Leren van de natuur

Het maken van een beplantingsplan is een hele puzzel. Naast de uiterlijke verschijningsvorm spelen voorkeuren van planten en de groeiomstandigheden een belangrijke rol, zoals vocht, bodemgesteldheid, zon en de groeikracht van planten ten opzichte van elkaar. Dat laatste is van belang als je minder onderhoud wenst in de tuin. Een evenwichtig beplantingsplan houdt zichzelf in stand. Als je nog niet zoveel ervaring hebt, hoe kun je dan weten welke planten kunnen samenleven? Waar begin je?

De tip is om goed om je heen te kijken. De natuur leert ons welke planten samen willen groeien. Planten leven in gemeenschappen. Zo’n plantengemeenschap is een groep van planten die vaak samen voorkomt en kenmerkend is voor een bepaald ecosysteem. Neem bijvoorbeeld de plantenassociatie Moerasspiraea en Valeriaan.



Deze plantengemeenschap is te vinden langs voedselrijke wateren met een hoge grondwaterspiegel en vormen een plantengemeenschap met soorten zoals Lange ereprijs, Poelruit, Gele lis, Grote kattenstaart, riet, Moeraswalstro, Moerasandoorn, Engelwortel, Vogelwikke en nog veel meer. (Bron: flora van Nederland). Deze soorten leven graag naast elkaar in dezelfde omstandigheden; ze houden allemaal van natte voeten. In de natuur gaat dat vanzelf. Maar deze plantencombinatie kunnen we ook gebruiken als inspiratie in een beplantingsplan. Als je dezelfde groeiplaatsomstandigheden hebt kun je de ecologische balans imiteren, de kans dat die dan functioneert is groot.

Inspiratie uit Noorwegen

 

Nu was ik deze zomer in het zuiden van Noorwegen en maakte ik een wandeling van Hallingskeid naar Myrdal. Ik was verwonderd over de planten die daar groeien. Een combinatie van vaste planten en bomen die bij ons in de tuin staan, maar daar gewoon in het wild! Het geheel was prachtig en weelderig; diverse bladstructuren en kleuren, mooie combinatie bloemkleuren. Een evenwichtig beplantingsplan en - behalve de elanden of schapen die er van knabbelen -nauwelijks onderhoud.



Welke soorten staan daar bij elkaar? Monnikskap, Duizendblad, Knikkend nagelkruid (Geum rivale), Bosooievaarskruid (Geranium sylvaticum), Alpine vrouwenmantel (Alchemilla alpine), Aster, grijze Wilg, Grasklokje (Campanula rotundifolia), Zachte berk (Betula pubescens), diverse varens, frambozen, lijsterbes, valeriaan, vergeet me nietjes, salie, Engelwortel (Angelica archangelica ssp. Archangelica), Noorse droogbloem (Omalotheca norvegica) en Alpenhelm (Bartsia alpine). De omstandigheden: matig vochtig, flinke vorst in de winter, hoge temperaturen in de zomer, matig voedselrijke bodem. Ook omstandigheden die we hier in Nederland kennen.

Kijk en observeer

Een aantal soorten zijn typisch voor het Noorse klimaat, zoals de soorten met ‘alpine’ of ‘norvegica’ in de naam. Die doen het in Nederland minder goed of zijn moeilijk verkrijgbaar. Je kunt ze vervangen door een soort die hier wel goed groeit zoals bijvoorbeeld de bekende vrouwenmantel (Alchemilla mollis). Zo was Noorwegen voor mij een inspiratie voor een volgend beplantingsplan. Mijn advies: kijk en observeer! Wat staat er bij de buren in de tuin? Wat groeit er in de omgeving? Welke planten doen het goed? Welke leven harmonieus samen? Dit is je houvast voor een succesvol beplantingsplan. Ken je de planten nog niet? Dan zijn er diverse trucjes om daar achter te komen.

Nieuwsgierig?

Wil je meer leren over het maken van beplantingsplannen in verschillende omstandigheden? Op woensdag 11 september a.s. start de cursus Toegepaste Beplantingsleer. Een 7-daagse cursus geschikt voor hoveniers en tuinontwerpers die zich verder willen ontwikkelen met beplanting en ontwerpen en die het maken van beplantingsplannen op een andere manier willen benaderen.

 

Logo_ontwerpacademie
   

Contact algemeen

Contact studentenzaken

Online

                       

Adres

  • Bezoek- en correspondentieadres 
  • Belgiëlaan 1A5, 2391 PH Hazerswoude-Dorp
  • Leslocatie Boskoop
  • Belgiëlaan 1A5, 2391 PH Hazerswoude-Dorp
  • Leslocatie Tuinvisie, Utrecht
  • Rutherfordweg 75, 3542 CN Utrecht