Die manier van kijken vormt de kern van de vijftiendaagse vakopleiding Beplanting als Visitekaartje. Geen meerjarige studie, maar een compacte opleiding die voor hoveniers haalbaar blijft. ‘Hoveniers hebben het druk, maar vijftien dagen is meestal goed te plannen.’
Waar gaat het in de praktijk vaak mis? Volgens Clabbers bij het kopiëren van een vertrouwd assortiment. Tijdsdruk en soms beperkte soortenkennis spelen daarin een rol. ‘Dan zie je tuinen ontstaan die losstaan van hun omgeving. Mooie beplanting, maar zonder onderbouwing en context.’
In de opleiding leren hoveniers eerst lezen wat er al is. Wat groeit hier van nature? Hoe zit het met bodem, water, licht en wind? En welke planten, dieren en bodemleven horen bij deze plek? ‘Als je de groeiplaatsomstandigheden in kaart brengt, ontstaat er een palet aan aanknopingspunten. Dan kies je niet zomaar planten, maar soorten die hier willen staan.’
‘Als je de groeiplaatsomstandigheden in kaart brengt, ontstaat er een palet aan aanknopingspunten’
Dat betekent niet dat uitsluitend inheems de norm is. ‘Inheemse soorten zijn richtingaangevers. Ze laten zien wat hier kan gedijen. Wie dat begrijpt, kan ook binnen andere plantfamilies bewust kiezen.’
De winst zit niet alleen in vitalere tuinen met minder uitval en minder onderhoud. De hovenier groeit ook zelf. ‘Hij gaat de plek anders lezen en een ander verhaal vertellen. Met meer onderbouwing en autoriteit.’
Dat is geen overbodige luxe. Klanten stellen steeds vaker vragen over duurzaamheid, water en biodiversiteit. Wie inhoudelijk beslagen ten ijs komt, kan esthetische wensen verbinden met wat een tuin écht nodig heeft. Dat vraagt creativiteit, zegt Clabbers, maar levert ook iets op: meer enthousiasme en lol in het vak.

In de opleiding komen zo’n 600 bomen, heesters en vaste planten voorbij, waarbij niet alleen de naam van belang is, maar ook herkomst en standplaats. Waar groeit een flox van nature? Wat zegt dat over zijn eisen? ‘Met deze plantenkennis snap je wat een soort vraagt en hoe je die bewust inzet in een beplantingsplan.’

Volgens Clabbers is dat geen nieuwe methode, maar een terugkeer naar vakmanschap. We denken veel te kunnen gladstrijken met techniek, zegt ze. Maar als je werkt met de basis van een plek, kun je veel constructievere plannen maken.
En misschien wel het belangrijkste: ‘Het levert meer plezier op. Als het kwartje valt groeit ook de lol in het vak.’
Tekst van: Fleur Dil

Wil je op de hoogte blijven?
Wordt dan lid van onze community OA-Connect of houd de andere social media kanalen in de gaten.