterieur worden toegepast. Vooral tafels of woonaccessoires met een organische vorm zijn populair. Moeten het dan altijd meubels, accessoires of planten zijn? Nee, dat hoeft niet per se. Elementen als water, golvende lijnen en natuurlijk licht zorgen ook voor een ontspannen en kalmerende sfeer. Biophillic Design is veel meer dan alleen maar groene decoratie.
Wil jij leren hoe je overgangen tussen binnen en buiten, kleur, verlichting, beplanting, natuurlijke materialen, hergebruik en circulair design kunt toepassen?

Volg dan onze 3-daagse cursus Biophilic Design. Deze cursus is geschikt voor iedereen met interesse in een ‘groen’ interieur, met of zonder ontwerpervaring. Voor tuin- en interieurontwerpers, -stylisten en -architecten is deze cursus een mooie manier om in- en exterieur te verbinden en zo je professionele werkveld uit te breiden.
De eerstvolgende cursus Biophilic Design start in januari 2026. Je kunt je direct inschrijven.


1. Zijn er logische stappen gemaakt van analyse naar concept?
2. En zijn de stappen logisch van concept naar schetsontwerp?
Goede vragen waar we hieronder nader op ingaan.
De titel van het plan is: ‘Het groene oog’. Dit is een neutrale titel. Hoewel bruikbaar, zou het zowel voor jezelf als voor de opdrachtgever helpend zijn als je deze nog wat specifieker maakt. Groen is breed en kan alles omvatten. Als je iets ‘eigens’ in de titel kunt verwerken, dan heb je een richting te pakken en help je de consument met een kader en een denkrichting.
Iets ‘eigens’ kan bijvoorbeeld een kwaliteit zijn die je ontdekt hebt met behulp van de themakaartjes.
De titel stel je bij gedurende het ontwerpproces. Tip: werk als het even kan met een (werk)titel vanaf het begin.
Voor dit tuinontwerp heeft de student diverse themakaartjes gemaakt. Belangrijke thema’s zijn onder andere het Brabants Natuurnetwerk, privacy, en het nieuwbouwproject dat rondom het thema klooster is gebouwd. Verder noemt de student dat de tuin als ecologische stapsteen fungeert en dat er een groene verbinding moet ontstaan.
Bovenstaande uitspraken kun je zien als ontwerpuitgangspunten. Het is de visie die de ontwerper heeft over de ontwerpopgave. Het is nog geen concept.
In de uitspraken van de student zitten wel interessante aanknopingspunten voor een concept. Verbinding is een ‘groot’ begrip. De vraag is: wat gaat wat verbinden? En vooral: waarom? Het waarom vloeit voort uit de analyse waar je de themakaartjes bij nodig hebt. Als je dat kunt benoemen, vervlecht je jouw plan met de plek en de bewoners.
Als het een ecologische verbinding moet worden, is het zaak je af te vragen hoe zo’n verbinding er schetsmatig uitziet. Het gaat niet om details. Als ontwerper studeer je op een begrip als verbinding.
Tip: voor de uitleg van begrippen kun je gebruikmaken van de Lexicon der Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur van Meto J. Vroom.
Met zogenoemde ‘snelle schetsjes’ leg je de basis voor zo’n studie. Hoeveel varianten kun je bedenken? Met dit soort modellen ‘organiseren’ we de tuin. Je legt het model uitvergroot over de tuin heen en onderzoekt vervolgens of het potentie heeft voor de functies en andere kwaliteiten die je ontdekt hebt.
Is een ecologische verbinding het uitgangspunt, dan ga je als ontwerper op zoek naar de verschillende soorten ecologische verbindingen die je kunt bedenken. Dit soort onderzoek is kenmerkend voor het werk van een ontwerper. Kennis, maar misschien nog meer ‘het kijken naar landschap en natuur’, spelen hier een rol.
Omdat tuinen over het algemeen beperkt zijn in oppervlakte, kan nu eenmaal niet alles. Ecologie vraagt per definitie ruimte, dus maak je als ontwerper bewuste keuzes over wat wel en niet gewenst is. Bedenk altijd dat je als ontwerper de voorwaarden creëert voor de groeiplaatsomstandigheden. Daar ligt de basis voor duurzaamheid!
Het OpenAtelier is er elke maandag voor (oud)studenten die er online terecht kunnen. Hier kun je vragen stellen over tuinontwerp, conceptontwikkeling, ecologie, biodiversiteit, groen en klimaat.
Luister hier het gesprek tussen Dolf en de student op OA-Connect.


Waar je je ook bevindt, of het een grote tuin betreft of juist een heel kleine. Elke plek heeft kwaliteit, uitstraling en eigenheid. Het is de basis van ons vak om op zoek te gaan naar – wat wij met een mooi woord – Genius Loci noemen. Die is er altijd. Soms kun je ‘m meteen al duiden maar veel vaker zul je er als ontwerper flink wat werk voor moeten verzetten om het wezen van de plek of het landschap te duiden.

