

























Als je zegt: “Biophilic Design is liefde voor het groen en de natuur dan zeg je, strikt genomen, niets verkeerds want het is de letterlijke vertaling”. Het planten van een boom of het aanbrengen van een groen dak vallen binnen die definitie. Maar ben je er dan vraag ik me af tijdens de presentatie? Of is er een diepere laag?
Hilde gebruikt in haar presentatie diverse begrippen. Bij mij sprongen respect en wederkerigheid eruit omdat ze betrokken zijn op een relatie. Respect en wederkerigheid kun je uitleggen als: omzien naar elkaar, betrokken op elkaar, verantwoording nemen, geven en nemen, balans. Relaties zijn dynamisch en moeten gevoed worden. Er kan binnen een relatie sprake zijn van afstand of van een innige verbondenheid.


Het interessante is dat als we de tuin nemen als metafoor we veel kunnen zien hoe de gebruiker zich verhoudt tot de tuin. Of het nu gaat over gestyleerde tuinkamers met trendy materialen, de compleet betegelde tuin met eenzame plantenbak of de ecologische tuin waar het bruist van het leven. Het gaat niet over goed of fout. De tuin stelt ons slechts een vraag, huis en tuin zijn immers op elkaar betrokken en wij – gebruikers – maken daar deel van uit. Sterker wij maken aan de manier waarop wij ons bewegen, wat we wel of niet doen in de tuin duidelijk hoe onze relatie met de tuin en dus met de natuur is.
En daar zit naar mijn idee de diepere betekenis van Biophilic Design dat het ons in beweging zet, ons aanzet tot kijken, weerspiegelt, vragen stel over die wederkerigheid. In de hoop dat we ons bewegen van afstandelijke toeschouwer naar een actieve en liefdevolle gebruiker, dat is wat mij betreft de boodschap van deze lezing. Biophilic Design kan ons inspireren en helpen groene stappen te zetten of Biophilic Design is aan de andere kant het resultaat van onze houding waar: ontzag, bewondering en fascinatie voor tuin, natuur, leven en ecologie aan de basis liggen.

Hilde: Veel ontwerpers denken dat ze al biofiel bezig zijn maar dat is niet zo. Hoewel van tuinonwerpers verwacht mag worden dat zij tijdens het ontwerpproces de relatie huis en tuin als uitgangspunt nemen is dat allesbehalve vanzelfsprekend, laat staan te zien, in de dagelijkse ontwerppraktijk.
In het nadenken over de betrokkenheid van huis en tuin en omgekeerd ligt de uitdaging. Met de juiste mindset is dit overgangsgebied een interessante ontwerpopgave waar beide werelden beter van worden maar dan moet je je er wel bewust van zijn.
Veel ontwerpplezier!


Op elke locatie kregen ze interessante inzichten over de geschiedenis, het gebruik van materialen, de beplanting en de technische aspecten. Ook thema’s als ecologie, innovatie, biodiversiteit en klimaatadaptatie kwamen uitgebreid aan bod.
Inspirerende dagen vol groene ontdekkingen en nieuwe kennis. Had je hier graag bij willen zijn? Volgend jaar organiseert de OntwerpAcademie weer een nieuwe excursie Groene Parels door Rotterdam. Meld je aan via de website.






Een van de stellingen van de Dalai Lama is dat we het huidige onderwijs systeem drastisch moeten omgooien als we met negen miljard – en misschien wel meer – mensen op de aarde willen samenwonen.
Leren met je hart gaat vooral over het aanleren van de juiste waarden en de juiste houding. Alleen als we in staat zijn verantwoordelijkheid te nemen en van daaruit moreel te handelen ten opzichte van onszelf, de ander en de maatschappij dan is er hoop, aldus de Dalai Lama.

Ons onderwijssysteem is teveel en eenzijdig gericht op aspecten als: competitie, conflicten en grenzen. Vanuit dit onderwijs besteden we te weinig aandacht aan het leren van compassie, aandacht en respect voor elkaar.

