Winterkenmerken deel 1

De eerste nachtvorst van de naderende winter is een feit. Langs het tuinpad knikken de bloemstelen van Helleborus niger lichtjes door. Op de zoet geurende, fijne roze bloempjes van Viburnum bodnantense ‘Dawn’ ligt een laagje rijp. Ik moet denken aan een zin vanmorgen op internet: “het tuinseizoen is weer voorbij”, maar hoezo voorbij? In de natuur gaat het leven door…

…en de dynamiek van al die verschillende gedaantes blijft fascinerend, in elk seizoen, elke dag weer. Want niet alleen de bloei is van waarde voor onze “tuinbeleving”, ook de vele vorm- en kleurschakeringen die een individuele plant kan tonen gedurende het jaar, zorgen voor een onafgebroken boeiend schouwspel. Natuurlijk bloeien in elk seizoen bepaalde soorten en behouden andere weer hun blad, maar nu kunnen we ons ook even focussen op de schoonheid van de vele, zichtbaar geworden structuren.

Verschuiving in transparantie

Als we kijken naar de bladverliezende bomen en heesters, dan heeft elke soort een eigen structuur. De groeirichting, kleuren en vormen van de takken worden in deze tijd van het jaar goed zichtbaar en zijn beeldbepalend. De verschuiving in transparantie die ontstaat nu het blad gevallen is, zorgt voor nieuwe zichtlijnen. Dichte wanden of vormen die eerder zorgden voor een afscheiding worden nu  semitransparant en geven een andere ruimtelijke beleving. Elke soort kan zorgen voor een ander “vitrage-effect”. Kortom,  de winterperiode biedt nieuwe mogelijkheden, ook zonder blad of bloei.

Takvormen en -structuren

Wie oog heeft voor detail ziet dat er veel verschil is in takstructuur. Natuurlijk valt de groeirichting het eerst op: horizontaal, verticaal opgaand of neerwaarts hangend (treurvormen) zijn de grootste uitersten. Cornus controversa, Fagus sylvatica ‘Dawyck’ en Salix caprea ‘Kilmarnock’ zijn hier enkele voorbeelden van. Kroonvormen kunnen allerlei variaties tonen hierin.

Maar daarnaast is er veel verschil in takdikte en mate van vertakking zoals de weinig en grof vertakte Aralia elata en de rijk en fijn vertakte Betula pendula of Amelanchier lamarckii duidelijk laten zien. Ook kronkelige en zigzaggende twijgen zorgen voor verrijking aan diversiteit.

Takkleuren en fraaie basten

Behalve de bekende felgekleurde twijgen van Cornus alba ‘Sibirica’, heeft Fraxinus excelsior diverse cultuurvariëteiten met goudgele twijgen. De vele cv’s van Salix alba kennen ook rijke takkleuren, variërend van warm geel, oranje tot intens rood. Maar ook minder felle kleuren kunnen boeien en ook takken met kurklijsten (Liquidambar styraciflua) of zacht behaarde twijgen (Rhus typhina) en knoppen (Magnolia soorten, Paulownia tomentosa) kunnen een fraai beeld geven.

Bastkleuren en -structuren zijn deels zichtbaar gedurende het hele seizoen, maar verdienen zeker ook meer aandacht met betrekking tot het winterbeeld. Mooie voorbeelden zijn de intens donkerrode en glanzende bast van Prunus serrula of de kaneelbruine, sierlijk afschilferende bast van Acer griseum.

(Vooruit) kijken

Je kunt dus concluderen dat om de juiste keuzes te maken, goed kijken essentieel is. Goed vooruitkijken ook! Niet alleen denken in bloeitijd, waar 90% van de plantkeuzes nog steeds op wordt gebaseerd, maar denken vanuit de totale waarde van de beplanting. Zodat je nooit hoef te zeggen: het tuinseizoen is weer voorbij!

 

Logo_ontwerpacademie
   

Contact algemeen

Contact studentenzaken

Online

                       

Adres

  • Bezoek- en correspondentieadres 
  • Belgiëlaan 1A5, 2391 PH Hazerswoude-Dorp
  • Leslocatie Boskoop
  • Belgiëlaan 1A5, 2391 PH Hazerswoude-Dorp
  • Leslocatie Tuinvisie, Utrecht
  • Rutherfordweg 75, 3542 CN Utrecht