























“Het aanpakken van mijn eigen tuin was de directe aanleiding voor de opleiding. Ik vond het lastig om knopen door te hakken over de inrichting: deed ik het wel goed? Er zijn zoveel mogelijkheden! Ik wilde met de opleiding leren hoe ik tot de beste ontwerpkeuze kon komen en daarbij een passend beplantingsplan kon maken. Tijdens mijn studie Plattelandsvernieuwing was ik ook al met groen en landschap bezig geweest, maar daarna ben ik helemaal de beleids- en proceskant opgegaan. Creatief bezig zijn deed ik vooral thuis in mijn vrije tijd. Nu ben ik klaar met de opleiding, ik geniet van mijn eigen tuin en heb nog steeds een hele fijne baan. Ik combineer nu mijn passies, naast mijn ‘gewone’ werk doe ik af en toe een ontwerpklus. En met veel plezier!
Het leukst aan de lessen van Dolf vond ik zijn aansporingen om de ontwerpruimte te zoeken. De wensen van de klant zijn belangrijk, maar de optelsom van die wensen levert nog geen goed ontwerp op. In de eerste les al was de boodschap: alles kan, maar jij hebt als ontwerper de regie. Het verhaal achter je ontwerp moet kloppen en het beeld dat jij hebt bedacht is het doel. Verder was het bespreken van het huiswerk met de groep enorm leerzaam: je leert veel door elkaars oplossingen te zien op dezelfde vraag.

Een bijzondere opdracht was het ruimtelijk analyseren van een schilderij van Malevitsj, een lastige maar heel nuttige en inspirerende oefening. Hoe maak je van een plat vlak een ruimtelijk beeld? Wat zijn de belangrijkste ontwerpprincipes, hoe zit de compositie in elkaar, waarom werkt het? Dat heeft enorm geholpen om na te denken over de indeling van ruimte en de werking van een ontwerp.
Voor mijzelf is een mooie tuin een bron van vreugde, kalmte en inspiratie. Zo heeft het altijd gewerkt: mijn herinneringen aan de tuin van mijn oma en de tuin van mijn moeder koester ik nog steeds. Met mijn ontwerpen hoop ik anderen ook een plek te kunnen bieden waar ze zich kunnen ontspannen en verwonderen, die ze inspireert en waar ze zichzelf kunnen zijn. Verder vind ik het belangrijk om veel met levend plantmateriaal te werken. Een groene tuin is weldadig voor de mens, en draagt bij aan een beter leefklimaat.

In dit vak komen mijn interesses voor creativiteit, techniek, schoonheid en ecologie bij elkaar. Ik teken erg graag, mijn ontwerpen maak ik in principe ook met de hand. Daarnaast vind ik een tuin een onuitputtelijke bron van inspiratie omdat ieder seizoen anders is en je de natuur van dichtbij beleeft. Het werken met levend materiaal maakt dat je ontwerp altijd in beweging is en evolueert. Het is mooi om te zien hoe elk seizoen een ander sfeerbeeld geeft en tegelijkertijd het idee achter je ontwerp overeind blijft.
Ik hoop een kleine bijdrage te kunnen leveren aan het vergroenen en verduurzamen van onze persoonlijke leefomgeving en mensen blij te kunnen maken met een tuin die hen elke dag plezier brengt.”

Tijdens de afgelopen module Varens. Grassen en Inheems hebben we aandacht besteed aan de evolutie van planten en de ecologische waarde van inheemse soorten. Ook hoe deze evolutie van honderden miljoenen jaren heeft geleid tot de omvangrijke, huidige soortenrijkdom. De onderlinge balans tussen soorten is complex en deze samenhang van structuren van planten en dieren in hun bijbehorende biotopen, staat centraal bij ecologie.

De Vechtplassen is een natuurgebied dat bestaat uit rietlanden, open water, veenbossen, smalle akkers en natte graslanden. Het omvat de Ankeveense, Kortenhoefse en Loosdrechtse plassen, een gebied dat door de eeuwen heen door de mens is gebruikt en gevormd. In dit eeuwen oude veenwinningsgebied is nu natuur ontstaan dat gevormd wordt door de dynamiek van water en land. Er is een voortdurende aanspoelingsgordel van organische resten waardoor uiteindelijk nieuw land ontstaat. De planten die zich hier vestigen worden via het water aangevoerd en bestaan uit snelgroeiende, hoog opschietende, voornamelijk kruidachtige pioniersplanten. Later worden deze opgevolgd door zeldzamere soorten en ook bomen en heesters. Opvallend is de balans tussen de onderlinge soorten, wat leidt tot een harmonieus beeld en een grote diversiteit aan plant- en dierenleven.

In de syntaxonomie worden de van nature voorkomende planten ingedeeld in plantengemeenschappen en wordt dit vegetatietype ook wel de Klasse der natte strooiselruigten genoemd, de Convolvulo-Filipenduletea. We herkennen hierin de geslachtnamen van de haagwinde en de moerasspirea. Deze en vele andere planten die we tijdens de diverse modules hebben behandeld zien we terug in dit natuurgebied. Een paar voorbeelden zijn de waterlelie, gele plomp, lisdodde, riet, watermunt (Water- en oeverplanten), moerasspirea, valeriaan, koninginnekruid, grote engelwortel en diverse heesters en bomen zoals wilgen, elzen, berken en eiken. En natuurlijk heel veel planten die we tijdens de laatste les Inheemse planten hebben behandeld. Weten waar planten van nature groeien, is een vast onderdeel van onze plantenkennislessen, ongeacht uit welk deel van de wereld zij komen. Want hun natuurlijke biotoop zegt heel veel over hun toepassingsmogelijkheden.

De juiste toepassing van planten gaat vooral samen met inzicht. Hoe leven planten, waarom zijn soorten invasief, wat is de relatie met de natuur, allemaal belangrijke aspecten die bijdragen aan een gezonde en duurzame beplanting.
Het belang van planten die bijdragen aan een ecologische gezonde structuur is groot. Voor ons spelen inheems planten hierbij een grote rol. Tijdens elke module komen naast de vele exoten, ook inheemse planten aan bod en vormen een vanzelfsprekend onderdeel van Plantenkennis Compleet en Plantenkennis Basis.
Aandacht voor ecologie wordt steeds belangrijker. Heel terecht. Want wat is er mooier dan het creëren van groene buitenruimten die goed zijn voor ons én die goed zijn voor de vele dieren die minstens net zo afhankelijk zijn van wat er groeit op onze aardbodem.