Kennis is belangrijk maar niet het enige dat telt. Kennis in combinatie met het nemen van verantwoordelijkheid is wat wij en de aarde – willen we voortbestaan – nodig hebben, dat zal ons handelen en dus uiteindelijk ook onze bedrijven effectiever maken.
Als we via het onderwijs investeren in onze kinderen zullen de verandering op termijn doorwerken in gezinnen, families, steden, landen en uiteindelijk de wereld veranderen.
Waardevolle uitspraken waar ik het alleen maar mee eens kan zijn. Dat we stappen maken is hier en daar gelukkig al te zien. Schoolpleinen worden groener, kinderen krijgen schooltuintjes. Er is nog een lange (onderwijs) weg te gaan maar de kiem voor echte gedragsverandering ligt toch echt daar in het (basis)onderwijs. Laten we grootschalig beginnen met allerlei vormen van natuuronderwijs, dan volgen vakken als rekenen en schrijven vanzelf.
Een ‘must read’: Filosofie van het landschap - Ton Lemaire - (ISBN: 9789026314261) en Sander G. Tideman Compassion or Competition, Milinda uitgevers ISBN 9789056703240

Naast de bekende harde materialen zijn er onnoemelijk veel (levende) plantmaterialen waarbij de groeiplaatsomstandigheden een grote invloed hebben. Tuin- en landschapsontwerpers werken hiermee en zijn bekend met die dynamische groeiplaatsomstandigheden. Het plantmateriaal ontwikkelt zich en verandert daarmee voortdurend van vorm maar beïnvloedt op haar beurt ook de groeiplaatsomstandigheden. Een boom die groter wordt werpt schaduw over de beplanting en tempert het zonlicht. Planten hebben een bepaalde groeisnelheid en de uiteindelijk breedte en hoogte kunnen ook nog eens variabel zijn. Alsof dat niet al complex genoeg is, moet je ook rekening houden met de grondsoort, waterbehoefte, lichtbehoefte, bloei, wel of niet wintergroen, herfstkleuren, enz. enz. Misschien kun je wel stellen dat wij als ontwerpers van de groene buitenruimte het moeilijkste materiaal hebben om mee te werken. Dus hoe pak je dat aan?

Om wegwijs te worden in al die verschillende plantgroepen met al hun individuele eisen moet je beginnen met een gedegen basis. Essentieel hierbij is les in plantenkennis dat inzicht geeft en meer is dan alleen individuele soorten leren. Daarom spreken wij over de vakopleiding Beplantingsadviseur waar plantenkennis onderdeel van is. Inzicht geeft handvatten voor zelfontwikkeling buiten de lessen en uiteindelijk geeft dit samen met veel kijken een goed uitgangspunt. Ervaring zorgt voor een verdere verdieping.

Het is misschien ook goed om te beseffen dat wij als tuin- en landschapsontwerpers zelden of nooit álles weten van al het plantmateriaal. Het is een geleidelijk en voortdurend proces. Daarom is het goed om je in eerste instantie zoveel mogelijk te beperken tot het toepassen van de soorten die je echt goed kent, in meerdere seizoenen en leeftijdsfases. Daarna kun je steeds verder uitbouwen. Uitbouwen is belangrijk zodat je niet blijft hangen in dezelfde ‘veilige’ soortkeuze. Wanneer je nieuwe soorten ontdekt via boek, internet, app of foto, ga ze altijd eerst in het echt bekijken, liefst op meerdere plekken, voordat je ze toepast in een ontwerp. Het bezoeken van kwekers helpt hierbij, zij kunnen vaak hele gespecialiseerde informatie geven.

Natuurlijk is een mens nooit te oud om te leren; gelukkig maar, want het punt “dat je het nu allemaal wel weet” zul je in dit vak niet snel, misschien wel nooit bereiken. Dat hoeft ook niet en houdt het juist zo boeiend.
En tot slot moeten we ook beseffen dat kennis tijd nodig heeft om te bezinken. Je kunt onmogelijk alles ineens leren. Dus … gun jezelf die tijd!