























Om de hoek van de kleine dorpshaven, direct aan het vaarwater, ligt de tuin van opdrachtgevers Nathalie en Coen: een plek zonder samenhang, weinig sfeer en privacy en door wind en tocht geen tuin om gezellig te kunnen zitten.
Een mooie ontwerpuitdaging die we hier uitlichten met een samenvatting van Nadine’s bevindingen en keuzes.
Peter: “Met haar concept ‘De Landelijke Windbreker’ geeft Nadine het perfecte antwoord op alle bezwaren en problemen. Haar ontwerppresentatie is bovendien heel goed uitgewerkt: opmaak, leesbaarheid en compleetheid, alles klopt.”
.avif)
Nadine: “Een groot perceel in de polder van 70 x 25 meter, een 'tochtgat', natte veengrond en betrokken klanten. Dat is het kader van mijn stageopdracht. Na de verschillende analyses, schetsen en het nodige nadenkwerk wordt de 'Landelijke Windbreker' geboren.
De naamgever van het project zijn de beukhagen. Door ze in verschillende hoogtes en dwars op het perceel te plaatsen, breken ze de wind. Eén van de wensen van Nathalie en Coen is het behoud van ‘de champignon' (zie foto van uitvoer), wel mag ik ‘m verplaatsen. Omdat de stenen plaats vóór de grote loods vooral een loze ruimte is, heb ik in het tuinontwerp de ‘champignon’ daar naartoe verplaatst en aangepast als patio met veel groen. Zo wordt ie echt bij de tuin betrokken.
Na het bespreken van het schetsontwerp zijn de klanten ontzettend enthousiast en hoef ik maar enkele details aan te passen. Het is de basis voor het definitieve ontwerp.
.avif)
Daarna begint het uren struinen en zoeken naar het juiste groen: hondvriendelijk, zo gevarieerd mogelijk om de biodiversiteit te stimuleren en bestand tegen flinke wind en natte voeten."
Lees het volledige artikel over het StageProject van Nadine met o.a. een impressie van een border en plantenkeuze en foto's van de realisatie hier op onze groencommunity OA-Connect.
Studio Malou
Nadine is met haar eigen bureau Studio Malou aan de slag gegaan met nieuwe tevreden klanten!

Een visitekaartje voor het vak. Hoe en waarom het is ‘misgegaan’? Daar ga ik hier niet verder op in. Wat mij wel bezighield is, hoe voorkom je dit? Want het gebeurt regelmatig en niet alleen in Boskoop. Een tuin, zowel van particulieren als van overheidsinstanties, wordt vaak met veel enthousiasme aangelegd maar vervolgens laat het onderhoud te wensen over. Zó jammer!
Daarom in deze blog een paar tips om er voor te zorgen dat niet alleen het ontwerp, maar ook het onderhoud van de tuin past bij de klant.

Maak het beplantingsplan niet te ingewikkeld, dan kan diegene die voor het onderhoud zorgt, het overzien. Vraag aan de klant hoeveel tijd hij/zij aan een tuin wil besteden. Weinig tijd? Kies planten die snel dichtgroeien, niet te veel eisend zijn en in groepen staan. Plaats eventueel iets meer planten per vierkante meter, zeker op arme gronden. De op dit moment populaire gemengde beplanting is veel lastiger te beheren.

Probeer een ‘abonnement’ - of hoe je het ook organiseert - te regelen met de klant om minstens twee keer per jaar een rondje door de tuin te lopen (in het vroege voorjaar en gedurende het groeiseizoen). Je ziet dan vanzelf wat er moet gebeuren en bespreekt dit met de klant. Mijnervaring is dat tuineigenaren niet altijd goed weten wat en wanneer ze moeten doen of bijvoorbeeld onkruid slecht van de aangeplante plant kunnen onderscheiden. Handig is om een filmpje te laten maken tijdens je rondgang: zo worden je tips opgenomen bij de desbetreffende planten en kan de klant het nog eens rustig terug kijken. Scheelt jou een hoop schrijfwerken de klant weet precies om welke plant of gedeelte van de tuin het gaat.
Bij een onderhoudsabonnement snijdt het mes bovendien aan twee kanten. Want het is voor je zelf ook heel leerzaam om de tuin met het door jou bedachte beplantingsplan te volgen. Wat gaat goed, waar moet je bijsturen. Het is helemaal geen schande om te zeggen als iets een beetje aangepast moet worden. Een plan is een startpunt, de natuur heeft zijn eigengrillen. Je kunt dus niet alles goed inschatten hoe een tuin zich zal ontwikkelen. Onze Piet Oudolf verkoopt geen plan meer zonder dat de tuin gemonitord wordt door een door hem aangewezen professional.