De landschapsarchitect Lawrence Halprin kampeerde een week op de plaats zelf om te analyseren voordat hij met zijn ontwerp begon. Iets soortgelijks doe ik ook als het opdrachten betreft die groter zijn en zich bevinden in een gebied dat ik minder goed ken. In dat gevalverblijf ik er langer, maak ik een wandeling of fietstocht. Ik onderzoek wat lokale kunstenaars maken; hoe zien zij het landschap? Snelle schetsen maak ik van plekken die mij opvallen in het landschap. Deze voorbereidende en inventariserende stappen zorgen ervoor dat ik affiniteit met de tuin krijg.
Het landschap ervaren uit eerste hand is een wezenlijke eerste stap. Voor ons ontwerpers is het de kunst om door de alledaagse functies die opdrachtgevers noemen, heen te kijken. De vuurplaats, Green Egg, schaduwdoek of trampoline zegt iets over hoe de consument zijn tuin wil gebruiken. Het zegt niet per se iets over het typerende van de plek. Vanzelfsprekend respecteren we de wensen van de opdrachtgever, tegelijkertijd proberen we daar doorheen te kijken, met een onbevangen blik, het gaat immers om het karakteristieke van de plek. Door je oogharen, met verwondering en jezelf vragen stellend; wat gebeurt hier en wat maakt deze plek bijzonder? Wat voel ik er bij?
Onze afhankelijkheid van digitale technieken helpt ons niet per se met die fundamenteledirecte observatie. De tip is om in de verkennende fase vooral handmatige schetsen te maken, om de plek, de tuin, het landschap te doorvoelen. Geen tablets maar simpelweg een stuk papier met potlood. Zo ongeveer als Matthijs den Boer te werk gaat met zijn stadsschetsen. Snelle toetsen waarmee het karakter en het eigene van de plek getoond wordt.
De tuin, het landschap leeft, het is een levende, ademende entiteit, naar de ritmes van de natuur, de verborgen kenmerken kun je de geesten van de plaats vinden die in het land wonen – die op het eerste gezicht niet te vinden zijn. Neem even de tijd en kijk door de bovenstaande aanhoudende observatieperiode, kun je het beeld vangen. Dwaal door het bos. Kijk nog eens!. De voorbijgaande stemmingen, ritmes en cycli van de Genius loci wacht om ontdekt te worden. Stem jezelf af.
Het landschap leeft! Evenals de tuin. Het zijn levende, ademende entiteiten. Kun je de verborgen kwaliteiten vinden? Neem even de tijd. Kijk! Laat het op je inwerken en kijk door het oppervlakkige heen, dwars door het alledaagse tumult en de goedbedoelde ruis van de opdrachtgever. Observeer laat je verwondering spreken! De Geest van de Plek is er om ontdekt te worden, je hoeft het alleen maar te zien! Stem jezelf erop af.


NLQF staat voor het Nederlands Kwalificatieraamwerk, een internationaal erkend systeem dat het niveau van opleidingen vergelijkbaar maakt. Dankzij deze inschaling weet je als student precies waar een opleiding staat ten opzichte van andere opleidingen. Onze opleiding is ingeschaald op niveau 5, wat overeenkomt met het Associate Degree-traject in het hbo. Dit geeft duidelijkheid voor Nederlandse én internationale studenten die hun studie willen vergelijken en een weloverwogen keuze willen maken.
De inschaling kijkt naar:
Belangrijk om te weten: het NLQF kijkt naar niveau, opbouw en de borging van het onderwijs. Voor jou als student geeft dit een indicatie van het niveau, het tempo en het leervermogen dat van je verwacht wordt.
Bij OA werken we volgens een duidelijke onderwijslijn:
lesinhoud – inschaling – onderwijs – examencommissie – examen – werkveldcommissie – terugkoppeling naar de lesinhoud.
Dit zorgt ervoor dat het programma actueel en relevant blijft. Vakdocenten en onderwijsspecialisten beoordelen en verbeteren voortdurend de onderdelen. De examencommissie bewaakt de kwaliteit en effectiviteit, terwijl de werkveldcommissie vooral kijkt naar de mate waarin het onderwijs aansluit op de markt.
Door duidelijke doelen, korte lijnen en continue evaluatie binnen de OntwerpAcademie zijnwe in staat effectief in te spelen op veranderingen.
Binnen de OntwerpAcademie kun je een eenjarig traject volgen en met een diploma uitstromen. Maar je kunt er ook voor kiezen een twee jarige traject te volgen. Niets moet maar als je wilt starten in het tweede jaar is een diploma van het eerste jaar – of een gelijkwaardig diploma - vereist.
Studeren bij OA betekent kiezen voor een opleiding die inhoudelijk sterk is, internationaal erkend wordt en je kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk vergroot. Flexibel studeren staat centraal. Wij ondersteunen je graag met de ontwikkeling van jouw groene carrière.