Inheemse beplanting zijn gang laten gaan is een mooie en belangrijke trend maar het vraagt ook behoorlijk wat kennis. Zo hebben inheemse planten vaak een flink groeiend wortelgestel – zoals Brandnetel – of zaaien ze heel makkelijk uit. Wees, als je een integratie/acceptatie van inheemse planten beoogt, kritisch en selectief. Soms is het beter deze planten weg te halen als de beheerder geen kennis van zaken heeft. Bij het vergroenen van ons grindpad bijvoorbeeld verwijder ik Straatgras en Paardenbloem – die zaaien enorm uit – maar de Breed bladige weegbree, Brunel en Duizendblad laat ik staan. Die krijgen dan meer ruimte om verder te groeien.
Mijn credo is: Liever een goed verzorgde beplanting waar de klant blij van wordt én blijft dan dat het uitdraait op een teleurstelling en die er misschien zelfs toe leidt dat de beplanting wordt vervangen door een gazon of bestrating.
En wat betreft het openbare groen in Boskoop? Nu het slechte onderhoud ervan in het nieuws is geweest en de Vakbeurs voor Europese tuinplantenaanbieders PLANTARIUM-GROEN-Direkt binnenkort plaatsvindt (op 23 en 24 augustus), wordt met man en macht de beplanting opgeknapt. Gelukkig maar!
Marliens Plantentip
Marlien van der Linden is hoofddocent Plantenkennis aan de OntwerpAcademie. Ze deelt haar kennis en liefde voor planten niet alleen in de klas, maar schrijft er ook graag over in o.a. vakblad De Hovenier en voor onze fans op Instagram onder de rubriek Marliens Plantentip. Haar plantentips reizen met de seizoenen mee!

Podium Boskoop lezing door Han Lörzing l Maandag 11 september 19.30u (inloop 19.00u)
Ontwerpen aan landschappen ging in de tweede helft van de twintigste eeuw in de hoogste versnelling. Ruilverkavelingen, IJsselmeerpolders en Groene Sterren gaven twee generaties ontwerpers handen vol werk. Wat is daarvan overgebleven? De zucht naar behoud van bestaande landschappen nam toe. Landschappen worden vooral beschreven in termen als natuurontwikkeling en erfgoedbehoud. Ja, ontwerpers kunnen zich uitleven op stadsparken. Maar hoe gaan volgende generaties vormgeven aan de grote landschapsopgaven? Door plantrandjes rond datacentra, zonneparken en distributieterreinen aan te brengen?
Ontwerpopgaves zullen (nog) integraler moeten, robuuster en intensief gefundeerd op de aanwezige kwaliteiten van het landschap in termen van bodem, water en ecologie. Wetende dat ‘plantrandjes’, non-plekken, ‘schaamgroen’ en dus ook tuinen gezien vanuit het ecologisch systeem deel uitmaken van een groter geheel en - hoe klein ook - een kans is om een bijdrage te leveren.
Han Lörzing werkte als parkontwerper, landschapsdocent en adviseur in de ruimtelijke ordening. Hij schreef boeken over landschap en kunst, o.a. Van Bosplan tot Floriade (1992) en The Nature of Landscape (2001). Onlangs verscheen Dutch Landscape – An Overview (2023).
Voor de lezing op maandag 11 september 19.30u kan via onze contactpagina.

“Stagecoördinator Peter Kroesen: Lisanne heeft een prachtige compositie neergelegd. Ze is een snelle denker en ontwerper, dat is een grote kwaliteit. Het enige waar ik haar een beetje mee moest helpen was om out of de box te denken en meer te durven. En ze heeft heel goed naar de wensen van de klant geluisterd. Dat is niet zeker altijd makkelijk.
"Vorig jaar benaderde een onbekende buurvrouw mij: of ik hen wilde helpen aan een tuinontwerp. Ze had van bevriende buren begrepen dat ik regelmatig bezig ben met tuinen en gestart was met een opleiding Tuinarchitectuur. Hun huis was onlangs verbouwd en uitgebreid, maar de tuin was nu een woestenij… Het bleek een mooie uitdaging! Na afstemming met stagecoördinator Peter Kroesen werd dit mijn(eerste) StageProject. Begin dit jaar heb ik het ontwerp gemaakt voor hun voor-en achtertuin. En inmiddels zijn beide ook aangelegd."

Het huis heeft een omsloten tuin, met voor, achter en opzij ruimte voor beplanting. Achter is veel zicht op de diepe tuin, vanuit huis (keuken) en vanaf eet- en loungeterras. In en rond de aflopende achtertuin staan veel bomen en struiken. Daar liep vroeger de Beekloop, één van de stroompjes die water afvoerden vanaf weilanden rond het oude dorpscentrum richting het riviertje de Kleine Dommel.
De focus ligt op de achtertuin: daar willen de bewoners zitten, ontspannen, spelen en genieten. Het huis ligt in een lommerrijke buurt, gebouwd eind jaren vijftig, op loopafstand van het centrum. Vlakbij Eindhoven, gelegen op de hoge, schrale zandgronden in Zuidoost Noord-Brabant.

Begin jaren vijftig werd de Beekloop gedempt, waarna de huidige centrum-wijk ontstond. Straatnamen in de wijk herinneren nog aan het stroomgebied van de beek. Net als flora en fauna achterin de tuin en omgeving, zoals beuk, zwarte els, berk en kikkers, salamanders en insecten. Inde achtertuin komen heden en verleden van deze plek samen. Voor het concept heb ik daarom gezocht naar typische kenmerken van vergelijkbare beken in deze streek. Water of een vijver achterin de tuin was nadrukkelijk geen klant wens, maar beplanting en rondere vormen bieden ook mogelijkheden om te verwijzen naar de geest van de plek.


In het ontwerp laat ik rechthoekige vormen bij het huis overgaan in rondere vormen en natuurlijke beplanting, achterin de tuin. Als uitnodiging om de tuin in te gaan, daar waar wat te ontdekken is en mens en natuur elkaar ontmoeten! Na het loungeterras begint het 'overgangsgebied' naar meer natuur, passend bij het beekdal dat daar vroeger lag. Met inheemse oever- en bosbeplanting, een inheemse meerstammige struik(bloesem in voorjaar, herfstkleur in najaar), een paadje met stapstenen door de schaduwrijke plekken tussen bomen, struiken en rondom het tuinhuis.
“Met heel veel plezier heb ik de opleiding Tuinarchitectuur gevolgd. Ik heb ontzettend veel geleerd, en niet alleen op ontwerp vlak! Zo is mijnbelangstelling voor en kennis over biodiversiteit in de tuin en (inheemse)bomen en struiken enorm gegroeid. En ik leer nog steeds, hoe mooi is dat! Ook al moet ik nog wel examen doen in december, ik ben trots op mijn stageproject en kan alle studenten aanraden gebruik te maken van deze mogelijkheid.”
Bekijk en lees het complete verslag van het StageProject hier
met nog meer mooie tekeningen, oordeel van de klant én foto’s van de realisatie.
StageProjecten en nieuwe stageopdrachten
Ben je ook geïnteresseerd om een StageProject te doen na de Tuinarchitectuur opleiding om daarmee aan de slag te gaan met een échte tuinopdracht? Bezoek dan regelmatig de StageProjecten pagina op OA-Connect voor de nieuwste aanvragen in het StageJournaal of neem rechtstreeks contact op met stagecoördinator Peter Kroesen.